Artikelen

Daf, een dagje rijden met een glimlach

By  | 

Het was een mooie gelegenheid om weer eens ouderwets met oude Dafjes te rijden. Auto Motor Klassiek sloot aan bij een team dag in Paasloo, waar met een aantal Daf 33 typen en een Daf 32 werd gereden. Het werd een dag met een glimlach.

We publiceren deze artikeltjes gratis, en willen dat natuurlijk ook blijven doen. Maar u begrijpt dat dat voor ons niet gratis is. Ondersteunt u dit initiatief en waardeert u het? Overweeg dan eens een abonnement op Auto Motor Klassiek. U helpt ons dan niet alleen de gratis initiatieven betaalbaar te houden, maar ontvangt als bonus ook nog eens elke keer een AMK in de bus. En u betaalt nog maar € 3,30 per nummer in plaats van € 4,99. Elke maand goed voor uren leesplezier.

Wij reden met drie exemplaren. Een Daf 32 Daffodil uit 1965, een Daf 33 uit 1972 en een Daf 33 Standaard uit 1968. De Daffodil was het best rijdende wagentje van de drie. Opa had daarnaast het minste aantal kilometers gereden. En dat, terwijl hij wel de oudste was van de groep Dafs, die deze middag een flink aantal mensen ter beschikking stond. Bij auto’s in deze leeftijdscategorie- die bovendien vaak voor verhuur worden ingezet door Hollands Dafje uit (www.hollandsdafje-uit.nl) is het daarnaast logisch dat de staat van onderhoud en de technische conditie onderling verschilt.

De jongste, de beste en de favoriet

De Daf 33 uit 1972 was technisch net even minder fris dan de Daf 32 uit 1965. Die laatste legde een opmerkelijke fitheid aan de dag. Bovendien voelde hij stijver aan dan de jongste auto waar wij in reden. De derde auto van de dag was een Daf 33 Standaard, wij schreven daar eerder online uitgebreid over. Alles wat ooit glom glimt nu niet meer, het rubber rondom het originele Staalglas is bemost, en de bediening van deze Daf met de gepatineerde Azulo kleur bleek weerbarstig te zijn. Het weggedrag laat zich het best omschrijven als link. Maar déze Daf- die sinds hij nieuw werd geleverd in 1968 heel wat PK’s verloor- stal ons hart, karakteristieker kunnen levenservaring en een autotype zich nauwelijks verenigen. De eigenaar wilde onder geen beding van de auto af. En dat begrepen wij- terwijl wij met spijt in ons hart de sleutels weer aan hem teruggaven- maar al te goed.

Verbazing en glimlach

Niet alleen wij, maar ook de grote groep teamdagdeelnemers liep in de zonovergoten Weerribben met een glimlach rond. Tegelijkertijd was er de verbazing. Want de Dafjes lieten zien dat de basis van het autorijden vroeger in meerdere opzichten anders was. Goed voor onthaasting, goed voor het uitblijven van rem assistentie en stuurhulp, goed voor een opvallend praktische indeling, goed voor eenvoudige bediening. Hollands glorie uit vervlogen tijden stond symbool voor een prettig toen was geluk nog heel gewoon gevoel.

Vernuftige techniek, eenvoudig bediening

De Dafjes, kinderlijk eenvoudig in hun bediening, beschikten natuurlijk over de Variomatic techniek, dat vernuftige systeem dat werkt met een centrifugaalkoppeling, aandrijfas, primaire schijven, secundaire schijven, riemen, centrifugaal kracht, knijpkracht, riem trekkracht en vacuümregeling in de binnenste en buitenste vaste schijfkamers.  En dat samenspel zorgt ervoor, dat steeds de juiste of zo u wilt- optimale- versnelling bij de verschillende rij omstandigheden wordt gekozen. Wij zeiden het al: bediening eenvoudig, de techniek buitengewoon vernuftig, te bedienen met een simpele beweging van het gaspedaal.

Zestien jaar Daf a-body

De Variomatic leverde hoe dan ook een belangrijke bijdrage aan het succes van het Daf A-body type. Dat debuteerde in februari 1958 op de Auto RAI en ging als Daf 33 met pensioen in 1974. Gelukkig zijn er nog genoeg van deze wagentjes bewaard gebleven. Ze zijn nog steeds hartstikke leuk, en dat merkten wij op een zonovergoten dag in september 2019. Een dag, die de inleiding was voor een bladreportage van zeven pagina’s.

 

DAF 33 standaard

De absolute favoriet, de gepatineerde DAF 33 Standaard

 

Nu in de winkel, het julinummer

BMW 318i, Fiat 500 Abarth, Chevrolet Fleetmaster

Auto Motor Klassiek van juli ligt nu in de winkel. Dus snel naar de boekwinkel voor een nieuw nummer. Voor maar 4,99 een garantie voor zeker een paar uur leesplezier.

Lekker zomers prijkt op de omslag de BMW 318i cabriolet van Femko de Jong. Hij bracht de auto tot in perfectie. U leest er alles over in nummer 7.

Erg interessant vinden we zelf de ombouw van een Chevrolet Fleetmaster naar een custom. Dat is niet zomaar klakkeloos gedaan. Het was een echt ingrijpend project. Zelfs de klompen van de eigenaar moesten eraan geloven. Ook de restauratie van de Fiat 500 waarvan in dit nummer een verslag, zou je onder de noemer custom kunnen scharen. De auto was in erbarmelijke toestand, dus een intensieve restauratie volgde. Eigenaar Henrique Linde gaf er meteen een eigen 'Abarth'-draai aan. Wij vonden het resultaat meer dan geslaagd. Hendri Kampherbeek heeft zijn hart gegeven aan Peugeot. Zelfs wanneer deze voor de tweede keer onder handen moet worden genomen. Zijn Peugeot 405 mi16 kocht hij met een kapotte motor en na de restauratie was het weer bijna mis.

Natuurlijk worden alle auto- en motorverhalen weer voorafgegaan aan tientallen pagina's met korte berichten, vanaf praktische tips tot en met historie, klassiekers die we onderweg tegenkwamen en diverse columns waar het hebben van een klassieker, het sleutelen aan een klassieker en zelfs het hobbymatig handelen van klassiekers centraal staat. Bovendien natuurlijk ook rond de veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet eens aangeboden worden. Het perfecte leesvoer. Haal hem daarom snel in huis en neem alvast een abonnement, zodat u de volgende editie niet mist.

En verder ook nog:

  • Aprilia Moto 6.5 restauratie
  • Honda CB 550
  • Mercedes-Benz 600 Pullman
  • Herinnering aan Stirling Moss
  • Beleef de bevrijding deel 2

Meer over wat er in deze editie allemaal staat ziet u op onze pagina deze maand.

 

1 Comment

  1. Ton van Ommen

    26 november, 2019 at 19:07

    Over Dafjes gesproken. Vroeger reden we bij KPN Telecom. (Dat werd toen nog PTT Technische Dienst genoemd) Ook in Dafjes Grijs met soms een huifje erop. Maar bij de Post reden die dingen 1 op 3 Geen mens snapte waarom. Maar wat was het geval,In de Noordoostpolder waar we woonden stonden de boerderijen een heel eind van de weg af.De postbode reed de oprijlaan op deed de post in de bus en met dezelfde rot gang weer achteruit naar de weg . En dat werd dus niet geregistreerd door de teller vandaar het hoge verbruik. Later kwam de postbus aan de weg en werden de Dafjes een stuk zuiniger. Ha ha

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *