Artikelen

Vandaag geen motorfietsen, maar ambulances

By  | 

Vanochtend weinig andere motorfietsen gezien. Wel een ambulance. En de rode Eend van dorpsgenoot Hans. Een 2CV als ambulance kon ik me niet echt voorstellen, maar een DS of XM? Of een BX?

We publiceren deze artikeltjes gratis, en willen dat natuurlijk ook blijven doen. Maar u begrijpt dat dat voor ons niet gratis is. Ondersteunt u dit initiatief en waardeert u het? Overweeg dan eens een abonnement op Auto Motor Klassiek. U helpt ons dan niet alleen de gratis initiatieven betaalbaar te houden, maar ontvangt als bonus ook nog eens elke keer een AMK in de bus. En u betaalt nog maar € 3,30 per nummer in plaats van € 4,99. Elke maand goed voor uren leesplezier.

Comfort voor alles

Die auto’s hadden door hun unieke veersysteem een fantastisch rij-comfort en een fenomenale wegligging. En dat zijn dingen die in het voordeel van alle inzittenden spreken. Er zijn veel XM ambulances gemaakt. Door verschillende bouwers: Baboulin, Cimos, Collet, Gifa/Heuliez, Petit, Tissier en Rouzier.

Ambulance voor korte klanten

De meest basale manier om van een XM een ambulance te maken is om de laadvloer van een break optimaal te gebruiken. Cimos, een Sloveens bedrijf waar in Citroën groot aandeelhouder was, pakte het op die manier aan. Bij patiënten van 1 meter 90+ had de achterdeur niet meer dicht gekund. Aan het andere eind van het spectrum bouwde Tissier uit Villeneuve le Roi zeswielige ambulances die zo in ‘Thunderbirds are Go!’ hadden kunnen figureren. De binnenlengte was een krappe 260 cm en voor veel Fransen was de binnenhoogte van 175 cm gewoon stahoogte. Tissier maakte de hele opbouw van kunststof. Dat gaf de indrukwekkende ambulances een beperkte torsiestijfheid, maar indachtig Nummer 14’s adagio ‘hep elk nadeel se foordeel’: de wegligging van de drie-asser werd er nog beter door.

Van de makers

Gifa/Heuliez klopte zich op de borst met een USP, een ‘unique selling point’, iets waarvoor de Fransen indertijd zonder twijfel hun eigen marketingkreet in eigen taal hadden. Heuliez bouwde de oorspronkelijke breaks voor Citroën. Ze konden dus werken vanaf de kale plaat, en als hun werk gedaan was kon het geheel in het cataforese dompelbad. Zo was de hele constructie tegen roest beschermd, en dat was dan weer een oppepper voor de restwaarde van de auto.

Ook gewone berlines

Voor ‘zittend patiëntenvervoer’ en transport van paramedici werden trouwens ook XM’s ingezet. Gewone berlines. Dat waren standard auto’s in een witte jas en voorzien van zes-puntige blauwe kruisen. En dat was dan het enige onderhoud met de reguliere taxi’s waarvan de rit naar de fysiotheapeut niet door de zorgverzekering werd gedekt.

Nadat de meeste XM ambulances uit het straatbeeld waren verdwenen, verspeelde Citroën zij hegemonie op zieken- en gewondentransport. De C5 ambulance was op alle gebieden behalve in de verkoop een topper. De omgebouwde Jumpers en Jumpy’s waren duidelijk opgewaardeerde bestelwagens. Als gevolg van als die ontwikkelingen weken de ambulanciers deels uit naar andere merken. De kans dat je tegenwoordig als pechvogel in een Mercedes-Benz ambulance terecht komt is aanzienlijk.

Op Franse verkoopsites staan nog met enige regelmaat gepensioneerde XM ambulances aangeboden. We zagen er al eentje, een diesel met maar 79.000 km op de teller,  geadverteerd voor 1000 €. Doorgaans zij ze dan ‘verburgerd’ en voor een of ander doel gebruikt. Denk eens wat een opzien je baart als je met een zeswielige Tissier de camping op draait. Oh ja: Ook de gewone XM’s zijn in hun thuisland nog niet duur. Maar let er bij lokale aanschaf wel op dat er iets van een onderhoudshistorie aanwezig is en dat Fransen nogal positief zijn in de omschrijving van de staat van hun aanbod.

Maar hoe dan ook: Er zijn aardig wat voormalige Citroën ambulances in Nederland terecht gekomen. En een fors deel daarvan is camper geworden.

Tissier heeft trouwens een fanclub, en bouwde ook ‘snelbestellers’ op basis van de XM.

 

Nu in de winkel, het julinummer

BMW 318i, Fiat 500 Abarth, Chevrolet Fleetmaster

Auto Motor Klassiek van juli ligt nu in de winkel. Dus snel naar de boekwinkel voor een nieuw nummer. Voor maar 4,99 een garantie voor zeker een paar uur leesplezier.

Lekker zomers prijkt op de omslag de BMW 318i cabriolet van Femko de Jong. Hij bracht de auto tot in perfectie. U leest er alles over in nummer 7.

Erg interessant vinden we zelf de ombouw van een Chevrolet Fleetmaster naar een custom. Dat is niet zomaar klakkeloos gedaan. Het was een echt ingrijpend project. Zelfs de klompen van de eigenaar moesten eraan geloven. Ook de restauratie van de Fiat 500 waarvan in dit nummer een verslag, zou je onder de noemer custom kunnen scharen. De auto was in erbarmelijke toestand, dus een intensieve restauratie volgde. Eigenaar Henrique Linde gaf er meteen een eigen 'Abarth'-draai aan. Wij vonden het resultaat meer dan geslaagd. Hendri Kampherbeek heeft zijn hart gegeven aan Peugeot. Zelfs wanneer deze voor de tweede keer onder handen moet worden genomen. Zijn Peugeot 405 mi16 kocht hij met een kapotte motor en na de restauratie was het weer bijna mis.

Natuurlijk worden alle auto- en motorverhalen weer voorafgegaan aan tientallen pagina's met korte berichten, vanaf praktische tips tot en met historie, klassiekers die we onderweg tegenkwamen en diverse columns waar het hebben van een klassieker, het sleutelen aan een klassieker en zelfs het hobbymatig handelen van klassiekers centraal staat. Bovendien natuurlijk ook rond de veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet eens aangeboden worden. Het perfecte leesvoer. Haal hem daarom snel in huis en neem alvast een abonnement, zodat u de volgende editie niet mist.

En verder ook nog:

  • Aprilia Moto 6.5 restauratie
  • Honda CB 550
  • Mercedes-Benz 600 Pullman
  • Herinnering aan Stirling Moss
  • Beleef de bevrijding deel 2

Meer over wat er in deze editie allemaal staat ziet u op onze pagina deze maand.

 

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

1 Comment

  1. V Benschop

    7 februari, 2018 at 22:13

    Leuk verhaal.

    Het hydreaupneumatische veersysteem van Citroen was ongekend in de jaren ‘50 en werd door diverse automobiel fabrikanten als Rolls Royce, Mercedes, Maserati en Jaguar toegepast op de luxe modellen. En zo ook op de ambulance versies. Bijvoorbeeld de verlengde versie van Mercedes 200 serie (die gebruikt werd door carrosseriebouwers voor ambulances) had op de achteras op Citroen bollen. Idem Citroen bollen voor de Renault espace en Master ambulances.

    Desalniettemin maakt Citroen nu geen hydreaupneaumatische vering meer en veert het luxe segment van Audi BMW en Mercedes op luchtvering. Hetzelfde geldt voor ambulances die nu vrijwel niet meer op basis van stationwagens gebouwd worden maar op basis van bestelbusjes met … jawel … luchtvering.

    Luchtvering is als optie zelfs doorgedrongen tot het middenklasse segment en te bestellen op bijvoorbeeld de VW Passat.

    De ziekenwagen waar het allemaal mee begon, de DS ambulance, is in Nederland door twee fabrikanten gemaakt: Akkermans en Visser. In België door Fisher en in Duitsland door Miesen. In tegenstelling tot de DS cabriolet (gebouwd door Chapron) waarvan er nu meer bestaan dan ooit nieuw (1450 stuks) gemaakt zijn er van de naar schatting 20.000 DS ambulances maar een honderdtal over. Gelukkig te zien op Citroen oldtimer evenementen en in films als de Hel van ‘63, THE Davinci Code en Hibernatus van Louis de Funes met nota bene alle drie verschillende modellen DS in de ambulance uitvoering.

    Zo ook organiseerden we een claxon en sirene concert op de ICCCR 2016 te Midachten, de trailer is op YouTube beschikbaar.

    Vriendelijke groet,
    V Benschop
    Ambulance-coördinator Citroen ID DS Club Nederland

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *