in

Volvo 66

Volvo 66

Op 1 januari 1975 neemt Volvo een meerderheidsbelang in de personenwagendivisie van DAF. Het Eindhovense merk heeft op dat moment de net gelanceerde 46 en de sinds 1972 op de markt zijnde 66 als aanbod binnen het “personen” leveringsprogramma. De Zweden reorganiseren na de uitbreiding van het belang DAF Car BV, om vervolgens op 1 mei 1975 Volvo Car BV op te richten. De memorabele gebeurtenis maakt de weg vrij voor komst van de Volvo 66. 

De DAF 66 vormt voor de Zweden een mooi uitgangspunt om het Scandinavische modellengamma naar beneden af te ronden. Men besluit om de coupé te schrappen. De sedan en de combi worden vooral op veiligheidsgebied naar de Volvo-maatstaf aangepast. De vormgeving van de carrosserie wijzigt ten opzichte van de DAF- zowel in twee als driedeurs trim- echter nauwelijks. Op 1 augustus 1975 ziet de Volvo 66 het levenslicht. Hij volgt de DAF 66 definitief op en luidt daarmee het einde in van het personenautomerk DAF, dat in 1977 met de twee cilinder 46 definitief van het toneel verdwijnt.

Omvangrijk pakket aan veiligheidsmaatregelen

Op het eerste gezicht lijkt de nieuwkomer sprekend op zijn DAF-voorganger. Toch is het onmogelijk om de twee te verwarren. De Volvo 66 is voorzien van een nieuwe grille met Volvosignatuur en dikke rubberen bumpers, welke het plaatwerk bij kleine aanrijdingen schadevrij moeten houden.

Maar er worden ook echt veiligheid verhogende factoren aan het ontwerp van Michelotti toegevoegd. De banden krijgen slijtage-indicatoren mee. De reminstallatie is standaard voorzien van een bekrachtiger. Tevens krijgt de 66 schijfremmen aan de voorzijde aangemeten. De voorruit is van gelaagd glas. De daarop rustende ruitenwisserbladen kennen een grotere omvang. In het met staalprofielen verstevigde passagierscompartiment worden nieuwe stoelen (in eerste instantie alleen met vuurvast materiaal) met geïntegreerde hoofdsteunen geplaatst. Driepuntsgordels met een oprolautomaat en een aangepast stuur maken ook hun entree in het interieur.

Een andere wijziging betreft de 25% hogere kachelcapaciteit, Verder moet de verbeterde roestpreventie de levensduur van de Volvo 66 ook helpen verlengen. En zo zijn er nog enkele aanpassingen, die de verschillen met de DAF 66 moeten duiden.

Omgekeerde schakelrichting, ongewijzigd onderstel

Technisch gezien hield Volvo bij de 66 wèl vast aan de CVT-transmissie, zij het dat het schakelpatroon ten opzichte van de DAF in omgekeerde vorm werd toegepast. Datzelfde patroon wordt met een nieuwe- van vergrendelingsknop voorziene- schakelpook ingelegd. De aangegeven rijrichtingen zijn daarnaast verlicht. Het onderstel blijft gelijk aan dat van de DAF 66. De wegligging van de Volvo 66 houdt hetzelfde stabiele karakter als dat van zijn Hollandse voorganger. De kostbare maar geavanceerde De Dion achteras- welke in 1972 onder de toen nieuwe DAF 66 werd gemonteerd- wordt gehandhaafd bij de Volvo 66.

Motoren worden uit DAF 66 overgenomen

Ook motorisch vinden er geen aanpassingen plaats. De motoren uit de DAF 66 – 1108 cc en 1289 cc krachtbronnen van Renault- worden één op één overgenomen. Eerstgenoemde vindt zijn weg in het uitvoeringsniveau DL. Vanaf 1979 wordt hij ook in de nieuwe spaarversie “L” geplaatst. De GL krijgt de grotere motor. Ook worden er aan het meest luxe uitrustingsniveau zaken als halogeen verstralers (vier koplampen), verlichting in de bagageruimte en een tunnelconsole toegevoegd.

GT-kit

Een speciale GT-kit wordt door Gunnar Andersson- voormalig rallyrijder en hoofd van de sportieve tak van Volvo- ontwikkeld. Tegen meerprijs kan de 66 met 1300 motor uitgerust worden met een vermogenstoename naar 76 PK, die luister bijgezet wordt door onder meer zwarte stickers, pronte aluminiumvelgen en extra lampen.

In Nederland kan de kit ook als personalisatiepakket zonder vermogenstoename worden besteld. Een op dergelijke wijze gepersonaliseerde uitvoering gaat in de volksmond als “GLS” door het leven. De badges en de bestickering geven echter de basis aan: officieel blijft ook deze uitvoering “GL” heten.

Stabiele loopbaan met weinig mutaties

Ondanks enkele kritiekpunten (hoge prijs, modale prestaties) wordt de 66 voor Volvo een redelijk succes. Er vinden nauwelijks mutaties aan het concept plaats. De belangrijkste wijziging betreft het plaatsen van echte veiligheidsbumpers en opengewerkte vaste hoofdsteunen. Aan het einde van 1980 komt -na een productie van 113.431 exemplaren- definitief een einde aan de loopbaan van de Volvo 66.

Lees ook:
Daf, een dagje rijden met een glimlach
De DAF sport Coupé. Waarom de mooiste auto uit Eindhoven nooit in productie ging
Impressie Volvo 340 GL 1.4 automaat (1987). Volwassen cultuurbewaker
Volvo 440
Daf 66 Marathon. Een sportieve Daf

We publiceren deze artikeltjes gratis, en willen dat natuurlijk ook blijven doen. Maar u begrijpt dat dat voor ons niet gratis is. Ondersteunt u dit initiatief en waardeert u het? Overweeg dan eens een abonnement op Auto Motor Klassiek. U helpt ons dan niet alleen de gratis initiatieven betaalbaar te houden, maar ontvangt als bonus ook nog eens elke keer een AMK in de bus. En u betaalt nog maar € 3,30 per nummer in plaats van € 4,99. Elke maand goed voor uren leesplezier.

4 Reacties

Geef een reactie
  1. De Volvo 66 gls combi werd in Nederland
    In beperkte oplage geleverd in het oranje
    Met zwarte striping lmv s oranje zwarte bekleding
    En een sportstuur als zoethoudertje omdat de
    Volvo 343 op zich liet wachten.

    Dat was in het voorjaar van 1976 .

    Leuk artikel

  2. Nee, de Volvo 66 betekende niet het einde van Daf, want de 46 werd nog twee jaar onder de merknaam Daf verder geproduceerd. Kennelijk vonden de Zweden de tweecilinder net iets té summier om als Volvo door het leven te gaan.

    Honderd kilo zwaarder en zowat anderhalf keer duurder dan de Daf 66, zo luidde de conclusie van de autopers. Dat zat vooral in de verstevigingen tegen aanrijding in deuren, dak en front. De Volvo 66 erfde echter de trouwe klantenkring van Daf, die aan het rijden met de Variomatic gewend was en niet koos voor de toen gebruikelijke drieptrapsautomaten van andere merken. Het was dan ook een heel goed gebouwde en heerlijk sturende kleine auto met de zijdezachte Renault Cléon-Fonte voorin. Je kon ze in de jaren ’90 voor een appel en een ei kopen, vaak van oudere mensen geweest en tiptop onderhouden. En toen vielen ze ten prooi aan de achteruitracers en stockcargekkies. Sommigen zetten er de 1400-motor in van de 340, van 45/55 naar 72 pk merk je nogal.

  3. Het artikel spreekt van CVT maar bedoeld wordt Variomatic (of niet….). De DAF was een zeer vooruitstrevende, sportieve en ijzeren auto. De 55 toonde dit profiel in veel rally’s en in de praktijk maar bleef in de markt onderbelicht. Geen wonder dat Volvo er een oogje op kreeg, verliefd werd en uiteindelijk DAF personenauto’s overnam. Er kwam een mannenteken op de grille (hoe zou dat nu uitgelegd worden?) en de Brabantse kennis & kunde ging naar automotive in de regio Eindhoven-Helmond en BOSCH in Tilburg. En vandaar over de hele wereld 👍

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *