Historie

Opel Commodore 2500 GS

By  | 

De eerste Opel Commodore kwam in 1967 op de markt en was op aandringen van moederbedrijf GM heel Amerikaans gestileerd. De auto was voor een Opel bijna sensueel gewelfd.

We publiceren deze artikeltjes gratis, en willen dat natuurlijk ook blijven doen. Maar u begrijpt dat dat voor ons niet gratis is. Ondersteunt u dit initiatief en waardeert u het? Overweeg dan eens een abonnement op Auto Motor Klassiek. U helpt ons dan niet alleen de gratis initiatieven betaalbaar te houden, maar ontvangt als bonus ook nog eens elke keer een AMK in de bus. En u betaalt nog maar € 3,30 per nummer in plaats van € 4,99. Elke maand goed voor uren leesplezier.

De zes cilinder Rekords

De Opel Rekords waren al leverbaar met zescilinders in het vooronder, maar vanaf 1967 kregen ze dus hun eigen naam: Opel Commodore. En daarmee verloor Opel zijn Betuwse beschimping van ‘Elke l*l zijn eigen Opul’. Omdat de tijd er rijp voor was.

Zoek de verschillen

Alleen de kenners zagen – en zien – het verschil, want de Rekords en Commodores hadden nog altijd dezelfde carrosserieën. De zescilinder lijnmotor onder de kap van de Commodore kon in drie varianten worden geleverd: met 2.239 cc (95 pk); 2.490 cc (120/130 pk) en 2.784 cc (150 pk). Toch waren er wel meer verschillen tussen de Rekords en de Commodores dan alleen de motorisering. Want naast de andere motor was ook Opels optielijst volledig aangevinkt.

We gaan terug naar het eind van de jaren zestig

Alles veranderde. Alles kon. Alles mocht. Seks was nog veilig. Iedereen had lange haren en rookte wiet. En dertig pils op een avond omtikken was nog geen comazuipen, maar gewoon gezellig. In Vietnam waren de zaken nog lang niet op orde, maar Vietnam was toen ver weg. Er kwamen wankelmotors. Het was die tijdgeest die de mensen van Opel ertoe bracht de al bestaande Rekord zescilinderlijn om te dopen tot Commodores. Met die nieuwe naam kwam er ook een nieuw elan. Want het was Opels serieuze bedoeling met de Commodores, met de Opel Commodore GS, en wat later de GS/E, de mensen van BMW en Mercedes eens fijn slapeloze nachten te bezorgen.

Missie geslaagd

Dat deed Opel dus met de zescilinder 2,5 liter GS met zijn dubbele register valstromcarburateurs. Maar om de wereld duidelijk te maken wat voor topper die GS was moesten de looks van de nog steeds standaard Rekord koets ook serieus gepimpt worden. De GS kreeg sportieve 14 inch velgen met een Rostyle-achtige, in plaats van de 13 inch Rekord wielen, en een hele resem aan sierstrips inclusief de kenmerkende aluminiumstrip tussen de achterlichten, doorgaans een stel optionele verstralers en zijn kenmerkende vinyltop. Binnenshuis ging het er ook riant aan toe. Meer klokken dan menig Opelrijder zich kon voorstellen, een pook, een luxe interieur met fraaie houten afwerkingsdetails. Inclusief een sportstuur met houten rand. Met opgewaardeerde remmen en stabilisatoren was de GS zo een heel serieus beest waarmee je het de op de onbegrensde Autobahn de bestuurder van een Mercedes 280SE of BMW 2500 erg moeilijk kon maken.

Scherp geprijsd

Bovendien was zo’n Opel bijna een derde goedkoper dan de Benz. De GS/E die vanaf 1970 te koop was had Bosch-D-Jetronic inspuiting en een plus van nog eens twintig pk. Van 0-100 kon die Opel zelfs de strijd aan met een Porsche 911T. En hun bochtengedrag was vergelijkbaar spannend, maar bij de Opel veel goedmoediger.

Ach, wat maakt het uit?

En dat zo’n GS op volle draf nog wel eens een chroomdeel wilde verliezen en dat hij op topsnelheid niet erg koersvast meer was? Dat het tegen de 190 km/u op de teller wel erg lawaaiig werd in het interieur? Ach, dat was indertijd gewoon normaal. Ook bij zijn veel prijziger collega concurrenten. Net als het verbruik van 1 op 5 bij gevechtsinzet. Dit soort toppers van toen maakt heel duidelijk hoever het met de huidige automobiele ontwikkeling is gekomen.

 

Nu in de winkel, het julinummer

BMW 318i, Fiat 500 Abarth, Chevrolet Fleetmaster

Auto Motor Klassiek van juli ligt nu in de winkel. Dus snel naar de boekwinkel voor een nieuw nummer. Voor maar 4,99 een garantie voor zeker een paar uur leesplezier.

Lekker zomers prijkt op de omslag de BMW 318i cabriolet van Femko de Jong. Hij bracht de auto tot in perfectie. U leest er alles over in nummer 7.

Erg interessant vinden we zelf de ombouw van een Chevrolet Fleetmaster naar een custom. Dat is niet zomaar klakkeloos gedaan. Het was een echt ingrijpend project. Zelfs de klompen van de eigenaar moesten eraan geloven. Ook de restauratie van de Fiat 500 waarvan in dit nummer een verslag, zou je onder de noemer custom kunnen scharen. De auto was in erbarmelijke toestand, dus een intensieve restauratie volgde. Eigenaar Henrique Linde gaf er meteen een eigen 'Abarth'-draai aan. Wij vonden het resultaat meer dan geslaagd. Hendri Kampherbeek heeft zijn hart gegeven aan Peugeot. Zelfs wanneer deze voor de tweede keer onder handen moet worden genomen. Zijn Peugeot 405 mi16 kocht hij met een kapotte motor en na de restauratie was het weer bijna mis.

Natuurlijk worden alle auto- en motorverhalen weer voorafgegaan aan tientallen pagina's met korte berichten, vanaf praktische tips tot en met historie, klassiekers die we onderweg tegenkwamen en diverse columns waar het hebben van een klassieker, het sleutelen aan een klassieker en zelfs het hobbymatig handelen van klassiekers centraal staat. Bovendien natuurlijk ook rond de veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet eens aangeboden worden. Het perfecte leesvoer. Haal hem daarom snel in huis en neem alvast een abonnement, zodat u de volgende editie niet mist.

En verder ook nog:

  • Aprilia Moto 6.5 restauratie
  • Honda CB 550
  • Mercedes-Benz 600 Pullman
  • Herinnering aan Stirling Moss
  • Beleef de bevrijding deel 2

Meer over wat er in deze editie allemaal staat ziet u op onze pagina deze maand.

 

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *