Historie

Vreemd: de Nash Metropolitan

By  | 

De Nash Metropolitan is ontworpen door de Amerikanen, gebouwd in Engeland en is minder dan 4 meter lang. De productie begon in oktober 1953, met de eerste zending auto’s die enkele maanden later in de VS arriveerde. In de loop van de volgende acht jaar werden meer dan 95.000 Metropolitans geproduceerd en verkocht onder de merken Hudson, Nash, Rambler en AMC.

1954-1956 Metropolitan (1e serie)

De Nash Metropolitan had de motor voorin en achterwielaandrijving, maar een zelfdragende carrosserie. Dit unibody-ontwerp, geproduceerd door Fisher en Ludlow uit Engeland, was ontwikkeld in een tijd waarin veel fabrikanten nog steeds werkten met een dragend chassis met de koets daarbovenop gebout. De aandrijving en ophanging werden geleverd door de Austin Motor Company, die ook de eindmontage deed.

Weinig compressie

De 1,2 liter viercilindermotor was van een kopklepper met  een compressieverhouding van 7,2:1. Door die lage compressie kon de Metropolitan op laagwaardige benzine rijden. De auto had een hand geschakelde drieversnellingsbak, waarbij het pookje op de stuurkolom was gemonteerd.

Ook als cabrio

Metropolitans werden aangeboden als cabrio en hardtop-modellen, met standaardfuncties die optioneel waren op de meeste auto’s van die tijd, waaronder elektrische ruitenwissers, een sigarettenaansteker, interieurkaartverlichting en een luxe,  “continental”,  achteraan gemonteerd reservewiel. De kofferruimte was bereikbaar via de achterbank.  Hoewel een AM-radio, verwarmingstoestellen en whitewall-banden werden vermeld als optionele extra’s, lijkt het erop dat alle Metropolitans de fabriek ‘af fabriek’ van deze luxes waren voorzien.

De fusie

Kort voordat de Metropolitan werd gelanceerd, fuseerde Nash-Kelvinator met de Hudson Motor Car Company en vormde American Motors Corporation. Halverwege 1954 werd de metro op de markt gebracht als zowel Hudson Metropolitan als Nash Metropolitan. Wanneer verkocht door Hudson-dealers, identificeerden motorkap- en grille-emblemen en claxondoppen ze als zodanig.

1956-1959 Metropolitan (2e serie)

In januari 1956 werd de Metrpolitan voorzien van een  Austin’s A50-motor van 1500 cc. Een hogere 8.3: 1 compressie resulteerde in een toename van het vermogen tot 52 pk. Er werd ook een zwaardere koppeling gemonteerd. De motorkap, de grille en roestvrijstalen zijstrips die de tweekleurige carrosseriekleuren scheidden waren ook nieuw. Het interieur kreeg een facelift, met een zwart dashboard ter vervanging van het vorige carrosseriekleurige dashboard. In 1957 werden de namen van Nash Metropolitan en Hudson Metropolitan niet meer gebruikt, omdat de Metropolitan een zelfstandig model werd.

De Austin Motor Company verwierf in december 1956 de rechten om de Metropolitan te verkopen op niet-Noord-Amerikaanse markten. Door aanpassingen aan het interieur en het motorcompartiment konden zowel links- als rechtsgestuurde modellen worden gemaakt.

1958-1962 Metropolitan (3e serie)

Voor 1959 waren er weer een aantal wijzigingen, waaronder een deur van een handschoenenkastje, stoelverstellers en raamopeningen. Halverwege het jaar hadden modellen een kofferdeksel voor de kofferbak en tubeless banden. De laatste Metropolitans werden uitgerust met de A55 Austin-motor met 55 pk. Hoewel de productie in 1960 stopte, werden winkeldochters nog twee jaar later verkocht.

Competitie van Detroit’s Big Three, en ook van hun eigen compacte Amerikaanse model, bracht Rambler ertoe om de productie in 1962 stop te zetten.

De overlevenden

Met een vrij hoog overlevingspercentage van de 95.000 geproduceerde exemplaren, zijn zelfs goede  Metropolitans nog steeds redelijk gemakkelijk te vinden. Ons heel nette fotomodel staat bij Venema Classics in Drempt.

Dolf Peeters, huurwoordenaar, automotive journalist, lid van de Heeren van Arnhem

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

X
X