Motoren

Wat gedachten over de lichte Moto Guzzi’s

By  | 

Moto Guzzi produceerde al sinds 1967 zware V-twins. En die vroege dikke Moto Guzzies zijn nu nog net zo betrouwbaar en inzetbaar als in hun jonge dagen. En ze zijn als klassiekers intussen knap gewaardeerd en stevig aan de prijs. Klassiek Guzzi-rijden kan echter ook op een anorex budget. Want de ‘kleine’ V twins van 350-750 cc? Die zijn prima betaalbaar tot goedkoop. Terwijl het toch echte Guzzi’s zijn.

De reeks lichte(re) V-twins werd geboren in 1977

Het waren in den beginne twee modellen: de V 35 en de V 50. De 350 was voornamelijk voor het thuisland bedoeld in verband met fiscale dingen. 350 cc is niet echt iets om de klinkers uit de weg te trekken. De 350’s kwamen dus niet massaal onze kant uit. Rond 1980 gaapte er dus een vrij groot gat tussen de 500 cc modellen en de – toen zwaarste – 850 cc Guzzi’s.

 

Het management besloot dit probleem op te lossen door in 1981 een 650 cc V-twin te gaan produceren, de Moto Guzzi V 65. Even in de kantlijn: ooit kocht ik voor heel weinig een V65 met een uitgelopen krukaslager. Dat probleem leek me simpel te fixen. NOT! Moto Guzzi leverde geen ondermaat lagershalen en de kruk was niet op te dampen of op te lassen. En een andere krukas? Die was niet te vinden. In 1985 waren de 850 cc modellen bijna allemaal vervangen door 1000 cc exemplaren, waardoor het “gat” weer groeide en er behoefte kwam aan een 750 cc model.

De kleine Moto Guzzi’s variëren van gewone ‘naked’ toermodellen met een licht klassieke inborst tot echt sportieve machines zoals de Lario 650 met zijn achtklepskoppen. Die koppen waren wel een dingetje bij de vroege achtkleppers. Ze gingen echt stuk vanwege de rubbercomponent in de klepstelen. Daarom rijden er nu nog ‘veel’ van huis uit achtklepsmodellen met tweeklepskoppen.


Best mooie dingen trouwens die Lario’s

En dan zijn er natuurlijk ook de Nato 500’s die leuk zijn voor mensen met een snelwegfobie. Nog een dingetje van de kleine Moto Guzzi’s. De achtervork is in het blok gelagerd. De kruiskoppeling van het cardan woont daar ook in de buurt. Een versleten kruiskoppeling kan zoveel speling hebben dat hij de achtervorkpoot doorslijpt. Cardanaandrijving is onderhoudsARM, Niet onderhoudsVRIJ. Vanuit de liefhebberswereld zijn er trouwens stalen inzetbussen bedacht die het doorknagen van de lichtmetalen achtervork voorkomen.

De V50 maar ook de v50 I t/m III blijven aanraders

Zeker omdat ze gewoon niet duur zijn, terwijl het toch heel echte motorfietsen zijn. Maar wel 100% Italiaans. Iets waar je bij Moto Guzzi’s uit de jaren 80 op moet letten is de relatief slechte kwaliteit van het schakelwerk aan het stuur; een flinke regenbui is soms al voldoende om licht- en startschakelaars behoorlijk te verzieken. Nog iets met snoertjes en stekkertjes: de Motoplatontstekingen waren bekend omdat ze stuk gingen. Of waren. Er zijn alternatieven. Verreken de aanschaf daarvan tijdens de aankoop van de motor van je dromen.

De ‘custom’ modellen?

Die doen veel mensen denken aan iets kleins dat iets teveel zijn best doet om er Amerikaans uit te zien. Een peuter die probeert stoer te lijken. Erg groot zijn ze ook niet. De grote California’s mogen overigens wel Amerikaans lijken.
Deze lichte Amerikaanse look-a-likes worden doorgaans voor kleingeld aangeschaft om er Caféracers, bobbers, streetfighters of meer van dat ongerief van te maken. En dat is toch eigenlijk jammer.

Moto Guzzi

Moto Guzzi

Italiaanse motorfietsen worden vaak naar eigen smaak verbouwd. Ook de klassieke exemplaren en youngtimers

suggestiebanner

Ook leuk om te lezen…

Nu in de winkel

Auto Motor Klassiek van februari ligt nu in de winkel met deze maand een uitgebreid artikel over de Taunus 12M P4 van Fokke Jansma uit Wijnjewoude. Een opmerkelijk goed geconserveerde klassieker, die een bijzondere ontwerpgeschiedenis heeft. We mochten ook rijden in een tot in het kleinste detail perfecte Triumph 2000 Roadster. Hoe dat aanvoelt? U leest het in het februarinummer. Mocht u ooit van plan zijn een Opel Senator aan te schaffen, dan is het goed dat u dit nummer in huis heeft, want Aart van der Haagen doet uitgebreid uit de doeken, waar u dan rekening mee moet houden. Het een en ander aan aankooptips vindt u ook bij het artikel over de Citroën Dyane. Een auto die we troffen met zijn eigenaar op een terras tijdens een werkoverleg.

En verder:

De restauratie van een Nimbus Model C en een Norton M50. Waarom er zo weinig Opels over zijn? Dat leest u ook in dit nummer. De liefhebberij van een in Spanje wonende Nederlander, die ook geldt als dé specialist voor de Fiat 130. En ook in dit nummer; bijna dertig pagina’s korte berichten, verslagen, praktische tips, columns en korte typebeschrijvingen. Bovendien natuurlijk ook meer dan veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet verder aangeboden worden.
ABONNEER NU EN MIS HET VOLGENDE NUMMER NIET MEER

Dolf Peeters

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *