Autosport

90 jaar Mille Miglia. Deel twee. De naoorlogse geschiedenis.

By  | 

Van 18 tot en met 21 mei wordt de Mille Miglia Storico verreden. Het is een recreatief eerbetoon aan de historische Brescia-Rome-Brescia race. Dit jaar staan wij in een tweeluik stil bij de Italiaanse 1000-mijlen race. De reden daarvoor is speciaal, want dit jaar viert de Mille Miglia haar 90e verjaardag. Vandaag beschrijven wij de naoorlogse geschiedenis van deze beroemde en beruchte race, die tegenwoordig als recreatieve race wordt verreden.

We publiceren deze artikeltjes gratis, en willen dat natuurlijk ook blijven doen. Maar u begrijpt dat dat voor ons niet gratis is. Ondersteunt u dit initiatief en waardeert u het? Overweeg dan eens een abonnement op Auto Motor Klassiek. U helpt ons dan niet alleen de gratis initiatieven betaalbaar te houden, maar ontvangt als bonus ook nog eens elke keer een AMK in de bus. En u betaalt nog maar € 3,30 per nummer in plaats van € 4,99. Elke maand goed voor uren leesplezier.

In 1947 vond de wederopstanding van de Mille Miglia plaats. De organisatie besloot tot een naamswijziging. De 1000 mijlsrace heette nu (met uitzondering van de editie in 1950; die heette {Mille Miglia del 1950 per la Coppa Franco Mazzotti}) officieel Mille Miglia Coppa “Franco Mazzotti”. Mazzotti was in de jaren twintig- zoals vermeld- één van de grondleggers van de historische race. In de volksmond bleef de race overigens altijd {Mille Miglia} heten.

Rijrichting verandert

Tevens vond er nóg een wijziging plaats: de routerichting werd veranderd van {tegen de klok} naar {met de klok mee}. Verder week de “achtvorm” om plaats te maken voor een “rond” parcours. In beide gevallen gold dat de Mille Miglia niet ieder jaar dezelfde plaatsen aandeed: regelmatig werd de route veranderd. De eerste editie van na de Tweede Wereldoorlog werd wederom op naam geschreven door Alfa Romeo. Clemente Biondetti (Mille Miglia koning met vier zeges) wist met maatje Emilio Romano met een 8C 2900 Berlinetta te winnen.

Ferrari dominantie

Hierna begon de dominantie van Ferrari. Dat won vanaf 1948 -met uitzondering van de jaren 1954 (Lancia, Alberto Ascari) en 1955 (Mercedes-Benz, Stirling Moss)- alle wedstrijdedities . Verder telde de wedstrijd vanaf 1953 mee voor het Wereldkampioenschap. Die status ontstond in een tijdperk waarin de races steeds gevaarlijker van karakter werden. De vermogens van de bolides namen toe en de grenzen werden steeds verder verlegd.

Ongevallen en einde van officiële race

Uiteindelijk zetten een paar fatale gebeurtenissen in 1957 een streep onder de Mille Miglia. Op 12 mei 1957 crashte Alfonso de Portago met zijn Ferrari. Co-piloot Eduard Nelson overleefde het ongeval eveneens niet, net als tien toeschouwers. Ook de Nederlander Joseph Göttgens overleefde de Mille Miglia van 1957 niet. Hij crashte met zijn Triumph TR3. De gebeurtenissen waren onder anderen voor de kerk aanleiding om aan te dringen op het einde van de historische en roemruchte race.

Alternatieven

Van 1958 tot en met 1961 werd er een alternatieve Mille Miglia verreden, maar deze stond niet in de schaduw van {het origineel}. In 1967, veertig jaar na de start van de duizend mijlen race, werd rond Brescia opnieuw een rally gereden met wagens uit de vooroorlogse Mille Miglia. Nadat in 1977 de route nogmaals werd verreden duurde het weer vijf jaar voordat de aloude Mille Miglia uiteindelijk bijna jaarlijks- in recreatieve vorm- terug zou keren.

Mille Miglia terug op de kaart sinds 1982

Sinds 1982 wordt ongeveer jaarlijks een race georganiseerd voor alle modellen die gebouwd zijn tussen 1927 en 1957. Net als vroeger voert de route van Brescia naar Rome, om vanuit de Italiaanse hoofdstad weer terug te rijden naar Brescia. De race kent voornamelijk een recreatief karakter, maar is nog altijd bijzonder majestueus. Een streng toelatingsbeleid zorgt ervoor dat er uitsluitend authentieke auto’s aan de start verschijnen, die bij voorkeur ook meegedaan hebben aan de oude Mille Miglia’s. En regelmatig maken grote coureurs hun opwachting binnen het hedendaagse high society evenement. De Mille Miglia Storico- zoals de race nu heet- kent dus een andere invalshoek dan vroeger. Ondanks dát gegeven legt het heden de geheimen van de magie van het Mille Miglia {verleden} glaszuiver bloot.

 

Nu in de winkel, het augustusnummer

Auto Motor Klassiek van augustus ligt nu in de winkel. Voor maar 4,99 een garantie voor zeker een paar uur leesplezier.

Deze maand een mooie opvallende omslag. De Opel Rekord die Erwin Roosink een paar jaar geleden kocht in slechte staat en volledig restaureerde. Waarna hij als fan van de Dukes of Hazzard aan het uiterlijk van zijn Rekord een eigen draai gaf.

Verder in dit nummer:

  • Fiat 850 Familiare die na een halve eeuw overging naar de tweede eigenaar, die vervolgens beloofde de volgende halve eeuw er goed voor te zorgen.
  • Suzuki GS1000 die in de eind jaren zeventig een nieuw hoofdstuk vormde in de betrouwbaarheid en rij-eigenschappen van de Japanse supersports.
  • De Volvo 340 GL is dan misschien wel geen uniek type auto, maar met zijn 58.000 kilometer op de teller, is de inmiddels 33 jarige klassieker wel in unieke staat.
  • In het praktjkartikel leren interieur opknappen wordt een uitgedroogd leren interieur weer mooi gemaakt.
  • De Toyota Corolla Coupé GT Twin Cam 16 is de laatste tien jaar behoorlijk in populariteit gestegen. Reden voor ons er eens een reportage aan te wagen. We vonden een mooi exemplaar.
  • BMW R100 Mono. In vergelijking met een R69S of een R90S heb je zo’n ‘nieuwe’ R100RT voor wisselgeld. En je rijdt er een mooie motor mee. Een signalement.
  • De Saab 96V4 van Ad van Beurden had al wat rally's gereden, maar om hem echt optimaal te laten presteren, moest er nog het een en ander aan gebeuren. In dit nummer een verslag van de werkzaamheden.
  • In 75 jaar later opnieuw een serie foto's uit de oude doos, waarmee we even terugschakelen naar de jaren van de Tweede Wereldoorlog.

Alle auto- en motorverhalen worden voorafgegaan aan tientallen pagina's met korte berichten, vanaf praktische tips tot en met historie, klassiekers die we onderweg tegenkwamen en diverse columns waar het hebben van een klassieker, het sleutelen aan een klassieker en zelfs het hobbymatig handelen van klassiekers centraal staat. Bovendien ook rond de veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet eens aangeboden worden. Het perfecte leesvoer, ook voor de komende vakantie. Haal hem daarom snel in huis en neem alvast een abonnement, zodat u de volgende editie niet mist.

Meer over wat er in deze editie allemaal staat ziet u op onze pagina deze maand.

 

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *