Bijzonder

Bricklin SV-1

By  | 

The American Dream uit Canada: maar het werd een nachtmerrie

Economisch en veilig. Het gaat niet vaak samen met een supercar. Nee, ook niet in de Bricklin SV-1. Hij werd er bovendien niet bijzonder oogstrelend van. Toch wel een kernwaarde in de superklasse… Verrassend genoeg bleef het beoogde succes dan ook uit. Precies een van de belangrijkste redenen waarom de gevestigde supercarfabrikanten zo exclusief zijn. En blijven. Want als het zo eenvoudig was om een supercar te bouwen en er succesvol mee te zijn, dan deed iedereen dat wel.

Malcolm Bricklin deed begin jaren zeventig in ieder geval zijn eigen dappere poging. De nogal wisselend succesvolle Amerikaanse entrepreneur had een niet onaardig kapitaaltje achter de hand na zijn vroegtijdig beëindigde carrière als auto importeur. Zijn bedrijf, Subaru of America, verscheepte, you don’t say, Subaru’s kleine type 360 naar de immense Amerikaanse automarkt. Dat ging in eerste instantie heel aardig, totdat het mini autootje als enorm onveilig bestempeld werd en het bots-fobische Amerikaanse publiek het Japanse bolletje voortaan links liet liggen. Op kreukelgebied was het inderdaad geen partij voor de inheemse mastodonten. Subaru kocht Bricklin vervolgens uit met aandelen, voor hem de uitgelezen kans om weer een ultieme jongensdroom te verwezenlijken. Want bakkebaarden, een lawaaiige outfit en een zonnebril had ‘ie al.
bricklin_sv-1_5

Uitgelachen in Motown

Een supercar met zijn naam erop, dat was zijn volgende droom. The American Dream. Maar dan in Canada. In Detroit werd Bricklin namelijk ronduit uitgelachen toen hij zijn plannen ontvouwde voor zijn supercar. Onmogelijk ontwerp en volstrekt onmogelijk om te bouwen, oordeelden de techneuten in Motown over zijn prototype, “The Grey Ghost”. Ook Bricklin’s poging om de sceptici alsnog te overtuigen door Ford’s eigen ontwerper Herb Grasse het ontwerp van de Bricklin SV-1 bij te laten schaven, liepen op niets uit. Een ding van niks, volhardden de besnorde Detroiters. Bricklin droop af onder hun hoongelach. Maar zij waren niet de laatsten die lachten. Voorlopig tenminste…

In New Brunswick, Canada, vindt Bricklin steun in de vorm van Richard Hatfield, de premier van de provincie. Hij wil deze kwakkelende regio op de kaart zetten en ziet in Bricklin’s plastic geesteskind het ideale project om dat te realiseren. Een Canadese supercar. Wow. De eerste zes miljoen dollar is al los, nog voor het haalbaarheidsonderzoek is afgerond. Och, detail. Maar ook ruim voordat de de Bricklin SV-1 ook maar enigszins productieklaar is. Here comes trouble.

Superveilig, maar geen supercar

In ruime mate zelfs. De fabrieken in Minto en Saint John lopen voor geen meter. Maar wel leeg. Elke tien weken maar liefst. Door New Brunswick’s liberale sociale stelsel is het mogelijk om na tien weken werken bij ontstane werkloosheid 42 weken uitkering te ontvangen. Goed plan, vinden vele arbeiders in deze nieuwe fabriek en zo kan Bricklin elke tien weken op zoek naar nieuw personeel. Dat is in de regel geen garantie voor kwaliteit. Die heeft er dan ook flink onder te lijden, ook omdat het ontwerp zelf al niet bepaald vlekkeloos was. Maar de bedoelingen waren goed.
autowp-ru_bricklin_sv-1_8
Bricklin’s visie over de Bricklin SV-1 was een superveilige supercar. Dat streven naar veiligheid lukte redelijk, maar wel ten koste van het gewicht. De beoogde supersporter werd door alle veiligheidsvoorzieningen zo zwaar, dat het ten koste ging van het belangrijkste kenmerk: supercar-rijeigenschappen. Ondanks de vleugeldeuren. Of misschien juist dankzij: zwaar en vrijwel doorlopend verbogen en kapot door het openingsmechanisme. Bummer. Daar hielp ook de Windsor 5,7 liter V8 niets meer aan. Het ding was te log en te lomp om op dit niveau uit de voeten te kunnen. En dan had ook nog niemand naar de afwerking gekeken.
autowp-ru_bricklin_sv-1_6

Toch uniek

Zo had bijvoorbeeld de achterklep van de Bricklin SV-1 geen afwatering. Geen idee waar het regenwater heen ging. Daar had niemand aan gedacht. En het acryl-polyester waaruit de carrosserie was opgebouwd, was moeilijk te lijmen en bleef maar scheuren en breken. Het idee was goed: net als een badkuip werd de kunststof niet in kleur gespoten, maar al in kleur gegoten, zodat eventuele krassen er makkelijk weer uit gepolijst konden worden. Maar een badkuip komt weinig torsie, stoepranden, drempels, rotondes of andere badkuipen tegen. Als dat met de Bricklin SV-1 onverhoopt wel het geval was en er ontstond schade, dan kwamen klanten en dealers er tot overmaat van ramp achter dat er eigenlijk geen enkele methode was om die schade aan de carrosserie weer te herstellen. De Bricklin SV-1 bleek wederom uniek: de eerste wegwerpsupercar was een feit.

De Amerikaanse droom lag nu wel ongeveer in duigen. In feite al veel eerder, maar toen kreeg alles en iedereen de schuld voor het uitblijven van het succes, behalve Bricklin en Hatfield. Vonden zij zelf, althans. Er was al tientallen miljoenen dollars ingepompt door de provincie New Brunswick en Hatfield privé, maar het leverde alleen maar meer verlies op. Het werd een flop, Bricklin ging failliet. In 1974 en 1975 werden er slechts een kleine 3000 stuks gebouwd en geleverd aan uiterst dappere klanten, die scheurend, brekend en lekkend de schijn van een supercar ophielden. Ze verdienden beter. En Malcolm helemaal niets.

autowp-ru_bricklin_sv-1_4

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

X
X