in

50 cc Honda’s. Van zwaktebod naar levensgenot

50 cc Honda’s. Van zwaktebod naar levensgenot
ER Classics Desktop 2022

De introductie van de fiets was wereldschokkend. Die van de eerste auto’s ook. Voor de lopende band in de auto-industrie werd geïntroduceerd was autorijden iets voor de happy few. Voor de mensen met meer haast en minder geld werd er een listige tussenstap bedacht: de motorfiets.

Zeker na WOII was de vraag naar betaalbaar gemotoriseerd vervoer erg groot. Ook in Japan waar de Amerikanen de infrastructuur drastisch gewijzigd hadden. WOII was de basis voor de motorisering van Japan dat kort daarvoor nog vrij middeleeuws ingericht was. WOII kun je mild omschrijven als… de tijd voor Honda.


Natuurlijk waren de eerste Honda’s louter vervoermiddelen, opgewaardeerde fietsen

Maar daarna ging het snel, op gang gebracht door Honda’s genialiteit. Omstreeks de jaren zestig was de economie wereldwijd weer zover op dreef dat er niet meer alleen aan functionaliteit werd gedacht. Honda’s fameuze leus: ‘You meet the nicest people on a Honda’ was daar het stevigste fundament onder.

Motorrijden was niet meer voor de 1% hooligan bikerclubs op ex leger Harleys

Motorrijden werd iets wat functionaliteit met plezier combineerde. Voorlopig bleek de functionaliteit uit de cilinderinhoud: met 50 cc was je al serieus onderweg. En als die 50cc-ers nog eens leuk geboetseerd waren en technisch veel beter dan de hele rest bleken? Dan deed je zaken. En zaken doen was de insteek. Grote zaken doen, aantallen draaien. Daarvoor deed Honda een greep in de mogelijkheden van en voor massaproductie: Honda maakte gebruik van geperst stalen frames.

Honda was voor de Super Cubs geïnspireerd tijdens een bedrijfsbezoek aan Duitsland.

Daar zag hij hoe de Duitsers brommers maakten. Soichiro moet hebben gedacht: “Watashi mo kibō!”. En dat betekent natuurlijk: “Wil ik ook!” Tijdens bezoeken aan Italiaanse scooter en brommer fabrikanten moet zijn idee zijn geweest: “Watashi wa shitaku arimasen!“ ”Dat wil ik niet!” Hij vond de Italiaanse producten fraai. Maar ze voldeden niet aan zijn kwaliteitseisen.

Persmallen maken is een dure, werktuigbouwkundige zaak. Maar als je zo’n pers eenmaal in productie hebt, dan spuugt hij aan de lopende band linker en rechter frameschalen uit die alleen nog maar even aan elkaar gezet hoeven te worden.

Maar de markt vroeg om iets minder serieus.

Iets sportievers. Daarom bedacht Honda voor 1960 de C110. Dat was tenminste een Echte Sportieve Motorfiets. In een Engelse test werd nog pas een kwart eeuw of zo geleden ronkend geschreven: Honda’s best and most charismatic 50cc sports bike was the first C110 ‘Sports Cub’. En wie zijn wij dan om daar commentaar op te hebben? De C 110 had een aan de sportieve insteek aan gepaste C 100 krachtbron. De extra powerrrr (5- in plaats van 4,5 pk) kwam daarbij uit een hogere compressie. De hogere temperatuur, waar die hogere compressie voor zorgde, werd effectief bestreden met een aluminium cilinderkop in plaats van een gietijzeren. Het motortje was gewoon een stoterstangen bediend kopkleppertje. Zo’n C 110 was in Engeland de eerste 50 cc motor waarmee 50 mijl per uur gereden kon worden. En de eerste die daarbij heel bleef.

De eerste C110’s moesten het nog doen met drie, maar al snel kwamen er vier versnellingen aan boord. De C 110 had een geperst stalen ruggengraatframe. Geen ambachtelijk gelast stalen buizenframe, waar het luchtfilter en de elektra keurig in zaten opgeborgen en het mengsel moest best een stuk reizen door het lange, gebogen inlaatspruitstuk. De schommelarm voorvork was nog heel erg ‘fifties’, maar het hoog gebogen uitlaatsysteem was de moeder van alles wat we vandaag de dag op allroad/offroad motorfietsen zien. Inclusief het fraai geperforeerde hitteschild.

Hetzelfde model was ook beschikbaar als solozitter of met een gewoon laag liggend uitlaat gebeuren. Dan heten ze respectievelijk C 111 en C 110 D of C 114. Om het gebruikersgemak te vergroten hadden de kleine Japanners gesloten kettingkasten en de intussen ernstig gezochte ‘plastic’ antispatlippen op het achterspatbord. Voor mensen die voor louter bruut vermogen gingen maakte Honda vanaf 1961 de tomeloos krachtige C115 machines met een grotere boring. Dat leidde tot een cilinderinhoud van 54 cc.

Lees ook:
– Meer verhalen over klassieke motoren
Honda CB350 Four. Honda’s kleinste viercilinder
Honda CB450 DOHC (1965-1974)
Honda en de Bamiblokjes
Honda C72-77. Nog steeds niet ´hot!´

50 cc Honda’s. Van zwaktebod naar levensgenot
50 cc Honda’s. Van zwaktebod naar levensgenot
50 cc Honda’s. Van zwaktebod naar levensgenot
50 cc Honda’s. Van zwaktebod naar levensgenot

10 Reacties

Geef een reactie
  1. Vroeger (1977-78)natuurlijk ook een 4 takt HONDA gehad. Mijn beste maat had een SS50. Die Honda was letterlijk een verademing: gewone benzine tanken (overal verkrijgbaar) en minder stank en rook als je achter elkaar naar de kroeg en terug reed.
    Het waren wel kleine brommers in vergelijking met de Duitsers. Maar uiteindelijk was het: size doesn’t matter en had Honda gelijk.

  2. Toen ik 16 was, was hét levensdoel van zowat iedere mannelijke medescholier om eerst een maand vakantiewerk te doen, en met het geld werd dan een zo stoer mogelijke 50cc aangeschaft, vaak met wat extra hulp van de ouders. (in Duitsland was dit 80cc vanaf 16 jaar).
    Deze 50 cc werd op je 18e dan vervangen door iets zwaarder.
    Daarnaast stond ook een stereo-installatie met zo groot mogelijke luidsprekers ook op het verlanglijstje van zowat iedere tiener.
    In 2022 is de jeugd gefocust op het langdurig navelstaren op de nieuwste iPhone.
    Tja, tijden veranderen, nu wordt er bijna uitsluitend op scooters gereden, normale 50cc brommers heb ik al zeer lang niet meer gezien.

    • Peter, niet alle jeugd. Er is nog hoop 🤔
      Mijn zoon (bijvoorbeeld) heeft een telefoon die met zijn hand is vergroeid. En een spelcomputer, een internet TV, zit op voetbal, etc etc.
      Maar hij heeft ook een Derbi GPR50 om op rond te rijden en om te sleutelen. Soms samen met zijn vader 🤗
      Naar school gaat hij met de fiets. Dus die brommer is pure hobby.

  3. Zelf een SS50 gereden, ook de centrifugaal begrenzer vastgezet en het motortje liep dik 70 op de nippon-seiki teller. De armaturen waren des Honda’s: degelijk, robuust, sterk (aluminium behuisde schakelaars) het oplopende pijpje, zuinig en het geluid❤️. De SS had al een OHC, en het framepje kwam qua vorm overeen met mijn later FS1 (Yamaha’s 2-takt opponent). Vaak gekopieerd never overtroffen!

  4. Maurice, helemaal mee eens. De wat latere versie werd een ‘S’ genoemd, waarna onderzoek het eerdere type met het platte of haakse vliegwiel (i.t.t. de afgeschuinde rand op het S-type) een ‘E’ werd genoemd.
    Maar onder voorbehoud.
    Beiden kwamen ook beter vooruit door vervanging van een minder restrictief luchtfilter – in de praktijk met uitgebroken filterelement. Super-zuinig, super betrouwbaar en al snel de brommer waarmee je kon onderscheiden van het Kreidler en Zündapp publiek, welke ook nog eens aanmerkelijk dieper in de buidel moest tasten. Een medescholier bouwde een tweede tank onder de buddy door er een plaat met vuldop op te (laten) lassen en roffelde er naar Spanje mee – en terug, koffiebruin geluid en al. Eigenlijk vreemd dat je ze nog zo weinig ziet, maar wellicht omdat zij ook als een damesmodel werden gezien (maar nooit een meiske er op zien rijden) en niet de macho uitstraling hadden zoals de genoemde duitse tweetakten.

    • Het eerste type uit ’63 heet een A.
      Postbodes waren gèk op de C310 met lage instap en Jawa-patent halfautomatische koppeling.
      De C320 was het herenmodel met tank op de normale plek.

  5. En dan was er (ook) in NL nog de Honda C310. Eveneens met zo’n plaatstalen frame, een half automatische koppeling en een 3 versnelling handschakeling die een spie heen en weer trok om het gewenste tandwiel van de 3 constant mesh te kiezen om op de gewenste manier vooruit te komen. Niet gesynchroniseerd en dus ‘double clutch’ schakelen. Ik heb er zo’n 40.000 km mee gereden. Ze zijn tegenwoordig blijkbaar heel schaars en de kans dat je er eentje met beenkappen tegenkomt, is zowaar nog geringer dan dat een marsmannetje de voordeur binnenkomt. Ze waren er in de kleuren rood, blauw en zwart. De motor kreeg op enig moment een update waarbij cilinderkop, carburateur, nokkenas en vliegwiel gewijzigd werden. Die versie wilde aanmerkelijk beter van zijn plek. Het veertje in het vliegwiel vervangen door een stukje lasdraad, leverde een verhoging van de topsnelheid van bijna 20km/h op. Onder het zadel pasten handschoenen en een gereedschapsetje. Een beste bromfiets. Met de hedendaagse brandstofprijs waren ze zeker een zegen!!

    • Ik heb naast de motoren een roedeltje Honda 50cc; een ’66 PC50A (OHC) en een ’68 C310S (dus later type).
      De S heeft een halfronde verbrandingskamer en leverde iets meer pit, al merk je dat vooral in optrekken.
      Verbruik 1 op 60 is makkelijk haalbaar, en de verticale tank en (Jawa-patent!) centrifugaalkoppeling maakte het een geliefde bromfiets onder postbodes; wel schakelen, niet koppelen.
      Erg robuust, lang volgas vindt hij niet echt fijn…want geen oliepomp.
      Een vastgezet vliegwiel levert ongeveer 15 km/u extra

    • Mijn Lief had er eentje. De enige nacht dat hij buiten stond werd hij gestolen. Ik vond de daders en regelde dingen. De brommer was gesloopt, maar een huilende alleenstaande moeder beloofde mijn prijs in delen te betalen. De betalingen stopte. Ik liet 200 kopietjes draaien met naam en adres van de jongetjes en deelde die uit op twee scholengemeenschappen. Want er waren meer Hondaatjes zoek geraakt. Ik benaderde daarna de twee moeders met de aansporingen dat de termijn betalingen door moesten gaan. Ik kreeg politie aan de deur vanwege mijn uitgedeelde kopietjes. Ik kreeg nog meer politie aan de deur omdat er was geprobeerd het huis van een van de jongetjes in de fik te steken. Maar ik had een alibi. De moeders hadden intussen aangifte van afpersing gedaan. De laatste termijnen heb ik toen maar geforceerd geind. En daar was de politie weer… Mooie tijden waren dat met die ouwe Honda brommertjes…En toen zagje nog eens politie ook. Waar is dat blauw op de straat gebleven?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

The maximum upload file size: 8 MB. You can upload: image. Links to YouTube, Facebook, Twitter and other services inserted in the comment text will be automatically embedded. Drop files here

Nu in de winkel

Bekijk de 40 pagina's tellende preview via deze link of een klik op de omslag.

Het julinummer, met daarin:

  • Na 27 jaar opnieuw in AMK: Fiat 124 Sport Spider
  • Chevrolet Apache 3200, authentiek werkpaard
  • Redactievervoer: Cadillac Allanté
  • Honda CRX 1.4 GL in detail
  • Moto Guzzi 850 Le Mans, een droommotor
  • Wat kregen de Playmates van Playboy?
  • Jawa 150 cc, origineel in Nederland geleverd
  • Dubbel gebruikte typeaanduidingen- Deel XV
omslag 7 2022 300

Het perfecte leesvoer voor een avondje of meer ongestoord weg te dromen. Hij ligt nu in de winkels. Een abonnement is natuurlijk beter, want dan mist u geen nummer meer en u bent nog eens € 27 goedkoper uit ook. Niet verkeerd in deze dure tijden.

Volkswagen organiseert tour met de 75 mooiste bussen van Nederland.

Fiat 500 C Belvedere Topolino (1954). Stijlvolle en superleuke Fiat.

Fiat 500 C Belvedere Topolino (1954). Stijlvolle en superleuke Fiat.