in

Downscalen: Vertederend en goedkoop

Vroeger? Toen reden we op ouwe motorfietsen. We hadden geen geld, maar wel schik en tijd. En dat er dingen stukgingen? Dat was niet te vermijden met die ouwe zooi die er nog niet over nagedacht had om klassiek te worden. Bovendien konden we sleutelen omdat we dat wel moesten kunnen. Nu bellen we de ANWB, toen liepen we een half uur tot dat we een huis met telefoonaansluiting hadden gevonden. Dan belde je niet je authorised dealer, maar een vriendje. Op die manier kwam er dan na een uur of drie wachten iemand met een cilinder, een zuiger en wat pakkingen. Plus een paar halve liters bier. De reparatie werd in de berm gedaan. De losgebroken cilinder werd in dezelfde berm achter gelaten.


Nu zijn we doorgaans iets minder arm dan toen

Maar onze ouwe motorfietsen zijn nu geheide klassiekers geworden. Ze zijn doorgaans herboren. En aardig wat geld waard geworden. Een ex-leger Harley zijklepper kocht je begin jaren zestig voor zo’n 150 gulden. Nu komt € 15.000 zomaar eerst.
Later kocht ik voor 500 gulden twee Russische M72’s. Voor een mooie M72 wordt nu ook al wel € 5.000 gevraagd. De tijd dat je voor 2.000 gulden een puike Honda CB750 K2 had ligt ook al achter ons.

Die Harley voor honderd daalders was trouwens een ding waar doorgaans een hoop aan gesleuteld werd. Maar in Utrecht zat een ‘Harley club’ waarvan de leden – armoedzaaiers zoals studenten en aspirant betonvlechters – zowat op hun motorfietsen leefden. De Harleys liepen op olie. Hun eigenaars op bier. En roken deden ze allebei evenveel. Motorblokken werden op jaarlijkse basis gereviseerd.

Daar zit hem nu het aardige verschil

Veel klassiekerrijders roken niet meer. Ze drinken Spa rood. En hun machines zijn zo goed voor elkaar dat ze er probleemloos op naar Zuid Frankrijk kunnen rijden. Zelfs als ze hun trots niet op de aanhanger mee op vakantie nemen. Dat naar Zuid Frankrijk rijden deden de jeugdige eigenaars vroeger ook wel. Alleen werd er onderweg veel gesleuteld. Soms eindigde de rit ter hoogte van luik. Dat was dan na een uur of acht rijden. Maar ach: in België was ook bier.

Wat we nu dus zien is dat klassieke motorfietsen gezocht zijn en dat mensen er serieus voor willen betalen. Maar dat alleen als zo’n feitelijk gepensioneerde tweewieler in topstaat is. Klassiekers ‘met werk’ zijn daarbij op zijn best matig gezocht. Of feitelijk gewoon niet gewenst. Dat is omdat potentiële kopers afgeschrikt worden door een doorleefd uiterlijk zolang dat niet geleverd is door een instant patina specialist. En als een klassieker er wat mottig of doorleefd uitziet, dan is de stellige verwachting dat hij dan ook technisch wel slecht zal zijn. En de lust en vaardigheid om in bermen te sleutelen is verleden tijd.

De tijd dat we in het zadel leefden en 20+D km per jaar reden is al geruime tijd voorbij

En met het huidige snelheidsregiem zullen onze klassiekers ook niet meer hoeven draven tot ze aan het gaatje zijn. Bovendien is de prijsstelling van de ‘lelijke eendjes’ verbijsterend veel vriendelijker dan van de mooiste zwanen.

Hoe nostalgisch moet het zijn?

Doorgaans zijn die verweesde klassiekers geen BMW’s, Harley’s of vroege Honda’s meer. Maar wat is er vertederender dan een ex-Oost-Duitse MZ met een Hausgemachte trekhaak en een aanhanger? Of een lichte of middenklasser Japanner uit de jaren tachtig of negentig? Daar wordt dan aanzienlijk minder dan € 1.000 voor gevraagd en de onderdelen om zo’n goed lopende machine optisch weer best mooi te maken? Die zijn volop leverbaar en niet duur. Maar je kunt ook geluk hebben en een echte klassieker in een foute jas te treffen. Want ergens is zo’n machine ooit ook gewoon een ‘zoveelste hands’ geweest in handen van een eigenaar die geen geld had of wilde investeren in een dure professionele spuitbeurt. Of iemand die een heel eigen smaak had.

Je moet alleen even de gedachtenstap uit je jeugd weer doen: “Hij kost weinig en geeft me de vrijheid”. Daarna zul je merken hoeveel aanspraak je van de vriendelijkste burgers hebt. Zonder dat het je de kop heeft gekost. Zonder de angst om je motorfiets neer te zetten omdat iemand hem wil stelen.

In 1961 gekocht voor 100 daalders. En ‘still going strong’

Dat repareer je onderweg. Nadat een vriendje een andere cilinder en zuiger heeft gebracht

Toen was motorrijden nog geen lifestyle dingetje. Nu met aanhanger voor minder dan 1.000 euro


Bevalt het u waarover we schrijven? Dit artikel werd u – net als al het andere dat u hier leest – gratis aangeboden. We doen niet aan premium artikelen, en willen dat ook niet gaan doen. Maar daarbij kunnen we wel uw hulp gebruiken. Abonneer u daarom op Auto Motor Klassiek. U krijgt dan ook nog eens elke maand een AMK in uw brievenbus. Dat kan via de link hierboven. Of doneer een gewenst bedrag via onze betaalpagina, via deze link en vermeld bij omschrijving donatie. Help ons de dagelijkse artikelen gratis te houden.


 

Een waardeloze V7 Sport. Want “Weet je wel wat dat kost om hem weer origineel te maken?” Dat was een niet ter zake doende vraag. Hij is toch mooi zo?
Originaliteit heeft zijn prijs. Dit is mogelijk een tikkie te ‘origineel’

 

7 Comments

Leave a Reply
  1. rij zelf hoofdzakelijk oud spul van voor ’87 waaronder gl500 ,gl1100 , r 100 , en moto guzzi v65. deze motoren zijn nog makkelijk zelf te onderhouden, wat moet je tegenwoordig met zoveel pk’s !!
    je mag toch bijna nergens meer gassen. tip voor diegene welke een oldtimer willen gaan rijden , neem iemand mee welke enige ervaring (weet waar de gebreken zitten) in jou geplande aankoop, scheelt een hoop ellende. je kunt beter een goede voor iets meer kopen , dan een schuurvondst ,

  2. Mwa. Een GL1100 (81-83) in patina staat maar met oerdegelijk blok kost m de kop niet. En originele koffers/kuip zijn voor nietveelgeld met wat zoekgeduld te krijgen, omdat veel “verbouwd” worden tot blote fiets. En veel door de roestige middenbok zakken.

    • Als het frame niet door geroest is, is dat een stijlvole topper. Maar met de leeftijd komen de gebreken. En niet alleen aan oude motorfietsen. Met mijn rug laveert een Guzzietje toch makkelijker.

  3. Bijna alles wat niet gewild is, is betaalbaar.
    Denk kleintje-Guzzi’s, Oostblokspul, kleintje-japanner.
    De gemeenschappelijke deler? Allen sub-500, dus “geen echte”..en dus niet gewild.
    Je moet immets wel wat ter compensatie hebben..;)

    • Het is blijkbaar niet anders. Ik heb 25 jaar grote ouwe Guzzies gereden. Toen ik de laatste moest laten inslapen liep ik tegen een V65 op. 50 pk uit 650 cc. Dat was vroeger een topwaarde voor een Triumph Bonneville. De V65 is tegenwoordig qua formaat een bromfiets. Maar ik heb er dikke schik mee, ook omdat de afmetingen en het gewicht erg 65+ er compatibel zijn. Toch eens kijken of ik ook nog tegen een leuke 350 op lop

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Mercedes Benz 280 SE 3.5 Coupé W111

Ford Mustang Boss 302

Ford Mustang Boss 302. geen klassieker, maar wel lekker en bijzonder