Wetenswaardigheden

Harley-Davidson: de overlevers

By  | 

Harley-Davidson: de overlevers

Ook de geschiedenis van Harley heeft een paar ‘hairy moments’. Maar de Amerikanen wisten telkens het tij te keren. Dat ze dat eerder op een straatvechtersmanier, dan als gentlemen deden? Ach: het is het resultaat dat telt.

Dat was ook na de tweede wereldoorlog zo. Iedereen wilde een auto. En de mensen die geen auto wilden, die wilden zo’n veel beter presterende en sturende Britse motorfiets.

Harley verzette zich met hand en tand tegen die verwerpelijke import van buitenlands gebroed.

Het lukte Harley de AMA (American Motorcycle Association) regels te laten veranderen. Daardoor mochten de 750 cc zijkleppers het gevecht aan gaan met 500 cc kopkleppers. Machines met bovenliggende nokkenassen mochten nergens meer aan mee doen. Een vergelijkbaar truukje haalde de Britten overigens in de zestiger jaren uit toen ze de Honda CB450 DOHC in de ban deden voor de toen zo populaire clubman racers. Want een motor met twee bovenliggende nokkenassen? Dat was een professionele racemachine! En een 450 cc (correct 444 cc) motor die de 650 cc stoterstangentwins het snot voor ogen reed? Dat was niet minder dan des duivels! Door Harleys kunstgrepen konden de zijkleppers nog een paar jaar mee draven en –steeds minder vaak – winnen.

1965 was het jaar dat het familiebedrijf werd omgezet in een NV.

In de jaren zeventig deed Harley weer effectief aan zelfbescherming, maar nu tegen de Japanners. Harley zette zich zwaar aan het lobbyen om er voor te zorgen dat er in de States een extra zware importheffing op buitenlandse motoren boven de 700 cc kwam. De koop van Aermacchi was een poging om op een makkelijke manier aan een lijn lichtere motoren te komen en grip op de Europese markt te krijgen. Een markt die net als de rest van de wereld steeds minder zag in de technisch gedateerde, dure Amerikaanse machines die op dat moment kwalitatief ook onder de norm bleven. Harley rijders zagen de talianen met de Amerikaanse naam op de tank niet als ‘the real thing’. De op Amerikaanse leest gemodelleerde Aermacchi’s werden niet gewaardeerd op de Europese markt. Intussen zijn ze overigens groeiend populair. Zo zie je maar: de tijd heelt alle wonden.

Op dat moment overleefde Harley louter op de aankopen van de politie.

Er waren tal van dingen die er voor zorgden dat Harley niet helemaal het zeil moest strijken en de opkomst van motorrijden als plezierige bezigheid was daar zeker een van. Het was aan Willy G Davidsons genialiteit dat het merk niet alleen overleefde, maar dat het er weer heel goed mee ging. De hele nieuwe generatie Harleys die Willy G bedacht waren trendsetters in de tijd dat motorrijden een lifestyledingetje voor de gegoede burgerij werd. De Low Rider, de Super Glide, de Fat Boy en de Sturgis (met zijn getande riem aandrijving) waren aanvullingen op de traditionele Harley line up en ze waren uiterst succesvol. Intussen zijn de vroege modellen uit die reeks al erg gezochte items. De in hun tijd totaal afgeserveerde ‘boat tail’ en de über Sportster, de XLCR 1000 zijn intussen kluiten geld waard.

De ooit bijna dodelijke koppeling met AMF (American Machine Foundries) werd ontbonden door een management buy out waardoor Harley weer helemaal op eigen benen kwam te staan.

En intussen is Harley weer een klassieker rijker: de productie van de met ondersteuning van Porsche ontwikkelde V Rod is gestopt.

Harley is intussen klaar voor weer een volgende sprong vooruit, het verleden in. Want de V twin is voorlopig nog niet uit ontwikkeld…

Die wilde ook niemand hebben

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

    Leave a Reply

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

    X
    X