Reportages

De Sunbeam Tiger: raskat of boskat

By  | 

In 1956 kregen Kenneth Howes en Jeff Crompton de opdracht de Alpine opnieuw te ontwerpen, met als doel een sportauto voor de Amerikaanse markt te bouwen. Howes had voor Ford gewerkt, en de auto leek dan ook wat op een vroege Ford Thunderbird. Tussen 1959 en 1968 werden ca. 70.000 stuks in vier series van deze Alpine geproduceerd. De productie eindigde kort na de overname door Chrysler in 1968.

Van kitten naar Sunbeam Tiger

De Sunbeam Tiger was een spin off van de elegante Alpine en zou nu nooit meer kunnen ontstaan. Blijkbaar was het idee om een V8 in een een ranke Britse sportwagen vrij voor de hand liggend in tijden dat rare ideeën nog vrij voor de hand lagen.

 

De Sunbeam Tiger is de high-performance versie van de Britse Sunbeam Alpine Roadster en mede ontworpen door de legendarische Amerikaan Caroll Shelby. Het model met een dikke V8 voorin is van 1964 tot 1967 geproduceerd en er zijn er slechts zo’n 7.500 van gemaakt. Kritische geesten stellen daarbij dat minstens een even zo groot aantal Alpines ergens in hun leven buiten de officiele paden om van een V8 is voorzien. Maar het echte begin werd gezet door de legendarische Caroll Shelby.

Shelby was bekend geworden door zijn schepping van de AC Cobra en hoopte een contract in de wacht te slepen van de Rootes Group om de Sunbeam Tiger in Amerika te kunnen bouwen.


In plaats daarvan werd de Sunbeam Tiger productie aan Jensen in Engeland uitbesteed en ontving Shelby royalty’s voor elke auto die van de band liep. Er waren twee modellen door de tijd heen, de serie 1 met een 4.3 liter V8 en de serie 2 met een 4.7 liter V8. De eigenaar van de Rootes Group boekte enkele successen met de auto in de rallysport en gedurende twee jaar was de Sunbeam Tiger recordhouder op de kwart-mijl in de USA.

Niet met een schoenlepel, maar met een hamer

Blijkbaar werd de motorruimte van een voormodel ooit bij Shelby met een moker op maat gemept om de Ford V8 er in kwijt te kunnen. Jensen bouwde later Alpines om naar Tigers door de middentunnel er gewoon uit te slijpen en er een bredere in te puntlassen. Kortom: De eerste Tigers waren structureel over- gemotoriseerd. Knallen maar!

De Sunbeam Tigers waren dus een ‘work in progress’. Het exemplaar dat we in het mei nummer van AMK laten zien is daar een schitterend voorbeeld van: eigenaar Frank Maas maakte zijn Sunbeam Tiger tot de auto die hij had kunnen zijn. Dat gebeurde met een heleboel vakmanschap en middels een uitgelezen netwerk.

Echte Sunbeam Tigers zijn intussen heel duur. En zelfs de dure exemplaren zijn vaak niet ras zuiver. Sunbeam Tigers lieten zich blijkbaar erg makkelijk aanpassen/opwaarderen naar de smaak van hun eigenaars of de technische ontwikkelingen in de tijd. Dat is van belang om te weten indien u aan fabrieksoriginaliteit hecht.

Mocht u dus eerdaags een Sunbeam Tiger willen scoren; haal hem dan niet uit het asiel, maar ga naar een gespecialiseerde grote kattenliefhebber. En maak daarbij niet de fout te denken dat Jaguar liefhebbers gek op alle grote katten zijn.

Oh ja: Koop dus eerst het meinummer van AMK.

Dan weet u in elk geval wat de opties zijn. Of beter nog: Neem zo’n buitengewoon scherp geprijsd abonnement op Auto Motor Klassiek. Dan krijgt u het blad een week voordat het in de kiosken ligt. En ziet u alle advertenties dus eerder dan de losse nummer kopers.

En dat kan zelfs in deze digitale tijden heel leuk uitpakken!

suggestiebanner

Ook leuk om te lezen…

Nu in de winkel

Auto Motor Klassiek van februari ligt nu in de winkel met deze maand een uitgebreid artikel over de Taunus 12M P4 van Fokke Jansma uit Wijnjewoude. Een opmerkelijk goed geconserveerde klassieker, die een bijzondere ontwerpgeschiedenis heeft. We mochten ook rijden in een tot in het kleinste detail perfecte Triumph 2000 Roadster. Hoe dat aanvoelt? U leest het in het februarinummer. Mocht u ooit van plan zijn een Opel Senator aan te schaffen, dan is het goed dat u dit nummer in huis heeft, want Aart van der Haagen doet uitgebreid uit de doeken, waar u dan rekening mee moet houden. Het een en ander aan aankooptips vindt u ook bij het artikel over de Citroën Dyane. Een auto die we troffen met zijn eigenaar op een terras tijdens een werkoverleg.

En verder:

De restauratie van een Nimbus Model C en een Norton M50. Waarom er zo weinig Opels over zijn? Dat leest u ook in dit nummer. De liefhebberij van een in Spanje wonende Nederlander, die ook geldt als dé specialist voor de Fiat 130. En ook in dit nummer; bijna dertig pagina’s korte berichten, verslagen, praktische tips, columns en korte typebeschrijvingen. Bovendien natuurlijk ook meer dan veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet verder aangeboden worden.
ABONNEER NU EN MIS HET VOLGENDE NUMMER NIET MEER

Dolf Peeters

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *