in

Wat is Amerikaans? Wat is klassiek

Made in the USA: kijk, daar hapten kopers op. Want er gaat toch maar niks boven een Harley-Davidson. Of het moet een VT 1100 cc Honda Ace zijn. En die doet dan ook zijn uiterste best om op een Harley, uit de tijd dat die niet alleen maar geassembleerd werden in de USA, te lijken. Vriend Victor is er op een wat gniffelachtige manier blij mee. Hij is te ‘young’ om besmet te zijn met het legendarische Harleyvirus. Hij zocht onbevangen naar een coole, klassieker of youngtimer V-twin. En kwam zo bij zijn VT1100 terecht. “Grappig: Harleys lijken precies op mijn Honda!” Want die bood de gestrekte lijn die Victor zo waardeerde. Die Honda’s zijn inderdaad sinds 1985 in Marysville, Ohio gemaakt.


Net een Harley!

En dat terwijl Honda er juist zo goed in was geslaagd om de VT’s er ook echt overtuigend Amerikaans uit te laten zien. De 1100 cc twin met verzette kruktappen en twee bougies, drie kleppen en een bovenliggende nokkenstok per cilinder was daarbij een stuk moderner dan de Harleys – waar ze wel de hydraulische klepstoters mee deelden – waren. De koppeling was ook hydraulisch bediend. En natuurlijk had de V-twin een elektronische ontsteking. Het Hondablok dat overtuigend luchtgekoeld leek was overigens vloeistofgekoeld. Grappig was wel dat de VT1100 de kleinste cilinderinhoud van zijn speelveld had. Dat bleek ook uit al zijn prestaties. De modellen die voldeden aan de Californische emissie-eisen leverden daar nog meer op in, mocht je dat belangrijk vinden.

Maar de 1100’s waren zeker geen rijdende wegblokkades

De vering en demping waren Amerikaans zacht tot week. Aan de voorkant. Achter is de zaak kneiterhard geveerd. Daarmee kwam de VT duidelijk te kort op slechte wegdekken. Maar voor eindeloze ritten over de highways van Arizona of de Afsluitdijk was en is zo’n ding een topper. Alleen krijg je op die lange ritten gegarandeerd last van je rug. En in zijn dagen was hij verbijsterend veel goedkoper dan de Harleys.

Victors Honda is geen vroeg exemplaar met vier versnellingen

Daar gingen de bakken zo vaak van stuk dat er geen onderdelen meer voor leverbaar zijn. Dus een goed exemplaar met een vierbak is wel een collector’s item. Bij lage snelheden heeft het stuur wat de neiging in de bocht te vallen. En je hoeft er heel niet zo dynamisch mee te rijden om in diezelfde bochten vonken te trekken. Maar zo’n VT is daar dan ook niet voor gebruikt. Met ‘vanaf’ prijzen van zo’n € 2.500 kun je er met het huidige verkeersbeeld dikke pret mee hebben. En er zijn – ook gebruikt – een heleboel ‘coole’ accessoires voor te koop.

Origineler dan 1400 CC Intruders

Grappig is dat heel veel 1400 cc Suzuki Intruders al dan niet smaakvol verbouwd zijn, maar dat veel VT’s alleen maar opgetuigd zijn met spullen die niet in het gedachtengoed van Honda ingrijpen. Zo’n 1100 cc Honda V-twin wordt niet gezien als een daverende klassieker. Maar hij is gedateerd genoeg om het ouderwetse motorgevoel te geven. En om te ontspannen. Voor een nette prijs. En voor dat geld krijg je er ook nog eens een cardan bij.


Help ons mee deze website en de aangeboden artikelen gratis te houden. Abonneer uzelf op Auto Motor Klassiek en ontvang daarbij ook het blad 12x per jaar in de bus. Of doneer een gewenst bedrag op onze betaalpagina via deze link. We zijn u er zeker dankbaar voor.


Beste Klassiekerliefhebber

Geniet van dagelijks gratis verhalen over oldtimers in uw email en schrijf gratis in. 


7 Reacties

Geef een reactie
  1. Ondanks de vele verkochte aantallen gaan dit zeker klassiekers worden (als ze het al niet zijn).
    De prijzen van VT1100’s gaan de laatste 2 jaar overigens behoorlijk omhoog. Ook bij onze BE of DLD buren zijn de prijzen erg fors, zelfs hoger dan bij ons.

  2. En dan heeft zo’n ‘pseudo Harley’ ook nog eens een cardan aandrijving. Harley, ‘eat you hearth out’
    zou ik zeggen. Een volmaaktere en waarschijnlijk betrouwbaardere fiets bovendien.
    Niks mis mee, toch?

  3. Wat is Amerikaans?
    Het zou interessant kunnen zijn om USA motormerken historisch in kaart te brengen. Waar kwam de oprichter vandaan?
    In de autowereld: Chevrolet was oorspronkelijk van Zwitserse origine. Ford oorspronkelijk Nederlands of Belgisch.
    Niet dat dit verder wat zegt maar leuke weetjes zijn het wel.

    • En bijna alle Amerikaanse motormerken zijn ooit begonnen met een kopie/ kloon van een Franse De Dion-Bouton eencylinder…
      Hallie heeft in de tijd van de japse custom-invasie geprobeerd de V-twin vast te leggen, maar gaat compleet voorbij aan het feit dat (waarschijnlijk) Curtiss daarmee kwam..

      • Vertaling uit een internetlink:

        Er is een oud verhaal over een ontmoeting van Louis Chevrolet met de Amerikaanse miljonair en racer William K. Vanderbilt Jr.

        Vanderbilt was op vakantie in Europa en zocht een monteur om zijn fiets te repareren. Het verhaal gaat dat Vanderbilt, terwijl hij zijn fiets liet repareren bij Roblin, de vaardigheid van Louis observeerde om zijn fiets te repareren en de jonge Chevrolet uitnodigde om naar Amerika te komen, suggererend dat er grote kansen waren voor iemand met zijn vaardigheden. Veel jonge mannen uit die tijd deden mee aan wielerwedstrijden in de Heuvels van Beaune. Louis deed niet alleen mee, maar hij won ook talrijke wielerwedstrijden. In zijn tienerjaren verloor Louis zijn belangstelling voor de fiets en werd hij een goed verzorgde chauffeur van 1,80 meter, een baan waarvoor hij rijvaardigheid en technische kennis nodig had. Vóór de eeuwwisseling ontmoet Chevrolet in een taveerne aan het water in Montreal Henri-Emile Bourassa en verblijft enige tijd in het huis van de Bourassa’s voordat hij naar New York vertrekt. Bourassa, die uit een familie van meubelmakers stamde, ging zich toeleggen op auto’s en maakte zijn eerste auto in 1899. Chevrolet, die Emile later bij hem in Detroit wilde hebben, bleef echter in Montreal. Zijn laatste auto bouwde hij in 1926 met een chassis van Rickenbacker.

        Louis, bekend van het racen met de tweewielers van Darracq, verlaat Roblin en krijgt een baan in de mechanische winkels van Mors en Darracq Company. Darracq bouwde de bekende Gladiator fietsen, maar Louis maakte kennis met de Darracq verbrandingsmotor. Deze gebeurtenis zou zijn interesse opeisen en Louis begon de 4-cyclus motor te bestuderen. Enige tijd later werkte hij voor Hotchkiss en De Dion-Bouton, die ook vestigingen openden op Church Lane en 37th Street in Brooklyn, New York. Rond de eeuwwisseling emigreerde hij naar Montreal, Canada en kon hij werk vinden als chauffeur. Daarna verhuisde hij naar het hoofdkantoor van De Dion-Bouton “Motorette” Company in Brooklyn.

        In de loop van 1902 sluit De Dion-Bouton “Motorette” Company en verliest hij zijn positie. Hij hoort van het overlijden van zijn vader en moedigt zijn moeder Angelina en zijn gezin aan om naar Amerika te emigreren. De familie Chevrolet verlaat Havre en komt aan in Brooklyn, 2 mei 1902 aan boord van het zeilschip S.S. La Savoie.

        Louis werkte uiteindelijk voor Fiat in Manhattan. In de loop van 1902, nu hij bekend staat om zijn grote mechanische vaardigheden, maakt Louis zijn nieuwe carrière in de autosport na het observeren van grote autoraces tijdens de Eerste Vanderbilt Cup Race op 8 oktober 1904. Twee nieuwe 75 PK Fiats zouden de Vanderbilt Cup racen met Paul Satori aan het stuur van de Vanderbilt Racer en William Wallace aan het stuur van de andere. NYC Fiat distributeur E. Rand Hollander wees back-up bestuurder Louis aan om deel te nemen aan zijn eerste race op het Hippodrome nabij Morris Park.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

The maximum upload file size: 8 MB. You can upload: image. Links to YouTube, Facebook, Twitter and other services inserted in the comment text will be automatically embedded.

Roadside repairs – column

De kleine Guzzi’s. Het verhaal komt eraan