Bijzonder

De auto van mijn vader: De Austin ‘Champ’

By  | 

De Austin ‘Champ’

De Champ heette eigenlijk niet zo en was er geen. Maar binnen de familie werd het ding gewoon ‘de Jeep’ genoemd. Mijn vader had er voor gespaard, omdat bij als late puber de bevrijding had meegemaakt. Maar omdat hij eigenlijk geen automan, merkenkenner of techneut was, sloeg hij aan toen hij onderweg in de buurt van Barendrecht een hoop ‘Jeeps’ zag staan. Dat waren geen oorlogs Willys  Jeeps, maar Austins. De Amerikaanse Jeeps waren de oervaders van een nieuw ras. De jeepdroom van mijn vader werd dus ergens in de tweede helft van de jaren zestig waarheid. Hij kocht een Austin ‘Truck’ zoals het ding bedrijfsintern heette. Dat ‘Champ’ was een naam die in de ontwikkelingsfase – en later voor de circa 500 civiele exemplaren – werd gebruikt.

Een soort Jeep dus

In de naoorlogse jaren waren er heel wat fabrikanten die meenden dat zij het Jeep-concept verder zouden kunnen ontwikkelen om zo ook hun graantje van het geniale concept mee te kunnen pikken. Een daarvan was het Britse Austin, in die jaren nog een heel grote fabrikant van vracht- en personenauto’s. De Britten hadden de marginale hand en spandiensten van de Amerikanen en de Russen genadiglijk getolereerd terwijl zij bezig waren The Evil Empire te verslaan. Maar toen dat gebeurd was vond men in het hoofdeiland van het na de oorlog bijna failliete United Kingdom dat er toch iets beters moest komen dan de Amerikaanse Jeeps.

Maar dan niet uit Amerika

De regering vroeg wat offertes aan en Austin reageerde op een specificatie van het Britse leger voor een geavanceerder ontwerp van eigen bodem voor een soort Jeep+. Austin bouwde drie prototypen- the Nuffield Gutties – die bij tests bepaald niet overtuigden. De versie 2.0 werd sterk verbeterd. Onder andere door een onderstel dat werd ontworpen door Alex Issigonis, de man die eerder de Minor had ontworpen (en een paar jaar later de Mini zou scheppen). De verbeterde Britse ‘Jeep’ werd in een beperkte serie van 30 stuks gebouwd door Wolseley. Dat werden de ‘Wolseley Mudlarks’. Na uitgebreide tests kreeg Austin de opdracht tot de bouw van 15.000 stuks van deze nieuwe open wagens, die intern de naam Champ kreeg. Maar formeel Austin ‘Truck’ heette.

Met een Rolls-Royce blok

Dat voertuig kreeg een 2,8 liter grote Rolls-Royce B 40 vierpitter die net aan 80pk leverde. Die motoren kwamen in eerste instantie uit de fabrieken van Rolls-Royce. Later kwam de bulk van die motorblokken uit kostenoverwegingen als licentiebouw uit de fabriek van Austin zelf. Nog latere versies kregen de motor uit de Austin Atlantic. De productie liep lekker, maar de soldaten die met de Champ’s moesten rijden waren niet bepaald enthousiast.

Weinig comfortabel zo’n Champ

De open wagens reden echt als vrachtautootjes en boden weinig comfort. Al snel gaf het leger de voorkeur aan de domweg betere en meer comfortabele (!) Land Rovers. Die kostten het leger ook nog eens de helft van de prijs van een Champ en dat was in de jaren van teruggedraaide budgetten na het uitbreken van de vrede en de werderopbouw een zwaarwegend argument.

Een herinnering aan een Champ

Intussen is de familejeep als een eeuw geleden verkocht op de Utrechtse automarkt. Mijn vader is ook allang overleden. Maar voor zijn overlijden had hij nog een eerbetoon aan zijn oude Champ gemaakt… En die staat nu hier in mijn werkkamer. In het echt zijn er zo’n 4.000 gemaakt (van het contract voor 15.000 st).

Austin

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

    5 Comments

    1. Gerard Derksen

      1 februari, 2019 at 10:15

      Ik heb met interesse het verhaal over de Austin Champ gelezen. Er wordt geschreven dat een Landrover comfortabeler zou zijn. Zover ik weet had een Champ onafhankelijke wielophanging en schroefveren en stond juist bekend dat je juist relatief snel over onverharde wegen kon rijden waarbij het comfort vergeleken werd met dat van een Range Rover. Als ik het fout heb hoor ik dit graag.

      • Dolf Peeters

        4 februari, 2019 at 11:09

        Dag Gerard, Ik was te jong om er iets van te merken. Latere ervaringen in Land Rovers leerden me dat comfort maar iets objectiefs is :-)Maar uit oude verslagen in ons archief bleek dat ‘men’niet over het comfort was te spreken.

    2. Dolf

      29 januari, 2019 at 16:15

      Uit volle overtuiging huil ik met iedereen mee!

    3. JohsH

      28 januari, 2019 at 21:01

      Jammer die hij verkocht is destijds….

      • Peter

        29 januari, 2019 at 15:30

        Ach ja, bij ons is er een A ascona voyager op de sloop beland omdat de waterpomp kapot ging (en niet stoppen natuurlijk) en een NSU 1000 C voor 25 gulden naar de cross gegaan enz.

    Leave a Reply

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

    X
    X