Historie

100 jaar Citroën. De bedrijfswagenhistorie. Deel één

By  | 

2019. Het is het jaar dat Citroën het eeuwfeest viert. De Franse autofabrikant startte 100 jaar geleden een illustere historie met de introductie van de 10 HP Type A. Spoedig verschenen er varianten in de prijslijsten die vertegenwoordigers en andere kleine zelfstandigen als doelgroep hadden: de bedrijfswagens. Citroën staat in twee delen stil bij die andere tak van sport waar het in de 100-jarige geschiedenis veel activiteit in ontplooide: de bouw van functionele auto’s voor ondernemers.

Niet alleen ondernemers wisten al vroeg raad met bedrijfswagens die waren getooid met de double chevron. Ook het leger zette de Citroëns in. Een speciaal voertuig van de Fransen was de Autochenille, het half-rupsvoertuig dat door de Fransman Adolphe Kégresse was ontwikkeld toen hij verantwoordelijk was voor het wagenpark van de Russische tsaar. De autochenilles vergaarden een sterke reputatie, zeker toen zij geschikt bleken voor transport in de sneeuw en op andere zachte ondergronden.

De wereld over

De grootste bekendheid verwierf deze Citroën echter dankzij de ‘croisières’ die in de jaren ‘20 en ‘30 over verschillende continenten werden georganiseerd: in Afrika, Azië en Canada tot op de Zuidpool. Ook de befaamde Amerikaanse White Half-Track, het half-rupsvoertuig dat tijdens de Tweede Wereldoorlog werd ingezet, was op het concept van deze Citroën gebaseerd. Uiteindelijk werden er zo’n zesduizend Citroëns Autochenille gebouwd, om in 1937 de productie ervan aan de Franse vrachtwagenfabrikant Unic over te dragen.

Meer variatiemogelijkheden en leveringsvarianten

Na de oer-Citroën, het Type A, kwamen de B2 camionnette en de iets zwaardere B5. Er was keuze uit verschillende carrosserieën: gesloten, half- en geheel open bestelwagens. De C4 Voiture de Livraison was daar een voorbeeld van. De kleine C4 Fourgonette was een andere belangrijke loot aan de bedrijfswagenstam van het Citroën van weleer. Feitelijk was dit de hedendaagse koeriersauto avant la lettre, want hij werd regelmatig voor bezorgdiensten ingezet. Verder waren de typen 29 en 45 in de jaren dertig Citroëns’sterkhouders binnen de markt voor grotere en zwaardere transportvoertuigen.

Technische doorbraak: de TUB

In de (nog onbekende) aanloop naar de Tweede Wereldoorlog werkten de ontwerpers van Citroën een nieuw concept voor bestelwagens uit. De vermaarde TUB kwam eruit voort en werd geïntroduceerd. Het model was net als de Traction met voorwielaandrijving uitgerust. Daarnaast bleek Citroëns vooruitstrevendheid ook uit andere toepassingen. De TUB was uitgerust met een frontstuur cabine en een grote laadruimte, mede als gevolg van het ontwerp van de voorzijde.

TUB: jarenlang voorbeeld

Ongeacht de aandrijving: met name de configuratie van een de genoemde cabine in combinatie met het laadvermogen was een voorbeeld geweest voor veel naoorlogse bestelwagens. Ene Ben Pon schetste bijvoorbeeld het Volkswagen Busje. Chenard & Walcker putten voor de D3 en D4 carrosserieën hun inspiratie mede uit de TUB. Deze Citroën heeft zich op de particuliere markt door het uitbreken van de vijandelijkheden niet echt verkooptechnisch kunnen bewijzen, maar als legerambulance werd hij door beide kampen ingezet. En het concept bewees zich later zoals gezegd alsnog, doordat deze besteller veel navolging vond.

Inventief omgaan met schaarste

In de periode 1939-1945 was de productie van bedrijfsvoertuigen de belangrijkste tak van sport voor Citroën, daartoe gedwongen tot de bezetter. Tot aan het Oostfront toe werden de Citroëns ingezet. Aan het begin van de oorlog werd voor het Franse leger nog een speciale versie van de Laffly W15T geassembleerd, een drie-asser die we het beste kunnen omschrijven als een groot formaat jeep. Maar na bombardementen op de Citroënfabriek in de Parijse wijk Javel werd de productie daarvan stopgezet. De vrachtwagens van de types 23 en 45 die in deze periode wel nog de lopende band verlieten, waren soms voorzien van gasgeneratoren, waarin hout en steenkool door verhitting een makkelijk ontbrandbaar gas produceerden dat de schaarse benzine verving. Technici van de NV Automobiles Citroën in Amsterdam ontwikkelden een ingenieus systeem ontwikkeld, waarbij stadsgas de dieselbrandstof kon vervangen.

De toekomst na de oorlog

Na de oorlog brak een nieuwe episode in Citroëns bedrijfswagenbouw aan. Het werd de periode van de Citroën H-typen, de 2 CV bestelversies, de Acadiane, en andere bedrijfswagentoepassingen op basis van personenautomodellen, zoals de Ami Service, de GS Service én de ID/DS Breakmodellen, die voor talloze bedrijfsmatige en dienstverlenende doeleinden werden ingezet. De naoorlogse bedrijfswagengeschiedenis van Citroën houdt u van ons tegoed, die wordt in het tweede deel van het tweeluik beschreven.

Bron: Citroën Communicatie en Wouter Jansen
Bewerkt: Auto Motor Klassiek, Erik van Putten

 

 

 

1 Comment

  1. Pascal

    12 maart, 2019 at 20:40

    Geweldig dit feit over deze vaak onbekende en vergeten kant van Citroën.
    Menigeen denkt dat de T1/’Bulli’ (en de Kever) een uniek en zelfverzonnen ontwerp was, omdat niemand (nog) van de TUB weet…
    ‘Beter goed gejat dan slecht verzonnen’

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

X
X