Historie

De Mercedes SL klasse dus

By  | 

De Mercedes-Benz SL-klasse was in 1952 geïntroduceerd.

En waar de SL aanduiding eerst voor de meest sportieve Mercedessen ( of volgens kenners ‘Mercedi’) stond, daar evolueerde de aanduiding naar Snel en Luxe.

In Den Beginne

De SL klasse zoals die in april 1971 startte bestond uit de 350 SL en de 350 SLC. Die waren – geheel naar de smaak van het Amerikaanse publiek en de lokale ‘Bahnburner’ voorzien van V8 blokken. Die motoren waren ‘maar’ 3500 cc groot en leverden ‘slechts’ 200 pk. Maar het waren V8’s. Dus de toon was gezet.

 

Voor de States

Die Amerikanen waren dus gek op V8’s en cabriolets die zij ‘convertibles’ noemden. Maar de uitlaatsgasnormen waren er zo streng dat ze slecht uitvielen voor het vermogen van verbrandingsmotoren die er per definitie niet op zijn gemaakt om te functioneren op een mengsel van nauwelijks verrijkte lucht. Om toch wat vermogen uit de blokken te halen moest eer wat gedaan worden.

Daarom werd er voor de Amerikaanse markt een 4.5 liter V8 (M117) ontwikkeld, deze leverde 217 pk bij 5000 rpm en 360 Nm bij 3250 rpm. De eerste W107-modellen die met deze motor werden geleverd hadden een type plaatje 350SL(C) 4.5 maar vanaf november 1972 werd de officiële benaming 450SL en 450SLC . Vanwege het grote koppel van de motor werd deze standaard voorzien van een automatische transmissie en een handgeschakelde bak was niet meer optioneel leverbaar. In Europa werd de 450SL(C) pas in 1973 geïntroduceerd en de motor leverde hier 225 pk (5000 rpm) en 378 Nm (3000 rpm).


Lekker zuinig: de 280SL(C)

In verband met de oliecrisis van 1973 werd er bedacht om ook een zuiniger model op de markt te brengen. Dat werd de 280SL© met zijn zescilinder-lijnmotor van 185 pk (5000 rpm) en 238 Nm (4500 rpm). En die zuinigheid? Het verbruik lag gemiddeld op 1 op 8,5.

Dan waren er ook nog de 500 SL(C) , de 380 SL(C0), de 380 SL(C), de 450 SL en de 560 SL.

De 560 SL werd hier niet verkocht

Deze Mercedessen waren ongeacht hun motorisering geen sportwagens of brute geweldenaren. Het waren – en zijn – snelle, comfortabele reiswagens. Maar de Amerikaanse markt eiste anabolen.

Vergeleken met wat er voor de rest op motorengebied op de Amerikaanse markt aangeboden werd was hadden de Mercedes modellen echt te weinig spierballen. Daarom introduceerde  Mercedes in 1985 de 560SL . De 5.6 liter V8 motor in die krachtpatser leverde 227pk en 366Nm aan koppel. Dit 560 model was alleen leverbaar op de Amerikaanse, Australische en Japanse markt. En nu? Nu zien we ze hier ook! Gelukkig maar. Want met V8’s is het toch een beetje ‘des de groter, des te beter’. De vroege exemplaren zijn ook interessant, want die hebben nog de Europese bumpers. Ombouw naar die bumpers is overigens ook mogelijk.

Technisch onverwoestbaar

Motorisch zijn de dikke SL’s  onverwoestbaar, maar het spreekt voor zich dat een lagere gedocumenteerde kilometerstand altijd de voorkeur heeft. Bij normaal gebruik kunnen deze motoren makkelijk 500.000+ kilometer mee. De verschillen tussen exemplaren van voor en na 1985 zitten vooral in de elektronica. Daarbij geldt weer het  credo: Hoe minder elektronische slimmigheidjes, des te minder problemen. Toch is het in praktijk vaak alleen nodig de olie te verversen, de filters vervangen en af en toe een snaar vernieuwen.

De inspiratie van dit SL verhaaltje vonden we bij onze adverteerder Janita’s Classic Cars uit Dordrecht waar een indrukwekkend aanbod aan SL’s ter adoptie staat.

Denk bij de aanschaf van zo’n elegante krachtpatser aan bedragen vanaf 11500 tot 20.000 euro’s.

De onderdelenvoorziening is prima.
Er zijn voldoende MB specialisten

En het voorjaar komt er aan

‘As found’

suggestiebanner

Ook leuk om te lezen…

Nu in de winkel

Auto Motor Klassiek van februari ligt nu in de winkel met deze maand een uitgebreid artikel over de Taunus 12M P4 van Fokke Jansma uit Wijnjewoude. Een opmerkelijk goed geconserveerde klassieker, die een bijzondere ontwerpgeschiedenis heeft. We mochten ook rijden in een tot in het kleinste detail perfecte Triumph 2000 Roadster. Hoe dat aanvoelt? U leest het in het februarinummer. Mocht u ooit van plan zijn een Opel Senator aan te schaffen, dan is het goed dat u dit nummer in huis heeft, want Aart van der Haagen doet uitgebreid uit de doeken, waar u dan rekening mee moet houden. Het een en ander aan aankooptips vindt u ook bij het artikel over de Citroën Dyane. Een auto die we troffen met zijn eigenaar op een terras tijdens een werkoverleg.

En verder:

De restauratie van een Nimbus Model C en een Norton M50. Waarom er zo weinig Opels over zijn? Dat leest u ook in dit nummer. De liefhebberij van een in Spanje wonende Nederlander, die ook geldt als dé specialist voor de Fiat 130. En ook in dit nummer; bijna dertig pagina’s korte berichten, verslagen, praktische tips, columns en korte typebeschrijvingen. Bovendien natuurlijk ook meer dan veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet verder aangeboden worden.
ABONNEER NU EN MIS HET VOLGENDE NUMMER NIET MEER

Dolf Peeters

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

3 Comments

  1. Ruud

    5 april, 2019 at 19:13

    Ha, ha, 350cc is wel héél erg weinig. Typevoutje dus, moet 3500 zijn; 3,5 liter. Prima reiswagen inderdaad, bezit zelf een 450SL uit 1977

  2. Hans Steenbeek

    24 februari, 2019 at 21:00

    Bij Mercedes staat SL voor Sportlich und Leicht

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *