Citroën DS. Zeventig jaar ongeëvenaard. Deel 1: de reportage met de DS 20 Break

Auto Motor Klassiek » Artikelen » Citroën DS. Zeventig jaar ongeëvenaard. Deel 1: de reportage met de DS 20 Break

Sluitingsdatum aprilnummer -> we zijn aan het afsluiten

Automatische concepten

De Citroën DS viert dit jaar haar zeventigste verjaardag. In oktober 1955 zette de Franse fabrikant de wereld op stelten door de hypermoderne Citroën DS te onthullen, tijdens de Autosalon van Parijs. Onder de grote lichtkoepels van Grand Palais kwamen drommen mensen samen, om de Godin te aanschouwen. Zeventig jaar later zorgen de DS en de daarop geïnspireerde modellen nog altijd voor bewonderende blikken. De komende tijd besteden we regelmatig aandacht aan de prachtige modelserie van Citroën, én aan de afgeleiden. Bovendien leest u in de volgende AMK-uitgave een uitgebreid verhaal over de geschiedenis. In dezelfde reportage staat ook een fraaie ID 19 P uit 1965 centraal. Vandaag deel 1: reportages met de D-modellenserie.

Drie jaar geleden bezochten fotograaf Spijker en ik Geert Oosting. Ik kwam met hem in contact via mijn goede vriend Salvatore Tundo. Geert had een DS 20 Break uit 1974, één van de laatste bouwjaren. En hij bleek een hartstochtelijk Citroën-fan te zijn, met een onevenredig groot zwak voor de Break versies uit de D-modellenserie. De reportage was op voorhand geslaagd, de weersomstandigheden ideaal en de gekozen foto locatie was subliem. Natuurlijk mochten we zelf ervaren hoe het was om met dit Citroën-type onderweg te zijn. De ID F (interne benaming voor de combinatiewagenserie) uitvoeringen werden járenlang als ID Break of Break verkocht. Zij vielen dus ook onder de ten opzichte van de DS vereenvoudigde ID-serie, maar Citroën monteerde wél het DS-hogedrukremsysteem. Dat was meer complex dan het ID-remsysteem.

De montage van het systeem uit de DS betekende, dat de remchampignon (in plaats van een regulier pedaal) met de ultrakorte slag deel uitmaakte van de pedaalsectie. Het ligt nog vers in de herinnering. Het was destijds lang geleden dat ik in een D-model had gereden. Ik koesterde bepaalde herinneringen aan een DSpécial (zeg maar de ID van de jaren zeventig). Een D-model met oorspronkelijke DS-techniek reed ik echter niet eerder. De champignon zat ver weg gestoken, en ik wilde een vertraging inzetten. Hoewel ik in uiterlijke zin rustig bleef, maakte enige paniek zich toch van mij meester.

Gelukkig maakte mijn rechtervoet op tijd contact met de champignon. De inzittenden en ondergetekenden kregen geen bruuske en bepaald geen geleidelijke remmanoeuvre als traktatie. De eigenaar lachte om het voorval en zei met een gevoel voor understatement ‘dat het afremmen een kwestie van wennen is.’ En dat klopte. De volgende vertragingsacties verliepen soepel. Maar dat de DS 20 Break haar eigenzinnigheid ook op dit vlak toonde, was duidelijk.

Bijzonder was ook de configuratie met de sympathieke strapontins achterin. Dat zijn (in de Breakuitvoering, bij de Familiale zijn ze centraal geplaatst) twee in de bodem te verzinken en open te klappen stoeltjes in de bagageruimte. En de herinnering aan de majestueuze en statige zit in de Citroën is nog levend. Ik werd weer bewust van het feit dat je in geen enkele andere auto die typische zit die tegelijkertijd diep aanvoelt. En bij het schakelen, sturen en het gebruiken van de knoppen en hendels heb je het idee dat je een tikje boven de macht handelt, en dat gevoel was en blijft bijzonder. Dat gold ook voor het comfort, dat door dat prachtige hydropneumatische veersysteem werd verwezenlijkt.

Het systeem werd door Geert bepaald niet als complex beschouwd. Ik hoor het hem nog zeggen: “De verhalen over dat het moeilijk sleutelen is aan een DS kun je in betrekkelijk perspectief plaatsen. Het enige onderdeel dat hoofdbrekens oplevert is de zogeheten treiterslang, een draak om te vervangen.” Het mooiste van alles: de in Blanc Meije gespoten Citroën (met het DS 20 plaatje achterop, één van de bewijzen dat dit exemplaar een heel laat gebouwde ID F was) werd door Geert Oosting niet alleen recreatief gebruikt. Hij zette de DS 20 Break ook in als werkpaard. Voor verhuizingen, als transportmiddel voor bouwmaterialen, en natuurlijk ook voor kleine klusjes.

Ook daarom luidde de titel van het verhaal in AMK 4-2023 “Godin in werkkledij”. De uitwerking van het verhaal was een intensieve exercitie, met veel speurwerk, controle van gegevens en zaken waarvan achteraf bleek dat Citroën bepaalde gegevens nog niet had prijsgegeven. Maar het lukte, en de acht pagina’s tellende reportage was de kroon op het werk waar ik nog steeds heel trots op ben. Werk dat zich tot de laatste geschreven letter wist te hullen in een sfeer van mysterie: een kwalificatie die bij geen andere auto zo goed past als bij deze Citroën. Zij gaat per slot van rekening niet voor niets als Godin door het leven.

Schrijf je in en mis geen enkel verhaal over klassieke auto’s en motoren.

Selecteer eventueel andere nieuwsbrieven

3 reacties

  1. Werd verliefd op de DS in 1957 , en ben dat nog steeds. Inmiddels een ouwe kerel geworden , maar de Citroen liefde zit diep, nog steeds.

    Citroën DS. Zeventig jaar ongeëvenaard. Deel 1: de reportage met de DS 20 Break

  2. Die DS is inderdaad echt een Godin van een auto. Prachtige lijnen en technisch was hij zijn tijd ver vooruit. Het remsysteem, het veersysteem en dan (casu quo) die prachtige meedraaiende lampen. Een prachtig rijcomfort. Een rotsvaste wegligging. Wat kan een chauffeur nog meer willen. Verkrijgen van de juiste originele Michelin banden schijnt tegenwoordig wel een dingetje te zijn 😬

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Maximale bestandsgrootte van upload: 8 MB. Je kunt uploaden: afbeelding. Links naar YouTube, Facebook, Twitter en andere diensten die in de reactietekst worden ingevoegd, worden automatisch ingesloten. Bestanden hier neerzetten