Historie

Een Fiat Uno. Die is klassiek genoeg

By  | 

Als we de wettelijke 25 jaarstermijn als klassiek hanteren, dan zitten we met een auto van 1992 al ruimschoots in een klassieker. Maar in de jaren negentig kwam er toch wel veel kunststof en elektronica aan boord. Gevoelsmatig zit dat niet zo lekker. Maar met een auto uit 1985? Daarmee kom je weg als klassieker liefhebber. Neem nu zo’n Fiat Uno.

De Uno, opvolger van de 127

In 1971 introduceerde fiat de 127. En dat werd zo’n verkoopsucces dat zelfs de altijd over enthousiaste Italianen er verbaasd over waren. Voor de opvolger deden de mensen uit Turijn dus extra hun best. De Uno werd ontworpen door Giorgetto Giugiaro’s ItalDesign. En in de voorbereiding van het traject werd een miljard euro geïnvesteerd. Ze robotiseerden zelfs een heel stuk van de productie van de Uno. De Uno’s werden in Italië gemaakt van 1983 tot 1995 terwijl de productie in andere landen nog bijna 20 jaar zou plaatsvinden tot de laatste Uno in 2013 in Brazilië werd gebouwd.

In Italië werd de Uno vanaf 1994 verkocht als Innocenti Mille en van november 1995 tot november 1997 (uit de Poolse productie) als Innocenti Mille Clip. In Brazilië werd van 1990 tot 2013 een instapversie verkocht als de Fiat Mille. . En met die aanpak maakten de fabrieken in Mirafiori en Rivalta dagelijks 2.200 Uno’s. En waar die allemaal gebleven zijn?

Een heleboel Uno’s

Fiat leverde Uno’s met motoren van 900 cc, 1,1- of 1,3 liter. De 900 cc is daarbij gewoon nog een stoterstangenblokje, de andere viercilinders hebben bovenliggende nokkenassen met tandriem aandrijving. Met het 900 blokje was zo’n Uno een stadsdrentelaartje. Met de 1116 cc 55 pk motor was het een best vlot karretje. Die 1100 , met zijn enkele Weber of Solex carburateur, was een extreem korteslag blok met een boring en slag van 80 x 55,5 mm. In tegenstellig tot wat je van een korte slag blok verwacht leverde die viercilinder zijn koppel al bij een laag toerental.

Met een gemeten topsnelheid van ruim 140 km/u was en is zo’n kleine Italiaan nog steeds geen sta in de weg in het verkeer. De vier- of vijfbak (de vijf is duidelijk een overdrive) was geen voorbeeld van precisie. Zeker als de olie nog koud was, moest er aardig wat kracht gebruikt worden om te schakelen. De schakelwegen zijn wel lekker kort.

Een best aardige wegligging

De Uno met voor onafhankelijke wielophanging met McPherson poten en achter een semi onafhankelijk ophangingssysteem. De korte wielbasis zorgt voor een wat knikkerig rijden over verkeersdrempels. Dat probleem is aangepakt door de vering en demping vrij soepel te houden. Al met al is zo’n Fiat Uno een best lekker rijdend wagentje. Met zijn onbekrachtigde tandheugel systeem stuurt de kleine Fiat lekker licht. De bediening van de verlichting en zo gebeurt ongeveer net als bij vroege Citroën BXsen met een paar satellieten die, ook weer net als een BX nogal wat gewenning vragen. Ook als bij de BX: de Uno heeft een enkele ruitenwisser.

Van spotgoedkoop tot best wel duur

De Uno’s zijn nooit gemaakt om als toekomstige klassiekers gekoesterd te worden. Het aanbod is dan ook niet gigantisch. Maar de prijzen blijven prettig laag. Denk aan omstreeks de € 1.000 voor een net standaard exemplaar met wat gebruikssporen. Voor de Fiat Uno Turbo’s liggen de prijzen heel anders. Voor zo’n pretdoosje uit omstreeks 1990 kan zomaar omstreeks de tien mille tot aan de 15.000 euro gevraagd worden als hij ZGAN is. En of dat teveel gevraagd is?

Met een turbo dus. Geen rijbewijs, maar een wapenvergunning

Dolf Peeters, huurwoordenaar, automotive journalist, lid van de Heeren van Arnhem

1 Comment

  1. jP

    18 maart, 2018 at 11:44

    Erg leuk stukje…
    Hier een FIAT(oer)Panda met een UNO 1.3 Turboblokkie:

    http://forum.fiatpandaclub.nl/viewtopic.php?t=7129

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

X
X