Bijzonder

Binnenkort in AutoMotorKlassiek: De Triumph Paladijn

By  | 

In 1971 las ik in mijn op krantenpapier gedrukte lijfblad ‘Motor’ over de motor die mijn leven veranderde: De Paladijn, de schepping van Ab van Ginhoven. Hoewel Ab van Ginhoven een volbloed techneut was, was romantiek hem blijkbaar niet vreemd. Hij noemde zijn nieuwe aanwinst immers ‘Paladijn’. En een paladijn, dat was een soort huurling voor nobele zaken. Maar waarom had dat ding die die waanzinnig lange inlaatkelken? In het archief van wat ooit Weekblad Motor was vond ik nog wat informatie. En daarna werd de Paladijn gevonden.

De Paladijn nu

De Paladijn staat nu in Den Haag. Ghisbert van Ginhoven heeft hem van zijn vader geërfd. Bouten en moeren en andere onbeschermde stalen dingen en dingetjes hebben een vertederend laagje vliegroest. Het chroom is net aangeslagen, maar niet echt aangetast. Het nose cone topkuipje heeft in zijn romige basiskleur de echte zestiger jaren porno glitters. De manier waar op de gaskabels zijn gesiameesd om de bediening van de gasschuiven zo synchroon mogelijk te houden is vertederend 1.0, maar wel doordacht en effectief.

 

Organisch gegroeid

Het is heel duidelijk te zien dat de motorfiets ambachtelijk en organisch gegroeid is. Het zitje is rank en heeft aan de achterkant ter verduidelijking een ‘Triumph’ tankembleem. Nog zo’n subtiel detail: aan de binnenkant van de schuin afgezaagde, enorm lange, inlaatkelken is uit de vrije hand ‘Paladijn’ geschilderd. En het tuimelschakelaartje voor de ontsteking links onder het zadel? Dat heeft de heldere aanduiding ‘aan’ en ‘uit’ en lijkt direct van een bureaulampje uit de sixties te komen Wat opvalt, dat is de bizarre lengte van de inlaattrajecten. De afstand tussen kop en de 32 mm Amal Concentrics is 42 centimeter.

Plus 6 pk

Op de rollenbank leverde het extreme inlaatsysteem een winst van 6 pk op. Het uitlaatsysteem ziet er ook uit alsof er ook zwaar over nagedacht is. In een tijd dat de computers nog niet eens op stoom liepen moest al dat gedenk onderbouwd worden met heel veel rekenwerk met de rekenliniaal, op ruitjespapier en runs op de rollenbank. De Paladijn bleef Ab’s ‘werk in uitvoering´. Tunen gebeurt nu softwarematig. En Ab’s zoon Ghisbert van Ginhoven verdient een generatie verder zijn brood met dezelfde onderzoeksdrang en hang naar perfectionisme. Hij is ook een tuner, maar dan een tuner 2.0. Zijn laptop is zijn gereedschap. En dan denk je toch onwillekeurig over appels die niet ver van hun bomen vallen. En het plan om de Paladijn weer te laten draven? Dat staat al in de steigers.

De realiteit valt soms tegen

Als motorpuppie was ik gebiologeerd door de enorm lange, schuin afgezaagde inlaatconussen van de Paladijn. Toen ik veel later het geluk had Ab van Ginhoven te treffen vroeg ik hem naar het hoe en waarom van die magistrale constructie. De vorm had een heel basale reden: Het inlaattraject had een optimaal berekende lengte. Die lengte was zo groot dat de zaak om ondersteuning aan het uiteinde vroeg om ‘doorhangen’ te voorkomen. Door de kelken gewoon ‘erg lang’ te maken en ze vanaf het begin van hun werkzame kant, het stuk kelk met de groots gewenste diameter, schuin af te zagen zorgden de lange, schuine lippen voor montage steunpunten op de achterste montagebeugels van de uitlaatdempers. Hoeveel simpeler kan het zijn?

 

De Paladijn is een stuk motor geschiedenis. En binnenkort komt het complete verhaal over die Paladijn in AutoMotorKlassiek. AMK is het grootste klassiekerblad in het Nederlands taalgebied. En een abonnement is spotgoedkoop!

 

 

Dolf Peeters, huurwoordenaar, automotive journalist, lid van de Heeren van Arnhem

2 Comments

  1. Jaak Eijkelenberg

    3 oktober, 2018 at 13:32

    Leuk verhaal nog leuker lijkt het mij om de eigenaar en/of bouwer te ontmoeten :-).

  2. Wim van Ginhoven

    27 september, 2018 at 23:33

    Leuk om paladijn weer eens te zien, leuk verhaal!

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

X
X