Column

Fiat 128. Revolutie en eeuwige liefde

By  | 

In 1969 toonde Fiat de vruchten van het voltooide Project X1/1. De Fiat 128 was klaar, en maakte bij de pers een overweldigende indruk. Niet veel later werd de Italiaan ook gekroond tot Auto van het Jaar. De techniek, de handige ruimte indeling (20% techniek/80% voor de passagiers en hun bagage), de indrukwekkende rij eigenschappen en de elegante wijze van sedan ontwerp sloegen aan. Het voorwielaandrijving concept met dwars geplaatste motor en ernaast geplaatste versnellingsbak was meesterlijk, evenals de onderstelconstructie. Toenmalig VW baas Lotz schrok zich een hoedje, en gaf direct te kennen gaf dat Volkswagen heel veel te vrezen had van het Fiat concern. Dat had volgens de Wolfsburger baas een nauwelijks goed te maken voorsprong genomen op de rest van de Europese auto-industrie.

Waarschijnlijk schrok Fiat zelf ook van de auto, die een Golfslag zou veroorzaken. Want de 128 was niet aan te slepen, hij werd binnen en buiten Italië uiterst geliefd. Fiat had alle moeite om aan de 128 vraag te voldoen. Er was ook een andere reden dat de 128 Fiat in verlegenheid bracht. De wet van de remmende voorsprong betekende in relatie tot de 128 dat er talloze kwaliteitsissues aan het licht kwamen. Het elektrisch systeem, de matige bouwkwaliteit en roest vormden hoofdbrekens bij de auto die al snel Europa’s best verkochte werd.

Onderdelenvoorziening

Daarnaast stapelden klachten van uiteenlopende aard zich op, ook op technisch vlak. De eerste serie, met de honingraatjes grille, werd symbool voor malheur. Ondanks de dwars geplaatste lichtgewicht motor met aluminium kop en bovenliggende nokkenas, de eerste SOHC krachtbron van Fiat. Ondanks de riemaandrijving van de nokkenas. Of juist dankzij. Want ook deze zaken speelden de betrouwbaarheid niet in de kaart. En toen bleek dat de onderdelenvoorziening ondermaats was, en er wachttijden optraden ten aanzien van (soms dure) reparaties. Fiats prioriteit lag bij op tijd leveren van nieuwe auto’s. Die werden niet aan Fiat 128 rijders van het eerste uur verkocht, want veel mensen keerden weer terug naar de Kever en de Kadett.

Hernieuwd elan

Fiat pakte de problemen van de eerste serie aan, introduceerde ook 1300 versies, breidde het modelgamma uit met de rally, met de Coupéversies, en met de Special. Dat was nodig ook, want watergekoeld Volkswagen stond te trappelen om de leemte van Fiats’ niet volledig ingeloste belofte te benutten. Passat, Scirocco, Golf en Polo kwamen. U weet hoe het verder ging. Fiat verkocht evengoed een aardig aantal 128 modellen, maar het kwam niet terug op het besluit om de vijfdeurs 128 te laten schieten (een inschattingsfout in die tijd). Die bleef onder licentie als Zastava van de band rollen. Wel werd in 1976 een opnieuw verbeterde 128 (de Nuova, u kent hem wel, die van de kunststof bumpers, gewijzigde grille en interieur, en vergaand verbeterde roestpreventie) gepresenteerd.

suggestiebanner


Geen 128, maar een GS

Het was in dat jaar, dat mijn ouders besloten om de Fiat periode af te sluiten. Wij hadden thuis een 127, en daarvoor deden een eerdere 127, een 850 en een 600 dienst als afgezanten van het Fiat tijdperk in huize Van Putten. De 128 was voor mij de vervolgstap, ik was bezeten van die auto. Kleine Ko Sturm, de buurman, had er één. Op mijn kast prijkte de 128 rally van Polistil. De asbak van Fiat dealer Ellens in Emmeloord droeg een beeltenis van een rode tweedeurs 128, eerste serie. En de 128 was mijn jaren zeventig autovaart der volkeren, de stap van de 127 naar de 128 was logisch. Het werd een GS, van Citroën, en dat heb ik mijn vader lang nagedragen. Ziek was ik er van, ik deed alsof de Citroën een Fiat was. Troostgedachte. Later kwam alles goed, mijn Citroën liefde schoot wortel, maar de 128 vergat ik nooit. Ik begeerde waar ik tot in lengte van jaren niet in meereed. Dus was mijn Rivette fietsje nog een paar jaar mijn 128. Een rally, want die had iets magisch. Tot op de dag van vandaag. Nog altijd top tien.

Eerste keer in 128.

Ik reed een paar keer met de echte 128. Die eerste keer, begin 1990, had iets magisch. Ik voelde waaróm ik zielsveel van de 128 hield. En nu ik dit schrijf voel ik het wéér. Het geluid, de rijdynamiek, die uiterst elegante vormgeving, dat sfeervolle interieur, zoals alleen Italianen een interieur sfeervol kunnen maken. De ruimte, de specifieke zit, het grote glasoppervlak, het zinnenprikkelende gevoel van de folder die ik van Ellens kreeg. De bovenkant van de achterruit die hoger stond dan de bovenkant van de zijruiten. Het kwam los. Die eerste 128 rit bevrijdde mij van ketenen, arm haren stonden recht overeind. Dat toeren grage 1100 blokje dat in de witte tweedeurs coach uit 1973 zat, ik voelde liefde voor eeuwig. En die voel ik nog steeds, het zwak zit diep. Ooit wil ik er één.

Revolutie en Golfslag

De 128. Het is een wonder als je er één in het straatbeeld tegenkomt. Maar hij is er nog steeds. Gekoesterd, geconserveerd en goed onderhouden door de echte liefhebber, die zich in een heel select gezelschap van andere adepten begeeft. De 128. Hij leefde, ondanks de slechte geloofsbrieven uit de eerste jaren, voort. Een briljant concept, een vormgeving die niemand onsympathiek kan vinden, niet alleen een basis voor diverse Italiaanse auto’s, maar ook voor de automobielindustrie binnen en buiten Europa. En die wist niet hoe snel ze de constructieve uitgangspunten van de 128 over moest nemen. De Fiat 128 veroorzaakte een Golfslag, die zijn weerga niet kende. Hij verdient respect, voor altijd.

 

 

contentbanner



Ook leuk om te lezen…


Nu in de winkel

Het decembernummer van Auto Motor Klassiek, met deze maand de restauratie door een vader en zoon van een felgele Simca 1100 Ti, die ook de omslag siert. De Ford Escort van Andreas van Zoelen, die de auto van zijn vader koestert. En die het ook nog eens tot televisiester heeft geschopt. 

En verder:

de reïncarnatie van een Porsche 914-6, reizen met en restaureren van een Mazda MX-5, rijden met diverse DAF’s, een Honda CB500 in jaren zeventig joggingpak, een Motobi 175 Catria Lusso en bijna dertig pagina’s korte berichten, verslagen, praktische tips, columns en korte typebeschrijvingen. Bovendien natuurlijk ook meer dan veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet verder aangeboden worden. Abonneer nu en bespaar bijna 40% per maand.
En ook nog:
Wings & Wheels
Opel Blitz treffen
Goodwood Revival Meeting
ClassicsNL Leeuwarden

4 Comments

  1. Egbert de Jonge

    15 augustus, 2019 at 10:47

    Heb met veel plezier een jaar of 4 een Fiat 128 gehad en veel mee beleefd, zelfgemaakt dubbele uitlaat eronder en achterste demper weglaten en de auto liep 15 km harder op zn top.

  2. BosT.J.M.

    30 juni, 2019 at 18:44

    Beste Eric, een,sedan is 4 deurs.Een tweedeurs sedan bestaat niet.
    Een 2 deurs noemen ze een coach! Verder een leuk artikel!

    • Erik van Putten

      1 juli, 2019 at 13:13

      Dank voor het compliment en de aanvulling. Uiteraard is een tweedeursversie geen sedan, maar een coach. Zo staat het nu ook in de tekst.

  3. Roland

    29 juni, 2019 at 22:15

    Mooi verhaal ben zelf nu in het bezit van een verwant van de Fiat een Lada 1200 uit 1972. Nog steeds als ik erin rijd is het een trip over memory land.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *