Nieuws

Austin-Healey 100/6 – Hoe gek moet je zijn?

By  | 

Bij het restaureren van een klassieker is het altijd verstandig toch meer dan een beetje een kostenplaatje te maken om de realiteit niet uit het oog te verliezen. Het voltooien van de klus kost altijd meer dan verwacht. Vandaar dat er verschrikkelijk veel van die half voltooide ‘gebakjes’ in schuren veelal decennia lang staan te wachten op het einde. Dat is vaak de Oud IJzer ‘specialist’, want niemand ziet er nog een gat in. Dat is ook het gevoel dat wij kregen bij het aanschouwen van de hierbij afgebeelde, in het Britse Nuneaton getraceerde Austin-Healey 100/6 waarvan de verkopende partij dacht dat-ie uit 1957 dateerde. Links gestuurd, een vaag chassisnummer en geen enkel identiteitspapiertje erbij… De vorige eigenaar – misschien eigenaren? – had er aardig aan zitten knoeien. Zowel aan het chassis als wel de koets. Géén motor, géén versnellingsbak, hele stukken plaatwerk aan voor- en achterzijde ontbraken, geen enkel stuk van het interieur te vinden. Dus eigenlijk reddeloos verloren, in ieder geval nóóit meer economisch verantwoord te restaureren. Eigenlijk zouden slechts enkele onderdelen nog gebruikt kunnen worden om een andere Healey in leven te houden… Met droge ogen wilde de eigenaar er nog 5 mille voor hebben. Yes, in Britse ponden. Dat bedrag is vanwege de sterk gedegradeerde waarde (…) van de euro te vermenigvuldigen met 1,3. Serieus geld dus…, zelfs véél teveel voor alleen de onderdelen.

Hoe denk jij erover? Ik hoor het graag!

X
X