Motoren

Boze BMW rijders

By  | 

Veel BMW liefhebbers hebben de fabrieksoriginaliteit van hun Beierse ros hoog in het vaandel staan. Er zijn er zelfs die in hun oprechte liefde voor het blauw-witte merk vrij fundamentalistisch zijn. En die groep BMW-rijders, want let wel: ze rijden doorgaans wel degelijk serieus, slaat soms woest schuimbekkend achterover bij het zien van een BMW tweeklepsboxer die getransformeerd is tot scrambler, bobber, caféracer of wat voor fantasievols ook.

We publiceren deze artikeltjes gratis, en willen dat natuurlijk ook blijven doen. Maar u begrijpt dat dat voor ons niet gratis is. Ondersteunt u dit initiatief en waardeert u het? Overweeg dan eens een abonnement op Auto Motor Klassiek. U helpt ons dan niet alleen de gratis initiatieven betaalbaar te houden, maar ontvangt als bonus ook nog eens elke keer een AMK in de bus. En u betaalt nog maar € 3,30 per nummer in plaats van € 4,99. Elke maand goed voor uren leesplezier.

Smaken verschillen

Nu zijn wij bij Auto Motor Klassiek mensen met zo goed als geen vooroordelen. Dus bij het zien van zo’n naar persoonlijke smaak gepimpte BMW bekijken we de zaak gewoon neutraal nieuwsgierig. Over smaak valt niet te twisten, maar er kan best goed en mooi werk geleverd worden. Naar onze ervaring bewijzen de meeste van die bastaard BMW’s te vaak dat de bouwer te weinig budget en technische kennis had. En vanuit die hoek snap je dan de hartekreet/reactie van een hard core BMW rijder: “Weer een goeie motorfiets verkloot!”

Goedkope onderdelen

Daar kunnen we ons iets bij indenken. Hoewel al dat ge-verbouw als pluspunt heeft dat het een milde stroom van originele en goedkope ‘BMW Originalteile’ als resultaat heeft. Want als zo’n Goddelijke bouwer beslist dat er onder zijn creatie Chinese blafpijpen moeten komen en dat hij daarom een set keurige originele uitlaatdempers voor 50 euro wegdoet? Wij kennen iemand die daarvan geniet.

Topkwaliteit als norm

Intussen waren de BMW /5-/7’s natuurlijk ongelooflijk goede en stijlvolle motoren. Als je hun kwaliteit vergelijkt met de nieuwe BMW’s met al hun recalls en ‘omdat het kan’ elektronica dan zou het een duidelijke keuze moeten zijn: ‘doe maar een ouwe’.

De BMW R75/5 begon zijn leven met 50 pk. Omdat de Beierse mannen met vierkante voorhoofden het wetenschappelijk hadden laten uitzoeken: Voor gebruik op de openbare weg is 50 DIN pk het veilige maximum. En het bewijs daarvoor zagen we vorig jaar nog in de Ardennen. De in een groepje moderne motoren meerijdende R75/6 kon de snelle jongens aardig bijhouden. Op een terras draaide de eigenaar ’s avonds een rustgevende tapse sigaret: “Ach, ze hebben het er maar druk mee. Ik rij gewoon constant volgas.” Simpel.

Optimale onderdelenvoorziening

Ook buiten de spullen die er uit verbouwingsprojecten komen is de onderdelenvoorziening van een tweeklepsboxer helemaal goed. Het onderhouds- en sleutelgemak is daarbij optimaal. Alleen Guzzi V twin rijders hoeven minder ver te bukken bij het kleppen stellen.

De R50/ is bubbling under

Natuurlijk is volgens de meest zuivere Hollandse traditie ‘Een zware je ware’. Maar intussen zijn er ook al slimmerds die de ondergemotoriseerde en ondergewaardeerde R50’s weten te waarderen. En in dat kader zijn er twee dingen waar: Er zit totaal geen gang in een R50, maar op toeren loopt hij door de kleinere heen en weer stuiterende massa’s van zijn zuigers eigenlijk mooier dan de dikkerds uit de familie. En ze zijn daarbij nog goedkoper ook.

Lekker origineel laten

Als je dan vanaf een terras naar zo’n ouwe boxer kijkt, dan kun je eigenlijk maar één ding concluderen: Het verbouwen van een BMW tweeklepsboxer is inderdaad jammer. Deze machines zijn zo doordacht, en op een sobere manier zo mooi, dat je wel van heel goede huize moet komen om ze beter of mooier te maken. En gelukkig zijn die mensen er ook.

Maar een gewoon ervaren, doorleefde Boxer? Die verdient het om in elk geval technisch en optisch in orde gehouden te worden. Zelfs als hij niet helemaal meer is zoals hij uit de showroom kwam. Zoals de witte R100 die een heel stel Tour de Frances heeft mee gereden.

Ook interessant om te lezen:
BMW prijzen en originaliteit. Alles moet kloppen
BMW K1, kan het gekker?
‘Blauwtje’: Een heel bijzondere BMW R45
BMW /5. Heel betrouwbaar
BMW’s topmodel: De BMW R69S (1960-1969)

Een oudediende
Een gekoesterde R100RT
Zoveel denkwerk moet je eigenlijk respecteren

 

Nu in de winkel, het julinummer

BMW 318i, Fiat 500 Abarth, Chevrolet Fleetmaster

Auto Motor Klassiek van juli ligt nu in de winkel. Dus snel naar de boekwinkel voor een nieuw nummer. Voor maar 4,99 een garantie voor zeker een paar uur leesplezier.

Lekker zomers prijkt op de omslag de BMW 318i cabriolet van Femko de Jong. Hij bracht de auto tot in perfectie. U leest er alles over in nummer 7.

Erg interessant vinden we zelf de ombouw van een Chevrolet Fleetmaster naar een custom. Dat is niet zomaar klakkeloos gedaan. Het was een echt ingrijpend project. Zelfs de klompen van de eigenaar moesten eraan geloven. Ook de restauratie van de Fiat 500 waarvan in dit nummer een verslag, zou je onder de noemer custom kunnen scharen. De auto was in erbarmelijke toestand, dus een intensieve restauratie volgde. Eigenaar Henrique Linde gaf er meteen een eigen 'Abarth'-draai aan. Wij vonden het resultaat meer dan geslaagd. Hendri Kampherbeek heeft zijn hart gegeven aan Peugeot. Zelfs wanneer deze voor de tweede keer onder handen moet worden genomen. Zijn Peugeot 405 mi16 kocht hij met een kapotte motor en na de restauratie was het weer bijna mis.

Natuurlijk worden alle auto- en motorverhalen weer voorafgegaan aan tientallen pagina's met korte berichten, vanaf praktische tips tot en met historie, klassiekers die we onderweg tegenkwamen en diverse columns waar het hebben van een klassieker, het sleutelen aan een klassieker en zelfs het hobbymatig handelen van klassiekers centraal staat. Bovendien natuurlijk ook rond de veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet eens aangeboden worden. Het perfecte leesvoer. Haal hem daarom snel in huis en neem alvast een abonnement, zodat u de volgende editie niet mist.

En verder ook nog:

  • Aprilia Moto 6.5 restauratie
  • Honda CB 550
  • Mercedes-Benz 600 Pullman
  • Herinnering aan Stirling Moss
  • Beleef de bevrijding deel 2

Meer over wat er in deze editie allemaal staat ziet u op onze pagina deze maand.

 

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

4 Comments

  1. Dolf van Dijk

    24 juni, 2020 at 13:12

    Begrijpelijk, dat sommige BMW-liefhebbers puristen zijn.
    Maar zelf rij ik al 51 jaar BMW, en ga niet mee in die blindmakende BMW-gekte.
    De laatste 10 jaar rij ik een gebruikte R100RS met kickstarter (dus de 1e serie van ’77), en dat was aanvankelijk geen onverdeeld genoegen. Het smalle & laag geplaatste racestuurtje met de ongelukkig geplaatste budyseat waren aanslag op mijn rug. Alleen dik boven de 100 km/h was dat enigszins comfortabel. Ik reed er in het begin eens flink hard mee in Duitsland, in no time overschreed ik de 180. Subiet liet ik het gas maar los omdat ik het bijna in mijn broek deed door de smal wordende snelweg en het beestachtig geweld dat onderuit de machine aanzwelde. Ik geloofde het verder wel dat die 200 er uit zou komen. Het bewijs hoefde niet.
    Maar ik ontdekte ook dat bij normaal toergebruik het motorblok bloedheet werd, dus weg met die stroomlijnbeplating rond de cilinders. En ook weg met die buddyseat en het lage racestuurtje, en ’n luchtgeveerd en gedempt HD-politiezadel erop, plus het stuurtje omhoog door langere uithouders.
    Natuurlijk gruwen puristen hiervan maar ik zit er op als ’n vorst.
    Toen ik ‘m kocht leek het de vuilverbranding wel, zoveel rook kwam er uit ’n uitlaat. Na een hoon door de cilinders, een set nieuwe zuigerveren erin, de kleppen en zittingen beetgepakt en de carburateurs schoongemaakt loopt ie oor- en oogstrelend olievrij.
    Ik weet dat ik niet op de mooiste R100RS rij, maar het is wel een van de allereersten en ook nog de mijne.
    Hallo puristen: put that in your pipe and smoke it !

  2. Maurice

    23 juni, 2020 at 22:05

    Mijn trouwe vazal Blauwtje heeft krachtbronmatig wel een kleine verbouwing ondergaan. Zelfs voor de geoefende BMW kenner is de omvang van de operatie maar moeilijk uiterlijk zichtbaar. Ok ok….die extra bougies in de koppen en de gemodificeerde balanspijpen in de uitlaat. De noodzakelijk geworden oliekoeler is de kers op de taart. Maar dat is het ook eigenlijk zo’n beetje. Uiterlijk is er niets bewust verbouwd en oogt hij nog erg merktrouw. En stiekem…..vind ik dat dat ook zo moet blijven. Ik ga voor de go en niet voor de show. Dat de ooit amechtige 27pk boxer nu heel serieus met het verkeer meedoet is het geweldige resultaat. En dat met een fors lager brandstofverbruik dan voorheen. Dit zou zelfs de verantwoordelijk milieuminister een glimlach van oor tot oor op zijn gezicht moeten toveren

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *