Column

Een soort feestdagen verhaal

By  | 

Heel lang geleden waren er in de aanloop naar de feestdagen ook natte, winderige dagen. In tijd had ik een Franse werkgever (de RVS tak Pechiney Ugine Kuhlmann). En als je voor Fransen werkt? Dan moet je goed Frans spreken.

Het kantoor van mijn toenmalige werkgever zat in Amsterdam. En in Amsterdam zat ook Het Maison Descartes, de Franse Culturele missiepost in 020. Daar gaven ze ook intensieve taalcursussen. Die waren inderdaad heel intensief.

Elke keer als ik terug reed naar mijn appartementje nabij Utrecht dacht ik zelfs nog in het Frans. Mijn Frans was zo goed nog niet. Maar ’s avonds op de terugweg naar huis stellen gedachten ook niet veel voor. Ik dacht wat aan de leuke receptioniste van het Maison Descartes.

Het was de laatste les voor de feestdagen geweest. Het regende hard, het stormde. Maar ik zat trots in mijn eerste ‘auto van de zaak’, een Ascona 1600S. En dat is de enige auto van alle auto’s die ik ooit heb gehad waar ik het kenteken nog van weet: HP-42-RT.

Op de A2 reed ik, om een uur of half elf, iets van 120. Ik werd strak ingehaald door iemand die aanzienlijk meer vertrouwen had in zijn rijkunsten tijdens slecht weer. Verder voor me zag ik kort daarop remlichten, een zwaaiende koplamplichtbundel en – ik was al lekker dichtbij gekomen intussen – een auto die achteruit een greppel in dook en daar op zijn rug kantelde.

Dan stop je met het denken in welke taal dan ook. Ik zette mijn Opel in de berm, rende naar de plaats waar de VW Kever op zijn rug in het ondiepe water lag. Kevers en schildpadden zijn reddeloos verloren als ze op hun rug liggen.

Ik stapte in het enkeldiepe water. Het lukte me de deur open te maken. In het licht van de voorbijrijdende auto’s zag ik vaag dat er iemand op handen en knieën op het dak zat. Een dame. Een dame die nogal overstuur was.

Het was gedoe en – letterlijk – gemodder om haar uit de auto te krijgen. Toen ik haar op de kant had was ik een van mijn Zweedse muilen kwijt. Er stopte een politieauto en de zaken begonnen wat meer structuur te krijgen. De dame werd onder andermans hoede genomen. Ik werd in de politieauto gehoord. Affijn. Ambulance. Iedereen die aanspreekbaar was wenste elkaar prettige feestdagen. Mooi.

Net in het nieuwe jaar kreeg ik een brief. Van de dame die ik uit de auto had gehaald. Over levens redden, en willen ontmoeten om te bedanken en te belonen. Ik had tijdens de klus niet erg op mijn vangst gelet. Maar als jonge romanticus zag ik er een mooi lijntje in: “Geredde prinses, beloning, top!”

Op het opgegeven adres trof ik een knappe weduwe die toen toch buiten mijn marges viel en een knappe zwangere alleenstaande dochter. Er waren van allerlei emoties. Maar ik stelde in elk geval een deel van mijn verwachtingen bij. Het leeftijdsverschil met de moeder was me wat te groot. En voor instant vaderschap voelde ik me nog te jong.

De beloning was een bloemstuk van vaste planten in een foeilelijke, oranje, plastic bak. Een poosje later maakte ik een afspraakje met de aardige receptioniste van het Maison Descartes. Deze zomer waren we dertig jaar getrouwd. Blij dat ik voor de goede Prinses heb gekozen…

De HP-42-RT

Hoe het loopt in het leven, dat weten we niet. Maar laten we er het beste van maken. Maar wat er met de HP-42-RT is gebeurd? Ach: er kwamen andere auto’s van de zaak, andere auto’s, klassiekers…

Feestdagen

Dolf Peeters, huurwoordenaar, automotive journalist, lid van de Heeren van Arnhem

5 Comments

  1. John

    28 december, 2018 at 19:32

    En op gas!

  2. Andries

    26 december, 2018 at 19:58

    Haha, je weet het kenteken nog…..

    • Dolf

      31 december, 2018 at 16:57

      Dat was omdat het mijn eerste kumpannie car was !

  3. Rene

    26 december, 2018 at 11:31

    Je weet ons weer te raken met je verhaal !

  4. Peter

    26 december, 2018 at 11:15

    Mooi verhaal 🙂

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

X
X