in ,

Toyota rallyhistorie. De vergeten WRC overwinningen (Boyce-Woods, 1973)

Deze maanden besteedt Auto Motor Klassiek aandacht aan de rallyhistorie van Toyota. In een tweeluik beschrijven wij de wortels, de oorsprong en de achtergronden van het hedendaagse wedstrijdsucces van de grootste fabrikant ter wereld. Een successtory, die in België begon. De geschiedenis daarvan bárst van de achtergrondverhalen. Daarom delen wij óók online een paar bijzondere gebeurtenissen uit die historie met u. Vandaag blikken wij terug op de vergeten WRC zege van de Canadezen Walter Boyce en Doug Woods, oppermachtige winnaars van de Press-On-Regardless in 1973. Zij reden nooit voor een Europees geleid rallyteam, maar zij speelden met hun overwinning het ambitieuze Andersson Motorsport wél in de kaart.


De rally aan de andere kant van de Atlantische Oceaan was jarenlang een vaste waarde binnen het WRC programma, dat in 1973 het International Championship for Manufacturers verving. De meeste rally’s binnen deze kampioenschappen vonden plaats in Europa. De rallysport genoot aanzien, maar was voor constructeurs, fabrikanten en privéteams nog niet dusdanig groot dat men de hele wereld afreisde voor rallydeelnames. Het was één van de redenen dat de Press-On-Regardless een sterk Noord-Amerikaans getint deelnemersveld had.

Voorbode voor eerste WRC zege van Toyota

Walter Boyce en Doug Woods vormden één van de 57 equipes die de 1973 editie van de Noord-Amerikaanse rally rondom Michigan zouden rijden. Deze werd van 31 oktober tot en met 4 november van dat jaar gehouden, en de organisatie had op voorhand 85 klassementsproeven in de wedstrijd opgenomen. Boyce en Woods kenden elkaar al langer, en reden tijdens eerdere jaren samen enkele Noord-Amerikaanse rally’s. Aanvankelijk gebeurde dat met een Datsun 1600 SSS, maar in 1971 stapten zij- over naar de Toyota Corolla Coupé, uiteraard in aangepaste vorm. Het Canadese duo boekte vooral in 1973 en 1974 de nodige successen. Niet zelden vonden de coureurs zichzelf op de hoogste trede van het podium terug. De aanloop naar de Press-On-Regardless van 1973 bleek een voorbode voor Toyota’s eerste zege in de WRC.

Zelf opgebouwd

Het was Toyota Canada dat een Toyota Corolla SR5 (TE27 voor Noord-Amerika) beschikbaar stelde. Walter Boyce, Doug Woods en mecanicien Robin Tyler bouwden de Corolla zelf op. Toyota had nog geen officieel rallyfabrieksteam, het was de tijd dat Toyota-rallyequipes privé initiatieven waren die werden ondersteund door lokale dealers en importeurs. Het trio Boyce-Woods-Tyler stak dus zelf de handen uit de mouwen, en pasten de 2T-C motor aan. Deze krachtbron was beschikbaar voor de Amerikaanse markt. De motor was afgestemd op Noord-Amerikaanse emissie-eisen. Deze 1.588 cc pushrod motor (OHV) bood echter voldoende ruimte voor een forse vermogensinjectie. De 2T-C motor werd door het Canadese trio opgevoerd naar 140 DIN-PK. Bovendien pasten de Canadezen de auto ook verder aan naar voorgeschreven rallyspecificaties. De Corolla werd een Groep 2 auto, én een historisch succesnummer voor Boyce en Woods. En ook voor Toyota zélf.

Belagers op grote achterstand

De Press-On-Regardless werd de grootste en meest belangrijke zege voor het duo. En de wijze waarop deze tot stand kwam met de Corolla SR5 was volkomen indrukwekkend. Al vanaf klassementsproef 7 (Classic Motorbooks) stond het duo aan kop in de rally. De Canadezen gaven de wedstrijd niet meer uit handen. Sterker: bij het opmaken van het eindklassement bleek dat Walter Boyce en Doug Woods bijna een half uur voorsprong hadden op James Walker en Terry Palmer. Zij reden hun Volvo 142 S naar plek twee. De derde plaats op het podium was voor John en Carol Smiskol. Het duo finishte met de Datsun 240 Z met ruim 35 minuten achterstand op de Corolla.

Datsun beheerst top-tien, Toyota heerst in rally

Over Datsun gesproken. Dat was een grote rallyspeler in die tijd. In de top tien van de Press-On-Regardless 1973 bevonden zich nog vier Datsun exemplaren. Dat waren allen rallyversies van de 510. Twee Fords (Escort Mk1 1600 RS en een Capri 2600 RS) en de Polski Fiat 125p 1500 van het Poolse duo Mucha-Zyskowski (zesde plaats) completeerden de top tien. Die liet in 1973 vooral zien, dat iedereen in Amerika kansloos was tegen de Corolla en zijn equipe.

Slechts twee Toyota’s in POR 1973

Het duo Boyce-Woods had Toyota goed op de kaart gezet. Met de wendbare Corolla hadden zij alles en iedereen de maat genomen. Opmerkelijk: de auto van Boyce en Woods was de enige Corolla binnen het deelnemersveld. Bovendien was dat één van de slechts twee Toyota’s in de rally. De andere Toyota was de Corona, die door het Amerikaanse duo Braund-Natho werd bemand. Dit samenspan haalde de finish niet. Dat was geen uitzondering rondom Michigan, want slechts 23 van de 57 equipes haalden de eindstreep wel.

“Tot de draad afgereden”

Toyota Japan was opgetogen over de zege van Boyce en Woods, en stelde naar goed gebruik materiaal beschikbaar om de Corolla voor ieder evenement rallyklaar te maken. Voor een fabrieksteam of voor volledige support vond men het in Japan nog steeds te vroeg.Toch bleven de Canadezen Toyota tot en met 1976 trouw, zoals zij ook trouw bleven aan hún rallyauto. Tot september 1974 reden zij met één en dezelfde rallywagen hun wedstrijden. Met succes, want zij behaalden menig podiumplek met de Corolla. Doug Woods zou later verklaren, dat de Toyota van hem en Boyce tot de draad toe was opgereden. Samen met Walter Boyce stapte hij na de Rocky Mountain rally 1974 over op de Toyota Celica 1600. Vanaf 1977 scheidden de wegen van Boyce en Woods definitief.

Inspiratie voor Andersson

Boyce en Woods reden nooit voor een Europees team. Maar dat hun zegetocht in Noord-Amerika onbedoeld een extra wapen vormde voor Ove Andersson om Toyota definitief op de rallykaart te zetten is meer dan een aanname. Want de Canadese zege in de Press-On-Regardless was een welkome steun in de rug van Andersson, die zo nóg een argument had om Toyota Japan te overtuigen van de enorme potentie van Toyota in de rallysport. Dat lukte, ook met veel hulp van Eugène Paesmans. Zo werd Andersson de eerste constructeur met volledige fabriekssteun, en werkte hij vanuit het Belgische Lot met TTE gestaag aan de fundamenten van een successtory die zijn weerga niet kent.

Meer artikelen over de vergeten Toyota WRC overwinningen vindt u hier.


Help ons mee deze website en de aangeboden artikelen gratis te houden. Abonneer uzelf op Auto Motor Klassiek en ontvang daarbij ook het blad 12x per jaar in de bus. Of doneer een gewenst bedrag op onze betaalpagina via deze link. We zijn u er zeker dankbaar voor.


 


Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Afhaalchinees: Chang Jiang 750

Vroeger hadden we nog winters – column