Artikelen

Ford Pinto: goedkoop is duurkoop

By  | 

Laat in de jaren zestig waren de Grote Drie uit Detroit, General motors, Ford en Chrysler, de spelers die de baas waren op de internationale automarkt waarin de trend naar ‘groter & duurder’ ruimte maakte voor weer eens gewoon een goedkope auto. Ford bedacht de Ford Pinto.


Abonneer nu en ontvang elke maand Auto Motor Klassiek in de bus. U betaalt nog maar € 3,30 per nummer in plaats van € 4,99. Elke maand goed voor uren leesplezier.

Er werd dus een serieus marktvolume ingeschat

Ford bedacht dat dus ook. En de vuller van dat gat moest goedkoop zijn. De Ford Pinto werd zonder voorbehoud zo goedkoop mogelijk… gemaakt. Lee Iacocca, indertijd vicevoorzitter bij Ford, bracht dat productie- en verkoopmodel overtuigend bij Henry Ford II. De nieuweling zou voor minder dan $ 2.000 gemaakt kunnen worden en kon zo met een prettige marge toch goedkoop in de markt gezet worden. De Pinto deed het verkooptechnisch inderdaad prima. Maar er zaten wat adders onder het plaatwerk.

Ford speelde met de Ford Pinto op verkeerde zuinigheid

Zo was de benzinetank achter de achteras gemonteerd om de kofferruimte zo groot mogelijk te maken. Daarbij was de rubber tankbedekking die lekkage bij een kapotte tank moest voorkomen – een onderdeel van $ 5,28 – wegbezuinigd. 

De plastic beschermdop, die de tank tegen de bouten van de differentieelbehuizing moest beschermen werd door de afdeling calculatie ook weggestreept. Dat was een onderdeel van $ 1. 


En de achterbumper was alleen een optisch onderdeel. Dat deed de botsbestendigheid ook geen goed. 

Het resultaat was dat de Ford Pinto bij botsingen boven de 30 kilometer per uur vaak een gepiercte tank kreeg. Daardoor ging de tank lekken. En dat had vaak brand als gevolg.

Zo liep Ford tegen een aantal rechtszaken op, waarbij slachtoffers en nabestaanden geld claimden in verband met autobranden. Die zaken werden soepel afgekocht om de Ford Pinto problematiek uit de pers – er waren nog geen social media – te houden. 

Maar in 1972 was er een ongeval waarbij een vrouw overleed en waarbij haar 13 jarige kind ernstige brandwonden opliep. In 1977 liep dat ongeval uit op een sensationele rechtszaak.

Slechte publiciteit

Tijdens de looptijd van dat proces kwam er een artikel in het blad “Mother Jones Magazine”. Dat artikel werd beloond met de Pullitzer prijs. De Ford Pinto werd in dat verhaal afgeschilderd als een rijdend crematorium of als vierpersoons barbecue. 

In het artikel ‘Pinto Madness’ door Mark Dowie werden alle ontwerp/bezuinigingsfouten van de Pinto op een rij gezet en ze werden genoemd als de oorzaak van honderden doden door Pinto’s die in brand gingen na aanrijdingen. 

Dowie stelde vervolgens een aanklacht tegen Ford op over het veronachtzamen van de veiligheid van de inzittenden van Ford Pinto’s. De basis van het verhaal was dat Ford met alle veiligheidsaspecten had gesjoemeld/aan de laars had gelapt om de productie van de Pinto maar zo goedkoop mogelijk te houden. 

Terwijl Ford publiekelijk aan ‘damage control’ deed, dienden de advocaten van de nabestaanden van de dode vrouw en de verbrande dochter een claim in van $ 2.500.000. De jury legde Ford daarbij tevens een boete op van 125 miljoen dollar. Die straf werd later door de rechter verminderd naar 3,5 miljoen dollar.

Fords damage control faalde

Ondanks Fords ontkenningen en pogingen om de imagoschade binnen de perken te houden sloeg het vuur bij de pers in de pan. In 1978 bracht een 60 minuten durende documentaire nog hogere slachtoffercijfers. En de reputatieschade aan de Ford Pinto werd groter dan de werkelijkheid. Ford voelde zich verplicht 500.000 Pinto’s (en 30.000 vergelijkbare Mercury Bobcats) terug te roepen. Die actie kostte $ 40.000.000. In 1978 werd Ford in Indiana aangeklaagd wegens doodslag met voorbedachte rade. Die zaak werd afgekocht.

Maar voor de Ford Pinto was het verhaal voorbij

De verkopen stortten in en in 1980 viel het doek voor de Ford Pinto. Lee Iococca, Detroits Wonderkind, raakte zijn baan kwijt door het Pinto schandaal.

Toch was de Ford Pinto een goed idee geweest. De Amerikanen wilden goede, goedkope auto’s… geen tondeldozen. En dat idee was intussen ook opgepikt in Japan. Waar ze wel goede auto’s voor weinig geld konden maken.

En nu?

Nu worden Ford Pinto’s hier af en toe aangeboden. Voor weinig. Of voor hoofdprijzen. We zagen er eentje met een juichend positief verhaal staan bij een Amerikaanse klassiekerhandelaar. Hij vraagt $ 19.500 voor de Ford. De genoemde prijzen zijn vraagprijzen. 

Voor de klassiekerhandel is een Ford Pinto geen soepel verdienmodel. Maar een Pinto is historisch best een interessante klassieker. Een leuke auto. Voor iets van max. 5.000 euro misschien? Je moet er alleen geen aanrijding mee krijgen.

Ford Pinto

Ford Pinto

Ford Pinto


suggestiebanner

Ook leuk om te lezen…


Nu in de winkel

Auto Motor Klassiek van april ligt nu in de winkel. Daarin hebben we natuurlijk weer tal van leuke, interessante en boeiende artikelen staan. Zoals het aankoopadvies van de Alpine V6, met alle punten die belangrijk zijn voor een aankoop. Ook de MG Midget restauratie is zeker de moeite waard om te lezen en mee te leven met de eigenaar tijdens het tijdrovende proces. Techniek en praktijk rond het bezit van een klassieker. Ook voor motorliefhebbers. Hoe interessant zijn de aanpassingen die gedaan werden aan de Moto Guzzi Nuovo Falcone. Natuurlijk worden alle auto- en motorverhalen weer voorafgegaan aan tientallen pagina's met korte berichten, vanaf praktische tips tot en met historie, klassiekers die we onderweg tegenkwamen en diverse columns waar het hebben van een klassieker, het sleutelen aan een klassieker en zelfs het hobbymatig handelen van klassiekers centraal staat. Bovendien natuurlijk ook meer dan veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet verder aangeboden worden. Het perfecte leesvoer voor deze lastige tijden. Haal hem daarom snel in huis en neem alvast een abonnement, zodat u de volgende editie niet mist.

En verder:

  • Cadillac Eldorado Seville
  • Lincoln Continental Mark V Givenchy
  • Moto Morini 350 Sport
  • De zoektocht naar Josef Ganz
  • Uit de oude doos: Daarom zijn er zo weinig Opels over
  • Bremen Classic Motorshow 2020
  • Oldtimer Tweewielerbeurs zuidbroek
Dolf Peeters

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

3 Comments

  1. Ivar

    10 december, 2019 at 13:26

    Ik heb ooit eens gelezen dat Ford de Pinto ook in de Midden- en Zuid-Amerikaanse landen in de markt heeft gezet en dat men bij Ford in eerste instantie niet begreep waarom de verkopen daar zover achter bleven bij de prognoses. Na enig onderzoek kwam men er achter dat “Pinto” in het Spaans zoiets betekent als … piemeltje. Tja, dan moest je als Ford-verkoper wel met erg goede argumenten komen om die wagens te slijten! Soortgelijke ongunstige naamgeverij heeft hier ten lande trouwens ook plaats gevonden met een bepaalde grote Fiat in de jaren tachtig.

  2. Jan

    10 december, 2019 at 06:47

    Nou was het wel zo dat alle grote Amerikanen , ook b.v. de Cadillac Coupe deVille , ook de tank achter de achteras hadden . Alle auto,s met de vulopening achter de kentekenplaathouder ( of achterlicht ) eigenlijk . Daar was niets vreemds aan , alleen de bumper was wel serieus ( whiplash gegarandeerd ) uitgevoerd .

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *