Motoren

Terug van weggeweest: De BSA B33

By  | 

De dikke BSA eenpitters en hun concurrenten van andere merken zijn weer terug op de markt. En dat terwijl ze jarenlang onvindbaar waren omdat ze eerlijk verdeeld waren onder liefhebbers. Voor die terugkomst van de voorlopers van de XT500 is een verklaring:

De BSA en de knieën

De knieën van de afzwaaiende generatie bezitters. Want om een Britse 500 cc eencilinder te starten, daar heb je trapkracht voor nodig. En de dikke eenpitters – en nog veel meer moois – zijn jarenlang binnen beperkte kring gekoesterd. Ze zijn samen met hun eigenaars steeds ouder geworden. Maar in de tijd dat de conditie van de dikke BSA’s en soortgenoten steeds beter werd, daar begon de slijtage aan ruggen en knieën van hun baasjes aan een sluipende opmars. Peter Koelewijn zong het al: “Je wordt ouder pappa”.

Alles heeft zijn, grenzen

En op een gegeven moment is zo’n Britse stamper gewoon niet meer aan te trappen. Dat besef moet doorgaans een paar jaar sudderen, maar dan wil iemand nog wel eens beslissen dat het soms beter is om ook een lange, liefdevolle relatie te beëindigen. Dat is de reden waarom er nu weer regelmatig grote Britse eencilinders te kop zijn. En dat zijn dan natuurlijk niet alleen de motorfietsen van BSA, maar ook die van de andere ooit gerenommeerde merken. En dat is dat boffen voor de mensen van wie de knieën nog wel door de APK zijn gekomen.

500 cc was best veel

De BSA B33 is een vergrote versie van de 350 cc B31 en met een boring x slag van 85 x 88mm een bijna “vierkant” motorontwerp. De BSA B33 was in zijn derde versnelling net zo snel als de B31 in de vierde versnelling en de topsnelheid van de halveliterfiets was zo’n 125 km/u.

Met zijn separate versnellingsbak achter het motorblok was ook deze BSA een voorbeeld van klassieke motorbouw. En 500 cc was indertijd een heel indrukwekkende cilinderinhoud. De BSA is een grote, bijna statige motorfiets. Een serieuze toermachine of zijspantrekker.

Er zijn veel BSA B modellen gemaakt

Er zij er veel gekoesterd, behouden en gerestaureerd. En het is nog steeds heel goed te doen een BSA B33 te rijden en te onderhouden. Want er zijn – ook in Nederland – een paar gespecialiseerde leveranciers die letterlijk alle onderdelen nog gewoon nieuw, of met ervaring kunnen leveren. En dat nog voor de meest vriendelijke prijzen .

Tel daarbij dat zo’n eenpitter technisch simpel in elkaar zit en sleutelvriendelijk is. Dan is er alleen nog maar een set ‘Engels’ gereedschap, met ‘inchmaten’ nodig om nog heel lang van het sonore gebrom van zo’n indrukwekkende eenpitter te kunnen genieten. Zolang als uw knieën het toelaten.

Het aanbod stijgt…

De vraag doet dat wat minder. Want voor de meest recente generatie klassiekerliefhebbers is zo;n Britse eenpitter gewoon te oud, hij valt buiten het referentiekader. Maar het mooie is dus dat de mensen die wel interesse hebben in zoiets moois een zekere keuzevrijheid hebben. En het feit dat er dan een keuze gemaakt moet worden tussen verschillende, doorgaans in prima staat zijnde. machines? Is dat geen probleem dat we allemaal zouden willen hebben?

 

Dolf Peeters, huurwoordenaar, automotive journalist, lid van de Heeren van Arnhem

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

X
X