Column

Doorrijden op een klassieker

By  | 

Gisteren ging het over het ‘gewoon gebruiken van klassiekers’. Nu het herfstlicht een mooi weekend belooft, komt de herinnering aan alweer de vorige winter terug. Die viel ook helemaal onder ‘het gewoon doorrijden op dezelfde klassieker’.

Het is koud, nat en donker

Het stormt en er komen natte klodders sneeuw omlaag. Mijn verstralers prikken verwijtend in de witte smurrie. Het is kwart voor elf als in ’22.45 uur’. Ik ben moe en helemaal alleen onderweg en op twintig minuten van huis. En ik moet enorm plassen. Het water staat me tot de lippen, maar voordat ik in deze ellende achter vijf lagen textiel mijn kouwelijke onderduiker heb gevonden? Ik moet er niet aan denken en geef wat meer gas.

Er staat iemand met een lantaarn te zwaaien

Om de onzinnigheid van het systeem te bewijzen staat er om 22.45 in een natte sneeuwstorm een kompleet uitgerust alcohol- en papierencontrole team. De agente meldt me op beschuldigende toon dat ik in elk geval te hard reed. Mijn papieren, daar kan ik wel makkelijk bij. Ik geef haar mijn portefeuille en roep over mijn schouder: ”Natuurlijk ging ik te hard. Ik moet enorm piesen! Zo terug!”

Voordat alles weer prettig opgeborgen is duurt even

De wetsdienaars zitten allemaal weer in hun busje met dubbel beslagen ramen. De zijdeur staat open. Door mijn unieke, ’supersize me’ formaat vanwege een door mijn Difi thermo-overall afgetopte vijflaags verschijning is er geen kans dat ik erbij kan. Ik blijf dus wat gebogen naast het busje staan. De agente merkt nog steeds bozig op dat mijn plaspauze erg lang duurde. ”Vijf lagen kleding doorploeteren en dan met koude vingers een achteruit kruipende vluchteling te pakken zien te krijgen is moeilijk hoor! Als u dat sneller had gekund had u even mee moeten lopen. Volgens mij heeft u ook minder koude vingers.”

De agente wordt wat assertief

Een wat oudere manlijke collega geeft me mijn portefeuille terug en vraagt vriendelijk “Maar waarom ben je met dit rotweer onderweg op een ouwe motor? Een weddenschap of zo? Een bevalling. Ruzie thuis?” Ik wijs naar buiten. ”Nee hoor. Niks aan de hand. Het werd wat later dan ik dacht. Dat ding daarbuiten is gewoon mijn auto. Handig met files en zo.” De agent trekt een borstelige wenkbrauw op en zegt: “Met dit weer sta ik dan liever in de file.”

De agente meldt dat de in het scenario voorgeschreven blaastest nog niet heeft plaatsgevonden. De oudere agent vraagt vriendelijk: “Heeft u gedronken?” “Nog niet, maar als u nu een borrel voor me heeft graag.” “Dat moesten we maar niet doen, gaat u maar. Doe voorzichtig en een goede reis.” De agente corrigeert hem: “Maar deze meneer reed te hard en hij heeft nog niet geblazen.”

De opperwachtmeester kijkt zijn pup vaderlijk aan

“Een motorrijder die met dit weer onderweg is, is of heel dom of erg ervaren. En als deze heel dom was geweest had hij zich al veel eerder doodgereden. Hij heeft dus niet gedronken en reed alleen te hard omdat hij een plas moest doen.” Ik zet mijn helm op en doe mijn handschoenen aan. Als afscheid druk ik nog even op mijn claxonknop. De dubbele FIAMM’s geven hun hoogst illegale loei van 120+ dB(A). Mooi. Naar huis.

 

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

    3 Comments

    1. Maurice

      7 september, 2019 at 22:31

      Wat een prachtverhaal. Zo mooi plastisch geschreven.
      Even mijn ogen sluiten en ik zie alles voor mijn ogen gebeuren.
      Mooier kan niet!!

    2. Alfredo Conga

      7 september, 2019 at 20:50

      Hallo Dolf.

      Weer heerlijk (keer op keer weer) met een grote glimlach op m,n gezicht genoten van jouw verhaal !!

      Mvg,

      Alfredo.

    3. Henk Muileman

      7 september, 2019 at 20:13

      Een mooi verhaal weer! Reden om nu eindelijk eens een keer te zeggen: Dankjewel!

    Leave a Reply

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *