Bijzonder

Willys Jeepster: Lekker zonnig

By  | 

Jeepsters zijn burgervoertuigen. Maar: In Den Beginne waren er de Jeeps, de militaire manusjes van alles die de doodslag waren voor de zware militaire motorfiets zijspancombinaties. Over de naamgeving van die Jeeps doen veel verhalen de ronde.

Zo zou het de verbastering zijn van ‘G.P’. als in ‘General Purpose’. De verwijzing naar ‘Eugene the Jeepster’ een tussen de dimensies reizende stripfiguur uit de Popeye strips is er ook eentje. Ook vermakelijk: ‘J’ust ‘E’nough ‘E’lementary ‘P’arts.” En op dat ‘Jeepster’ komen we terug.

 

Het leger vroeg een alleskunner

De inschrijvingen voor dat universeel inzetbare voertuigje kwamen van Ford, Willys-Overland en American Bantam. Het winnende ontwerp kwam van American Bantam. Maar winnen is niet alles. Er speelde meer. Er waren  verborgen agenda’s, plus het feit dat Willys een kleine producent met onvoldoende capaciteit was om hun winnaar in voldoende aantallen te fabriceren. Daarom viel de uiteindelijke keuze toch op het model van Willys-Overland.

De oorlog leidde tot heel veel vraag naar Jeeps en daarom werd Ford ook bij de productie betrokken. Willys deelde met Ford alle informatie over de Jeep waardoor de jeeps van beide fabrikanten bijna identiek werden.  Ford heeft er tijdens de oorlog 278.000 geproduceerd en Willys ruim 335.000.


Na de oorlog maakte het Franse Hotchkiss de jeeps in licentie.Van 1955 tot 1958 werd de Willys M38A1 jeep in Nederland geassembleerd door Nekaf. En Nekaf staat dan weer voor Nederlandse Kaiser Fraser.

De Jeep in burger: de CJ

Na de Tweede Wereldoorlog begon Willys, als eigenaar van het handelsmerk Jeep, de “CJ” (voor de civiele Jeep) te produceren voor boeren, bosbouwers en anderen met vergelijkbare utilitaire behoeften. Het bedrijf begon ook met de productie van de Jeep Wagon / Panel Utility / Pick-up in 1946, en de Jeep Truck in 1947

Jeepster: een korte historie

De Jeepster bleef vanaf 1948 slechts 3 jaren in productie. Er werden in totaal iets meer dan 19000 exemplaren vervaardigd.

De basis Jeepster uit 1948 was ten opzichte van vergelijkbare auto’s best luxe uitgerust. Af fabriek had de Jeepster whitewall-banden, verchroomde wieldoppen, zonnekleppen, scheerraampjes, een luxe stuurwiel, een afsluitbaar dashboardkastje, een aansteker en de befaamde ‘continental’ reserveband achter op zat keurig in een hoes. Er was ook een serieuze poging gedaan om de grille meer op die van een gewone, luxe auto te laten lijken.

De Jeepster had Willys beproefde 2.2 liter vier in lijn  “Go Devil” motor De auto werd alleen aangeboden met achterwielaandrijving, waardoor zijn aantrekkingskracht voor de reguliere Jeep-klanten beperkt bleek. De Jeepster sloeg niet aan door onvoldoende marketing, te weinig advertenties en een te laag aantal dealers.

De Go Devil motor en de zescilinder

De motor van de Jeepster leverde dik  60 pk en zat voor een handgeschakelde 3-versnellingsbak met standaard overdrive De Planadyne vering, de onafhankelijke voorwielophanging, en de aandrijflijn, voorkant, achterwielophanging, stuurinrichting en trommelremmen kwamen uit de magazijnen  van de Willys Station Wagon. De achterspatborden  werden uit de Jeep-vrachtwagenlijn gehaald. Halverwege 1949 kwam de VJ3-6, aangedreven door een Willys’ new L148 Lightning zes cilinder.

De Jeepster is geen 4WD

De Jeepster was een auto met het uiterlijk van een Jeep maar met een conventionele achterwielaandrijving. Omdat Willys druk was met de productie voor het leger, werd de productie van de Jeepster stopgezet. De Jeepsters waren er als stationcars en cabriolets. Intussen ziet zo’n open Jeepster er stoer maar bijna elegant uit.  Met zijn 2,2 liter viercilinder benzinemotor trok hij zeker niet de klinkers uit de straat.

Ons fotomodel vonden wij  bij Hofman in Leek.

Jeepster

Jeepster

suggestiebanner

Ook leuk om te lezen…

Nu in de winkel

Auto Motor Klassiek van februari ligt nu in de winkel met deze maand een uitgebreid artikel over de Taunus 12M P4 van Fokke Jansma uit Wijnjewoude. Een opmerkelijk goed geconserveerde klassieker, die een bijzondere ontwerpgeschiedenis heeft. We mochten ook rijden in een tot in het kleinste detail perfecte Triumph 2000 Roadster. Hoe dat aanvoelt? U leest het in het februarinummer. Mocht u ooit van plan zijn een Opel Senator aan te schaffen, dan is het goed dat u dit nummer in huis heeft, want Aart van der Haagen doet uitgebreid uit de doeken, waar u dan rekening mee moet houden. Het een en ander aan aankooptips vindt u ook bij het artikel over de Citroën Dyane. Een auto die we troffen met zijn eigenaar op een terras tijdens een werkoverleg.

En verder:

De restauratie van een Nimbus Model C en een Norton M50. Waarom er zo weinig Opels over zijn? Dat leest u ook in dit nummer. De liefhebberij van een in Spanje wonende Nederlander, die ook geldt als dé specialist voor de Fiat 130. En ook in dit nummer; bijna dertig pagina’s korte berichten, verslagen, praktische tips, columns en korte typebeschrijvingen. Bovendien natuurlijk ook meer dan veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet verder aangeboden worden.
ABONNEER NU EN MIS HET VOLGENDE NUMMER NIET MEER

Dolf Peeters

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

3 Comments

  1. Jaak Eijkelenberg

    25 juli, 2019 at 19:19

    Zal ook wel wat centjes kosten!

    • Dolf Peeters

      26 juli, 2019 at 10:53

      Niet op gelet. Maar hij staat bij Hofman in Leek

    • Gerard

      26 juli, 2019 at 11:44

      Ik heb wel nog een CJ3A uit ’49. Ruilen?

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *