Bijzonder

Alvis. Van alle markten thuis

By  | 

Alvis was een Engels sportwagen- en vrachtwagenmerk. Het merk is in 1919 in Coventry opgericht door Thomas George John. In eerste instantie startte het bedrijfje als machinefabriek, maar al in 1920 werd de eerste personenauto gebouwd.

Alvis leverde net zoals zoveel autofabrikanten de rollende onderstellen. De koetswerken voor die rollende Alvis chassis’ werden gebouwd door bekende carrosseriebouwers, zoals Cross & Ellis, Charlesworth, Vanden Plas, Mulliner, Park Ward en Graber.

De eindtijd voor Alvis

De Alvis Three Liter-serie IV, TF21, een opgewaardeerde versie van de TE21 van 1963, werd aangekondigd op de autosalon van Genève in maart 1966 en bleef in productie tot 1967. Het was het laatste model dat Alvis Cars produceerde. De beperkingen van de fabriek waren toen al duidelijk. Uiterlijk was de auto hetzelfde als de TE21, maar er waren enkele wijzigingen aan de ophanging, en aan de binnenkant waren de instrumenten overzichtelijker geplaatst. Uit Engels mystieke  overwegingen bleef de af te lossen TE21 overigens op bestelling leverbaar tot 1967.

De 2993 cc-motor, die voor het eerst gebruikt werd in de 1950 TA21, had meer spierballen gekregen door drie SU-carburateurs te krijgen en leverde 150 pk bij 4750 tpm, waardoor de auto een topsnelheid van dik 190 km/u haalde. Op transmissiegebied was er keuze uit een automatische of vijfversnellingsbak van ZF beschikbaar.

Het chassis en de ophanging bleven ongewijzigd met spiraalveren aan de voorkant en bladveren aan de achterkant. De Alvis had rondom schijfremmen en een bekrachtigd kogelkringloop stuursysteem.

The end

Het vuur onder de frieten HERSTEL: fish and chips ging uit in Coventry. In augustus 1967 werd aangekondigd dat de productie van de Al Ward 3 liter met Park Ward was gestopt. De hartveroverende originele Alvis TF21 Automaat Park Ward FHC, bouwjaar 1966. Vonden wij in Zelhem bij Sander Buitink. Het is er eentje van de  slechts 106 gemaakte exemplaren.

Ook leuk

Alvis deed ook veel in vracht- en militaire voertuigen. Het meest onwaarschijnlijke fenomeel uit die arbeid staat mijlenver af van de schoonheid van de auto in Zelhem. De Stalwart was een lompe, zeswielige amfibische doos met de onverwachte neiging tot zo snel zinken dat de inzittenden niet door het dakluik konden ontvluchten. Ook onderhoudstechnisch zette de ‘Stallie’ nieuwe Olympische normen. Het meest interessant was de motorisering van deze mastodonten.

Powered by Rolls-Royce

De gemonteerde Rolls-Royce benzinemotor had acht cilinders en een cilinderinhoud van 6,5 liter. Het vermogen was 220 pk bij 3.000 toeren per minuut. Het benzineverbruik was met circa 80 liter per 100 kilometer op de weg de droom van elke Airmilespaarder. In het water werd zo’n  Stalwart aangedreven door waterjets. Met volle brandstoftanks, 455 liter, kon een afstand van krap 500 kilometer worden afgelegd. De motor en benzinetanks lagen onder het laadgedeelte van het voertuig. Deze locatie maakte het motoronderhoud moeilijk en het voertuig brandgevaarlijk. In Noordoost Nederland heeft een kennis van ons er nog een stuk of tien staan. Plus een stel nieuwe RR achtcilinders op stevige pallets. Hij heeft ze jaren geleden in een opwelling gekocht. Gelukkig staan ze niet in de weg.

Maar als u nog in de markt bent voor Rolls-Royce B-81 Mk.8B blokken, dan kunt u Theus contacten. Want hij verkoopt zijn Stalwarts nu eenmaal het liefst met Cummins V8 diesels. Daar heeft hij er ook een stel van liggen…

Alvis

Alvis

De Alvis Stalwart

Stalwarts in Groningen

Een Yamaha XS 650 blok van 1015 cc is de moeite van de rit naar Oost Groningen waard. Zelfs als dat stuk Nederland gevoelsmatig ter hoogte van Leningrad ligt. Op een rommelig boerenerf was een grote man in een vuile overall bezig een enorm oud legervoertuig te verwennen met een gigantische vetspuit. “Het is een Stalwart” sprak hij met een onnavolgbaar accent. “Een amfibie. Achter heb ik er nog zes staan. Ze waren goedkoop.”

“Deze is net verkocht. Kom, ik moet eerst even een proefrit maken, daarna praten we verder.” De zeswielige Stalwart bleek een soort apenrots om te beklimmen. Instappen gebeurde door twee dakluiken. In de cockpit zaten onwaarschijnlijk veel meters, knoppen en hendels. “Hij weegt 9 ton er zit een Rolls-Royce achtcilinder lijnmotor van 6,5 liter in.” We verlieten het erf af en reden langs de dijk. “We gaan niet te water. Want dan moet je alle olie verversen en alle smeerpunten nalopen. Eigenlijk had ik niet moeten proefrijden ook. De dingen gaan telkens stuk. En 1 op 1 lopen doen ze ook nog eens,“ mopperde de Viking.

Blijkbaar combineerden deze groene giganten op uniek Britse wijze een extreme onderhoudsgevoeligheid en een absoluut mensonvriendelijke gebruiksvriendelijkheid aan een enorme onbetrouwbaarheid en de neiging tot zinken zonder ontsnappingsmogelijkheid. Terug op het erf was het eerst tijd voor een paar boterhammen met kaas en mokken opgewarmde koffie. Daarna zouden we over Yamahablokken praten.

Maar er kwam een stamgenoot in een Dodge WD pickup het erf oprijden en er werden onverstaanbare dingen geregeld. Vervolgens kwam er nog een Brabantse vriendenclub van 6 man naar een andere Stalwart kijken. Dat gesprek werd gestoord omdat er twee jonge Poolse dames in een wat ouder Golfje de weg kwamen vragen. De dames zaten blijkbaar in de persoonlijke dienstverleningshoek en de aandacht van de vriendenclub verlegde zich soepel van lomp en oud naar jong en rank.

Eindelijk was er tijd voor het getunede Yamahablok. Er lag nog meer oud zijspancross spul in de schuur. Mijn gastheer droomde weg over vroeger en besloot de spullen toch maar niet te verkopen. Op mijn opmerking dat ik niet voor zo’n conclusie naar de rand van de wereld was gereisd keek de oermens me begrijpend aan. Hij zag een oplossing voor het mogelijke probleem en was niet op een harde confrontatie uit.

“Okee, dan betaal ik je benzine en geef ik je een fles drank mee. En je hebt in een Stalwart gereden. Goed?“ “Goed!” Zo worden problemen opgelost. De drank was zelfgestookt en zat in een plasic anderhalve liter Cola fles. ’s Avonds had ik zelf bezoek. Ik schonk in en we proostten op alle unieke oosterlingen. “Hoppa!” Ons tandvlees krulde op tot in onze nekken. Het atoomwater bleef in een nagloeiende plas achter onze navels staan. Hijgend uitademen in de richting van de kaars op tafel resulteerde in een steekvlam. In onze monden hadden we de nasmaak van verschroeid tandvlees, raketbrandstof en een vleugje goudreinettes. Drank maakt meer… Nou ja. Laat maar.

 



contentbanner

Nu in de winkel

Het novembernummer van Auto Motor Klassiek, met deze maand onder andere restauratieverslagen van de NSU Prinz, b en een Rabeneick prototype. Heel bijzonder is de Honda City, sowieso bijna niet gezien in Europa en deze is ook nog eens nieuw.

En verder:

  • Rover P5B Coupé
  • Laverda RGS
  • Shelter en andere dwergauto’s
  • 40 jaar Lancia Delta
  • Oldtimer en Classic Cars Leek

En meer dan 25 pagina's nieuws, technische tips, evenementenverslagen, previews en ruim 40 pagina's oldtimers te koop. Abonneer nu en bespaar bijna 40% per maand.

Dolf Peeters

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

    5 Comments

    1. Charles

      20 juni, 2019 at 03:59

      Wat een avontuur zeg. Weer veel geleerd ook, bedankt!

      Overigens maakte Alvis ook een vliegtuigmotor, de Alvis Leonides negenpitter in de 500 pk klasse. Deze van opzichtige stoterstangen voorziene stermotor werd mede gehuisvest in de Percival Provost (ook British), mogelijk het lelijkste vliegtuig (nou ja, ‘mooi van lelijkheid’ klinkt sympathieker) waarin RAF-cadetten ooit de beginselen van militair vliegen werd bijgebracht. Vermoedelijk was de container met ‘schoonheid’ na het bouwen van zoveel Spitfires uitgeput…..

    2. Nick van Vulpen

      14 juni, 2019 at 13:02

      Heb me te barsten gelachen, wat een verhaal…..

    3. joop

      13 juni, 2019 at 18:55

      Leuk verhaal en bedankt, Joop van Egmond Plano Texas USA

      Joop_dutch@yahoo.com http://www.classiccarsinplano.com

    4. Chris Oomen

      13 juni, 2019 at 07:44

      Ik weet, dat het niet meevalt steeds iets nieuws te verzinnen, maar dit verhaal heb ik al eens gelezen.

      • Dolf Peeters

        13 juni, 2019 at 11:05

        Een goed geheugen is een zegen! Maar in dit geval was het expres hoor. De link tussen die twee werelden van verschil vond ik te leuk om te laten lopen

    Leave a Reply

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *