Bijzonder

Honda Jazz, een kort nummer

By  | 

Japanse steden waren altijd al druk en vol

Er was weinig tot geen ruimte voor grote auto’s. De Honda Jazz verscheen voor het eerst in 1981 als uiterst compact stadsautootje voor het drukke stadsverkeer in de thuismarkt. Twee jaar later mocht de Jazz de grenzen over. Na drie jaar had Honda het in dit segment wel gezien. De laatste exemplaren gingen in 1985 de Nederlandse showroom in. Exit Honda Jazz. In 2002 zou de Jazz weer terugkeren in het Honda-aanbod. De huidige Jazz heeft ‘magic seats’ en een responsieve 1.5-liter i-VTEC-motor met een vermogen van 130 pk.

Het uiterlijk van de Jazz was nogal… apart

Kort, smal en hoog. Het uiterlijk was dan ook niet bedacht om design awards te winnen. De Jazz was praktisch, compact stadsvervoer. In het laatste jaar hadden de Jazz modellen 1231 cc achtkleps viercilinders die qua constructie niet veel verschilden en die respectievelijk 45- of 56 pk leverden. Het verschil in spierballen zat hem in de carburateurs en de vereiste brandstof. De ene had een enkelvoudige ademhaling. De snelle versie was voorzien van een registercarburateur. Het snelle blok vroeg ook om superbenzine. De boring en slag van de blokken waren identiek: 66 x 90 mm. Daarmee was de Honda Jazz motor een mooi voorbeeld van een lange slag motor. Het maximun koppel werd opgegeven voor 93 Nm bij 3.000 tpm. De kleine Honda was er 150 echte kilometers snel mee. Maar dat gaf een hoop geluid in de cabine. De optionele vijfbak was een pure overdrive en een goede geluiddemper. Voor die lange slag was natuurlijk niet alleen vanwege de soepele motorloop en het betere koppel bij lagere toeren gekozen. Er was onder het neusje van de Jazz gewoon geen plek voor een krachtbron met grote boringen.

De Jazz was een dapper, opvallend verkeersdeelnemertje

Zijn wielbasis was 222 cm, de totale lengte bedroeg 338 cm. Daarbij was het doosje toch 147 cm hoog. Dat gaf lekker veel hoofdruimte. Gelukkig had de hoogte geen invloed op de zijwind gevoeligheid. Als het op het onderstel aan kwam deed de Jazz het ook niet verkeerd: voor had hij Mc Pherson poten. Maar ook achter was de wielophanging onafhankelijk. De Honda Jazz remde voor met schijfjes, achter met trommels. Door de korte wielbasis was zo’n Jazz wat gevoelig voor kleine hobbels en oneffenheden. Maar het weggedrag was prima. En overhellen in bochten? Dat deed het karretje ook nauwelijks.

Het idee dat de Jazz van origine een stadswagentje voor Aziaten was, werd onderstreept door de stoelen. Die waren voor Europeanen echt aan de krappe kant. Langere ritten resulteerden dan ook gegarandeerd in rugpijn. De afmetingen maakten ook dat de Jazz echt niet meer dan een tweezitter met extra bagageruimte was. In de plus: de passagier die achterin werd opgesloten had in elk geval voldoende hoofdruimte. Weer een minpuntje: om ook maar iets van beenruimte voor die gevangene te hebben moest er een voorstoel zover naar voren dat er voor de bezitter van die zetel nauwelijks ruimte overbleef.


Geen prijstoppers

Autootjes als de Honda Jazz van de eerste generatie zijn nog geen hoogbetaalde collectors-items. Maar in de huidige klassiekermarkt zijn het wel exoten. Ze zijn een soort van vertederend en ze zouden Randstadtechnisch bezien net zo populair kunnen worden als Fiat 500’s.

Honda Jazz

suggestiebanner

Ook leuk om te lezen…


Nu in de winkel

Auto Motor Klassiek van maart ligt nu in de winkel met deze maand een uitgebreid artikel over de Citroën 2CV. Het is de basisversie, die anno 1969 in onder meer Nederland en België als 2CV AZ werd verkocht. Op de omslag prijkt een Trabant 601 uit 1965 van Martin de Jong die de auto al zes jaar in bezit heeft. Het is een origineel Nederlandse auto en Martin is dan ook op zoek naar de historie. Heel bijzonder is ook de schuurvondst van een heus BMW R75 Wehrmachtsgespann, waarover u in deze editie een reportage vindt. Schets je het ideale Alfa Romeo GTV-plaatje, dan is de bejubelde Busso V6 present. Toch? Volgens de Vlaamse radiopresentator Guy De Pré wel, die een 2.0 inruilde op een ‘6’. Wetende dat Alfa Romeo decennialang een verdomd prettige Nord-viercilindermotor in het gamma had, prikkelt zijn afdankertje onze nieuwsgierigheid. Wordt het behelpen of onverwacht genieten?

En verder:

Verder ook nog: de VW Golf 2 van Djess, hij paste de Volkswagen aan naar eigen smaak. Een artikel over de Mondial 200 Sport. Het ranke tweewielertje hoeft niet in de garage te worden gestald, maar past in zelfs de minimale Amsterdamse huiskamer. De bescheidenheid ten top, de Nissan Cedric uit 1965 in deze Auto Motor Klassiek, want buiten het typeplaatje op het schutbord draagt hij nergens fier zijn merknaam uit. En ook in dit nummer; bijna dertig pagina’s korte berichten, verslagen, praktische tips, columns en korte typebeschrijvingen. Bovendien natuurlijk ook meer dan veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet verder aangeboden worden. ABONNEER NU EN MIS HET VOLGENDE NUMMER NIET MEER
Dolf Peeters

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

5 Comments

  1. J.K.Scholtens

    20 juni, 2019 at 16:20

    Als beginnend huisarts 13 jaar in gereden. Eerst met grijs kenteken en toen de bpm afgelopen was met geel.Ideaal en super goedkoop.

  2. Bos J

    20 juni, 2019 at 15:04

    Misschien worden ze net zo populair, maar ze rijden stukken beter als die Turijnse koffiemolen!
    Mijn vrouw heeft nog spijt dat ze die van haar heeft weggedaan!

  3. Rene

    20 juni, 2019 at 12:11

    Ik vond het altijd een leuk autootje om te zien.
    Tamiya leverde hem als rc-model in een sportieve outfit.

  4. Joost

    20 juni, 2019 at 09:29

    Leuk artikel over een syphatiek voituurke. Bedankt!

    • Dolf Peeters

      20 juni, 2019 at 09:33

      Wij vonden het ook leuk! Er zijn te veel leuke en betaalbare klassiekers die vroeger ons straatbeeld bepaalden, maar nu feitelijk vergeten zijn. Ons eerbetoon is daarom oprecht!

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *