Column

Iedereen weet…. Over Engelse, Italiaanse, Duitse en andere motoren

By  | 

Iedereen weet dat Engelse motorfietsen altijd stuk gingen, elektrische infarcten kregen en olie lekten. Iedereen weet dat alle Italiaanse motorfietsen fantastisch sturen, maar slecht chroom en beroerde elektra hadden. Iedereen weet dat degelijkheid en kwaliteit in Duitsland zijn uitgevonden en dat daar de naam BMW aan is gegeven. En dan is er natuurlijk nog de algemene kennis over ex oostblokmotorfietsen zoals Dnepr, CZ, Jawa, MZ en Ural. Bovendien zijn er in India clones van Jawa’s en Enfields gemaakt en die waren ook dubbel niks.

Iedereen weet altijd van alles

Maar als je al die weetjes nu eens langs de meetlat van de werkelijkheid houdt? Dat is het niet voor niets geweest dat de Britse motorindustrie ooit wereldwijd de grootste was omdat de beste motorfietsen uit Engeland kwamen. En Italianen gaan nu eenmaal voor schoonheid en verliezen soms wat praktische dingen uit het ook. Maar bij correct onderhoud kon ook een Italiaanse motorfiets indrukwekkend standvastig zijn. Bij Moto Guzzies V7 stond al in het boek van eisen dat het blok ‘een ton moest kunnen hebben’. En al die onder gewaardeerde ex oostblokkers hebben toch maar mooi decennia lang voor heel veel mobiliteit gezorgd terwijl Jawa in de eerste helft van de 60’er jaren ook hier nog een motor was waar op je gezien kon worden. En dat een ex werknemer van MZ de Suzuki’s heeft leren rennen.

De reputatie van merken begon vaak pas in een later stadium te dalen

Dat kwam omdat de fabrikanten problemen kregen (daar zijn dikke boeken over geschreven zoals “Shooting Star: The Rise & Fall of the British Motorcycle Industry”), de berijders werden jonger en hun motoren werden ouder. In Rusland werden decennialang dezelfde motorfietsen op dezelfde productielijnen gebouwd. De intussen heel gezochte BMW kopie, de M72, was –bijna- net zo goed als zijn voorbeeld. Veertig jaar later werden er in dezelfde fabriek met dezelfde machines nog steeds motorfietsen gemaakt.

Aan die productie apparatuur was nooit wat gedaan, de legeringen en de staalkwaliteit en alle andere bijkomstigheden waren er alleen maar minder op geworden. Dat was – in 1989 – het moment dat iemand en nieuwe Dnepr bij de RDW ter keuring aan bood. Alle lassen van die zijspancombinatie waren alleen maar gehecht. En zo krijg je dan de mooiste verhalen voor op verjaardagen en feestjes.

Het valt allemaal reuze mee

Voor ons, klassiekerliefhebbers is die borrel- en verjaardagspraat niet meer relevant. Onze motoren zijn doorgaans gekoesterd en in orde. Dus inzetbaar. Natuurlijk hebben ze hun beperkingen. Want ze zijn oud en gedateerd. Voor een Triumph T150 eigenaar is het niet vreemd om elke 2500 km de kleppen, de ontsteking en de carburatie te stellen. Maar we kennen een T150 eigenaar die er na de laatste revisie van zijn blok toch alweer 70.000 probleemloze kilometers op heeft zitten.

Gewoon: lekker rijden

Daarom is het leuk om te merken dat onze klassiekers steeds vaker mogen doen waar ze voor gemaakt zijn: rijden. Er is een groeiend aantal eigenaars van moderne motorfietsen dat met de motor op vakantie naar mooie stuurstreken gaat. Ze binden hun tweewieler dan op een aanhanger en blazen over de Autobahn naar Oostenrijk, Frankrijk of Italië. Daar mag hun trots dan even draven.

Maar er zijn steeds meer klassiekerliefhebbers die beseffen hoe leuk het is om helemaal binnendoor via de Maasvallei naar de westkant van de Ardennen te rijden. Naar het Ruhrgebiet rijden. Of Zeeuws Vlaanderen en Vlaanderen ‘doen’. En als je dan dik tien uur doet over krap 350 kilometer? Dat is helemaal top! Misschien komen er nog een paar mooie weekenden deze herfst!

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

    Leave a Reply

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *