in ,

Jaguar C-type. Kort gebouwde schoonheid, twee keer Le Mans winnaar

Dit kalenderjaar is het zeventig jaar geleden dat de Jaguar C-type de 24-uursrace van Le Mans van 1951 won. Jaguar schreef autosporthistorie doordat de C-type bij zijn debuut meteen won. In 1953 deed Jaguar dat nog eens dunnetjes over met de verbeterde C-type, die bovendien een belangrijke innovatie aan boord had. 


De Jaguar C-type kwam onder meer uit de koker van Malcolm Sayer, William Heynes en Bob Knight. Gewichtsbesparing en aerodynamica waren daarbij belangrijke toverwoorden.  De auto werd intern XK120C genoemd, aangezien de Jaguar XK120 de basis vormde. Als C-type werd de auto één van de belangrijkste modellen in de racehistorie van Jaguar. De C-type deelde de motor, transmissie en wielophanging met de Jaguar XK120 en Malcolm Sayer paste zijn kennis van aerodynamica en techniek toe voor het ontwerp van de gestroomlijnde C-type.

1952, de eerste straatversie

De eerste straatversie (volgens officiële documentatie maakte deze in mei 1952 zijn debuut) kreeg de 3.4 XK6 motor van de XK120. Deze genereerde circa 200 pk (BHP) De krachtbron werd  voorzien van een tweetal SU-carburateurs en trommelremmen. In 1953 verscheen de aangepaste straatversie met drie Weber registercarburateurs en meer vermogen. De belangrijke noviteit vormde hierbij de toepassing van de schijfremmen, die in samenwerking met Dunlop werden ontwikkeld en debuteerden op de raceversies die op 13 en 14 juni 1953 de concurrentie op Le Mans verpletterden. Het gebruik van schijfremmen werd later gemeengoed in de automobielindustrie.

Direct raak in 1951

In de aanloop naar die indrukwekkende zegetocht van 1953 had Jaguar met de C-type al van zich laten horen in Le Mans. De C-type was met stoom en kokend water ontwikkeld, en in 1951 verscheen het twaalf man sterke Jaguar team met drie C-types aan de start van de 24 uur van Le Mans. Zij reden de prachtige sportwagens over de openbare weg van de fabriek in Engeland naar het Franse circuit, het moet een magisch gezicht zijn geweest. Dat zal het publiek op de circuittribunes ook zo hebben ervaren, want Jaguar won meteen voor de eerste keer Le Mans. De drie C-types werden bestuurd door Stirling Moss en Jack Fairman, Leslie Johnson en Clemente Biondetti en de winnaars Peter Walker en Peter Whitehead.

Teruggeworpen in 1952

Een jaar later was er minder succes. Onder meer vanwege koelingsproblemen haalde geen van de drie deelnemende C-types de eindstreep in Frankrijk. De waterpomppoelie bleek te bescheiden van afmeting. Dat was het sein om de C-type nog eens onder handen te nemen. Het koelsysteem werd verbeterd, de constructeurs pasten een grotere waterpomppoelie toe. Het uit buizen opgebouwde chassis leverde van oudsher al een belangrijke gewichtsbesparing op, en dat werd voor de 1953 racers verder aangescherpt. De gemonteerde schijfremmen en (een primeur voor Jaguar) 16-inch 60-spaakswielen voor betere koeling van de remmen waren bijzonder innovatief. De Panhard-stang was eveneens onderdeel van de Jaguar C-type versies waarmee het Jaguar fabrieksteam in 1953 deelnam aan Le Mans.

Interessante techniek

Ook de aangescherpte techniek van de 1953 versie was interessant. Het brandstof-luchtmengsel werd geregeld door drie Weber 40 DCO3 carburateurs. Mede daardoor werd het vermogen van de Jaguar 3.4 motor met 20 pk naar 220 pk (BHP) verhoogd. Het extra vermogen, de primeur van de schijfremmen en de lichtgewichtconstructie waren veelbelovend. Verder waren de auto’s van 1953 e herkennen aan de inlaat op de motorkap, die de luchtstroming direct naar de carburateurs leidt. De verbeteringen brachten Jaguar een enorm succes op Le Mans, want het team legde met de herziene C-types beslag op de eerste, tweede en vierde plaats. De 1953 versie is overigens de inspiratiebron voor de C-Type Continuation, die Jaguar Classic met de hand én volgens de originele specificaties in Coventry gaat bouwen.

Kort gebouwd, veel succes en heel exclusief

Tot slot: in totaal bouwde Jaguar 53 C-types, waarvan 43 aan particuliere eigenaren werden verkocht. Er waren ook enkele eenmalige versies. De bekendste was wellicht de C-type Ecurie Ecosse, een juweel van een auto die uiteraard voor racedoeleinden werd ingezet. Aan de productieloopbaan van de C-type kwam in 1953 ook een einde. Wél reed de C-type nog één keer tijdens de 24 uur van Le Mans. In 1954 was de C-type daar voor de laatste keer actief. De vierde plaats was toen  het hoogste haalbare. De reguliere C-type was toen inmiddels al opgevolgd door de D-type, die de illustere periode van prachtige sportwagens namens Jaguar voortzette.


Help ons mee deze website en de aangeboden artikelen gratis te houden. Abonneer uzelf op Auto Motor Klassiek en ontvang daarbij ook het blad 12x per jaar in de bus. Of doneer een gewenst bedrag op onze betaalpagina via deze link. We zijn u er zeker dankbaar voor.


Beste Klassiekerliefhebber

Geniet van dagelijks gratis verhalen over oldtimers in uw email en schrijf gratis in. 


 

4 Comments

Leave a Reply
  1. Mijn vader was in de jaren 50 chef-monteur bij de firma Lagerwij in Den Haag, importeur van Jaguar.
    Op een keer kwam hij tussen de middag met een C type in 1952 0f 1953 thuis. Ik nam plaats in het zitje naast mijn vader. Hij reed vol gas weg. Ik kan me nog steeds voor de geest halen hoe de wind door mijn haren waaide en ik heel stevig in de rugleuning werd gedrukt.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

The maximum upload file size: 8 MB. You can upload: image. Links to YouTube, Facebook, Twitter and other services inserted in the comment text will be automatically embedded. Drop files here

Honda CB350 F

De originaliteitsblues. Een vervolg

IMG 20210826 WA0009

De Bonneville en de oude dame