in

GM small blocks: The best V8 ever!

Het ‘kleine’ motorblok van Chevrolet, het small block, is een legendarische serie V8-automotoren die tussen 1954 en 2003 in productie was bij de Chevrolet-divisie van General Motors. De hele lijn maakte gebruik van hetzelfde basismotorblok. En dat werd aangeduid als een ‘small-block’ vanwege de geringe afmetingen ten opzichte van de fysiek veel grotere Chevrolet big-block-motoren. De small block-familie reikte van 262 cu in (4,3 l) tot 400 cu in (6,6 l) in cilinderinhoud. Ingenieur Ed Cole maakte ontwerp voor deze motor, die goedkoop te maken, eenvoudig en betrouwbaar moest zijn. Om de dunwandigheid van het gietwerk te bewerkstelligen bedacht hij de ‘ondersteboven’ giettechniek.


Geen generatieconflicten

Generation I en Generation II LT-motoren onderscheiden zich van latere LS-gebaseerde small-block-motoren. De Generation II-engine is grotendeels een verbeterde versie van de Generation I, met veel uitwisselbare onderdelen en afmetingen. Motoren van latere generaties hebben alleen de drijfstanglagers, het boutpatroon van de transmissie op het blok en de boringafstand gemeen met de motoren van generatie I en II.

Al vanaf 1955

De productie van het oorspronkelijke Small Block begon eind 1954 voor het modeljaar 1955, met een cilinderinhoud van 265 cu in (4,3 l), en groeide in de loop van de tijd tot 400 cu in (6,6 l) in 1970. Daartussen zaten de 283 cu in (4,6 l), 327 cu in (5,4 l) en iconische en massaal geproduceerde 350 cu in (5,7 l) versies. De 350, die in 1967 werd geïntroduceerd, werd in de gehele Chevrolet-productlijn gebruikt in zowel high- als low-output varianten.

Hoewel alle broers en zussen van Chevrolet uit die periode (Buick, Cadillac, Oldsmobile, Pontiac en Holden) hun eigen V8-motoren ontwierpen, waren het de Chevrolet 305 en 350 cu in (5,0 en 5,7 l) small-block die de GM-bedrijfsstandaard werden. In de loop van de jaren heeft elke Amerikaanse General Motors-divisie behalve Saturnus en Geo en zijn nakomelingen het in hun voertuigen gebruikt.

Alles is eindig

Eindelijk vervangen door de Generation III LS in 1997 en stopgezet in 2003, wordt de motor nog steeds gemaakt door een GM-dochteronderneming in Springfield, MO als een kratmotor voor vervanging van overleden krachtbronnen en hot rodding-doeleinden. In totaal zijn er sinds 1955 en 29 november 2011 meer dan 100.000.000 small-blocks gebouwd in carburateur- en brandstofinjectievormen. En of die dingen taai waren? In februari 2008 meldde een zakenman uit Wisconsin dat zijn Chevrolet C1500 pick-up uit 1991 meer dan 1 miljoen mijl had afgelegd zonder grote reparaties aan zijn small block V8-motor.

Maar ooit is het verhaal begonnen

De eerste generatie van Chevrolet small-blocks begon met de Chevrolet 265 cu in V8 uit 1955, aangeboden in de Corvette en Bel Air. Het werd snel populair onder stockcar-racers, bijgenaamd de ‘Mighty Mouse’, naar de toen populaire stripfiguur, later afgekort tot ‘Mouse’. In 1957 was het gegroeid tot 283 cu in (4,6 l). Uitgerust met de optionele Rochester mechanische brandstofinjectie, was het een van de eerste productiemotoren die 1 pk (0,7 kW) per 1 cu in (16 cm3) produceerde. De 283 werd ook gebruikt in andere Chevrolets, ter vervanging van de 265 V8-motoren. Een krachtige 327 cu in (5,4 l) variant volgde, die maar liefst 375 pk (280 kW) bleek (SAE brutovermogen, niet SAE nettovermogen of de huidige SAE gecertificeerde vermogenswaarden) en het verhogen van het aantal pk’s per kubieke inch tot 1,15 pk (0,86 kW). Van 1954 tot 1974 stond de small-block-motor bekend als de ‘Turbo-Fire’ of ‘High Torque’ V8.

De legendarische 350’s

Maar het was de 350 cu in (5,7 l)-serie die het bekendste kleine blok van Chevrolet werd. Geïnstalleerd in alles, van stationwagons tot sportwagens, in commerciële voertuigen en zelfs in boten en (in sterk gewijzigde vorm) vliegtuigen, is het het meest gebruikte V8 blok aller tijden. Hoewel de 350-serie sinds 2003 niet meer wordt aangeboden in GM-voertuigen, wordt deze nog steeds geproduceerd in een GM-dochteronderneming in Springfield, MO onder het merk ‘GM Genuine Parts’ van het bedrijf, en wordt hij ook als industriële en scheepsmotor vervaardigd door GM Powertrain onder de naam ‘Vortec’.

Dus als we straks allemaal in Duracel auto’s rijden moeten er nog steeds genoeg small blocks over  zijn. Dat is een troostrijke gedachte.

Een ‘crate engine’

Bijna onverwoestbaar

Voor op het nachtkastje. De mogelijkheden zijn eindeloos


Help ons mee deze website en de aangeboden artikelen gratis te houden. Abonneer uzelf op Auto Motor Klassiek en ontvang daarbij ook het blad 12x per jaar in de bus. Of doneer een gewenst bedrag op onze betaalpagina via deze link. We zijn u er zeker dankbaar voor.


 


9 Reacties

Geef een reactie
  1. Gaaf artikel weer! Nou staat er in mijn brein gebeiteld dat van een Buick V10 een V8 is gemaakt die in ieder geval in ontelbare Rovers is terug te vinden. Kan iemand me schrijven of dat klopt?

  2. Hallo, bedankt voor dit geweldige artikel over het kleine GM-blok! Zeer interessant om te leren over de verschillende kubieke capaciteiten, uitvoeringen en bouwtijden. Maar ook omdat ik een 74 Opel Diplomat-B heb met de 5,4 liter, 230 DIN PS. Momenteel wordt het gedeeltelijk ontmanteld om te keuren. Een waardige auto met een mooie, krachtige motor. Het geluid van een Ami V8 is onnavolgbaar. Het hangt allemaal af van de ontstekingsvolgorde, flatplane of crossplane-krukas 😉 Het is net een Mack V8, puur genieten. Hoewel het van Scania komt. Maar een ander verhaal. De grote Opel maakt in ieder geval echt “rijplezier” 😉 Ga zo door met je magazine! Groeten uit Schwaben, Wolfgang

  3. Een onverwoestbaar blok in de VS. Maar niet in Duitsland.

    Met de (op de Buick Special gebaseerde) nieuwe KAD-serie in 1964, wilde Opel ook een absoluut topmodel bouwen, de Diplomat-Coupé. Die kwam er ook wel, maar niet zonder problemen.

    De opgevoerde 4,7 litermotor bleek bij lange niet aan de eisen te voldoen: de Opel moest niet alleen een topsnelheid hebben die in de buurt lag van de Mercedes-cincurrentie, maar ook een kruissnelheid aan kunnen houden van boven de 200 km/u. De Duitsers noemen dat “Autobahnfest”. En dat ging mis. In Amerika rijden ze 85 mijl per uur, ongeveer 90. In Duitsland werd de Diplomat met 200 km/u op en neer gejakkerd door een testteam tussen Hamburg en Rüsselsheim en de blokken liepen heet, de zuigerveren gingen verbranden en kwamen met gescheurde koppen, verbrande kleppen en verkoolde olieresten terug in de stal.

    Ruzie tussen Rüsselsheim en Detroit, want de Amerikanen waren er beslist van overtuigd dat hun motor de allerbeste was ter wereld en dat Europeanen zoals van Mercedes er niet aan konden tippen. En dat was verkeerd gedacht.

    Ten lange leste kreeg Opel de beschikking over de competitie-5,4 liter V8 uit de Chevrolet Corvette. Die had geharde klepzittingen in de verstevigde koppen, een ruimer bemeten koelsysteem, hardverchroomde cilinderwanden en verzwaarde kruskaslagers.

    Dat ging prima, eindelijk beschikte Opel over een geschikte V8, maar de auto kostte vervolgens bij zijn introductie in 1966 de massieve som van DM 25.500,- en voor dat geld kochten de vermogende klanten toch liever een Mercedes. Na 348 exemplaren stopte de productie. Nu betaal je er minstens een ton voor.

    • Beste, wie hebben er het meeste races gewonnen in al die jaren???? Mustangs, GT’s, Corvettes etc., dus geen oostbuur V8’s !!

    • Bedankt voor de informatie over de 4,6 liter in de KAD’s. Ik wist niet dat er daar zulke problemen waren. 190 pk was al een aankondiging in 1964. Toen was het dan ook niet verwonderlijk dat de 5,4 liter in het najaar ’66 werd aangeboden. Verplaatsing kan nergens door worden vervangen 😉 Groeten Wolfgang

  4. Geen groter geluk dan ’t geluid en power van een 8-cylinder. Sinds ik het zintuiglijk genoegen smaak van mijn weergaloos mooie Jaguar XK8 (1999), besef ik ’t aanstaande (mogelijke) gemis van ’n 8-pitter, als electrisch rijden usance wordt,….

  5. Duidelijk stuk en inderdaad gelukkig dat er echte geluiden van V8’en zullen blijven , alleen al voor/van klassiekers.
    Smallblock GM 305 gehad in een Camaro, verder andere merken als een 318 Chrysler in een Dodge W200, bigblock Ford 428 in een Cobra gebouwd en tegenwoordig een bigblock 440 Mopar (Chrysler) in wederom een Dodge W200, die indertijd behoorlijk is omgebouwd en na lekker technisch opknappen weer heel dik genieten is 🙂

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

BMW 2002 Touring

BMW 2002 Touring (1972). Voor René uitsluitend het blauw-witte embleem. 

Bianchi MT 61 legermotorfiets