Historie

Studebaker, te klein om te winnen

By  | 

Mijn twee favoriete speelgoedauto’s waren Corgi Toys, de net wat mooiere soortgenoten van de Dinky Toys. Het waren de 1928 Bentley 3 Litre van Wreker John Steed en de Studebaker Golden Hawk. “Een ‘Hawk’ is een havik,” legde mijn vader uit.

Studebaker, problemen in 1933 1n 1966

In 1736 verlieten familieleden van de familie Stutenbecker het Duitse Solingen en reisden via Rotterdam naar Philadelpia. Solingen was al eeuwen beroemd om zijn smederijen, het befaamde ‘Solingen staal’, en allerlei snij- en knipgereedschap. De immigratiebeambte op Ellis Eiland veranderde de familienaam op basis van was hij hoorde in ‘Studebaker’ NB: In https://www.genealogy.com/articles/research/88_donna.html wordt deze manier van doen aangevochten. Maar dat ‘Neustädter’ veranderde in ‘Newton’ en ‘Hallivichoff’ in ‘Hall’. Dat begrijpen we.

 

Kleiner dan de Grote Drie

Studebakers Amerikaanse ‘roots’ wortelde stevig in 1852, toen de broers Henry en Clement Studebaker een smederij, de ‘Studebaker Corporation‘ begonnen in Indiana. Ze werden toonaangevend producent van huifkarren voor het leger en deden heel goede zaken in de burgeroorlog. Toen de VS 100 jaar oud werden was de Studebaker Company de grootste fabrikant van door paarden getrokken voertuigen ter wereld. Omstreeks de eeuwwisseling stapten ze in de autowereld. Hun eerste auto werd in 1902 gemaakt en was… elektrisch. Pas twee jaar later ging Studebaker over op benzine.

In de jaren twintig duidden de typenamen Big Six, Special Six, Light Six en Standard Six op de motorisering bij Studebaker. In 1927 werden de onderlinge verschillen duidelijker met de nieuwe namen President, Commander en Dictator. Voor de kleine beurzen was er de ‘Erskine’.

In 1915 was Albert Erskine hoofdbaas bij Studebaker en bracht het merk naar het ‘next level’ door de gerenommeerde autofabrikant Pierce-Arrow te kopen. In 1933 viel het bedrijf bijna om vanwege de gevolgen van de Grote Depressie. De voorzitter, Albert Erskine trad af en pleegde zelfmoord. Studebaker kwam weer in de zwarte cijfers, maar nooit meer lekker op gang. Het feit dat het merk ook erg goede trucks ging maken deed daar weinig aan af. In 1939 presenteerde Studebaker de goedkope zescilinder Champion parallel aan de zescilinder Commander en de achtcilinder President.

suggestiebanner


De Hawks

Voor ons wordt het doorgaans pas spannend bij de Hawks, de Golden Hawk en de Silver Hawk en de Gran Turismo. Die auto’s droegen de signatuur van Raymond Loewy en Robert Bourke. En hadden ondanks hun formaat een indrukwekkende mate van on-Amerikaanse sierlijkheid.

Omstreeks die tijd had de Packard Motor Car Company de Studebaker Corporation overgenomen en de nieuwe kongsi was in een hevige strijd met General Motors, Ford en Chrysler verwikkeld. Het was daarbij een soort van Calimero effect: “Zij zijn groot, en ik ben klein…”

Ergens in het traject kwam de Dictatator ten val. Dat gebeurt vaker en nog steeds met dicators. Kijk maar op het nieuws. Het doek viel in 1966 definitief.

Met twee gezichten

Voor die tijd en na de oorlog kregen de nieuwe Studebakers de bijnaam “Coming-and-Going cars” omdat de voor- en achterkant erg op elkaar leken. Maar voor 1951 kwam Studebaker met een heel eigen V8 kopklepper en dat blok ging in de Commander.

Intussen groeide de vraag naar kleinere auto’s en Studebaker hield in het grote segment alleen de Silver Hawk over. De rest van de energie ging naar de kleinere vogels: de Larks. En mijn vader zou in mijn speelgoedtijd hebben uitgelegd dat een ‘lark’ een Leeuwerik is. Dat was op korte termijn geen slecht idee. Want in 1959 gingen de Larks als warme broodjes de winkel uit. 1959 was Studebakers gloriejaar. In 1960 hadden GM, Chrysler en Ford hun eigen compacts klaar en te koop. Aiii. Dat deed pijn.

Studebaker besloot op de sportieve toer te gaan

Omdat er nu eenmaal een strakke koerswijziging nodig was om te overleven, presenteerde men in 1962 de Gran Turimo Hawk, een auto met een V8 en een Paxton Supercharger. En dan was er ook nog de futuristische Studebaker Avanti. Een on-Amerikaans gestyleerde schoonheid met een polyester koets.

Het mocht allemaal niet baten. De tent ging plat.

Toegewijde Studebaker rijders sloegen hun slag bij de ‘uitverkoop’ en richtten ‘the Studebaker Drivers Club’, the ‘Antique Studebaker Club’ en de ‘Avanti Owners Association’ op. Dat zijn nog steeds florerende clubs.

De ondergang

Die kwam omdat Studebaker nooit de massa en het momentum heeft gekend van General Motors, Ford en Chrysler. En vanuit die hoek bezien heeft Studebaker het in zijn 114-jarige bestaan eigenlijk heel goed gedaan.

De reden van deze online tekst

Studebaker is zo’n merk dat in je achterhoofd zit. Het was een mooi merk. En de Hawks en Avanti’s waren beeldschone auto’s. Toch zie je er niet veel. Auto Motor Klassiek had het geluk een heel mooi exemplaar te vinden. We zijn bezig met het verhaal over die auto. En we vertellen dan ook waar hij staat. Maar in de tussentijd zijn we zelf aan het sparen.

Studebaker

 

 

Ook leuk om te lezen…

Nu in de winkel

Auto Motor Klassiek van februari ligt nu in de winkel met deze maand een uitgebreid artikel over de Taunus 12M P4 van Fokke Jansma uit Wijnjewoude. Een opmerkelijk goed geconserveerde klassieker, die een bijzondere ontwerpgeschiedenis heeft. We mochten ook rijden in een tot in het kleinste detail perfecte Triumph 2000 Roadster. Hoe dat aanvoelt? U leest het in het februarinummer. Mocht u ooit van plan zijn een Opel Senator aan te schaffen, dan is het goed dat u dit nummer in huis heeft, want Aart van der Haagen doet uitgebreid uit de doeken, waar u dan rekening mee moet houden. Het een en ander aan aankooptips vindt u ook bij het artikel over de Citroën Dyane. Een auto die we troffen met zijn eigenaar op een terras tijdens een werkoverleg.

En verder:

De restauratie van een Nimbus Model C en een Norton M50. Waarom er zo weinig Opels over zijn? Dat leest u ook in dit nummer. De liefhebberij van een in Spanje wonende Nederlander, die ook geldt als dé specialist voor de Fiat 130. En ook in dit nummer; bijna dertig pagina’s korte berichten, verslagen, praktische tips, columns en korte typebeschrijvingen. Bovendien natuurlijk ook meer dan veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet verder aangeboden worden.
ABONNEER NU EN MIS HET VOLGENDE NUMMER NIET MEER

Dolf Peeters

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

1 Comment

  1. Jaak Eijkelenberg

    12 december, 2019 at 18:55

    Vreemd dat de kleur in de naam van een auto er vaak niet in het echt terug komt. Golden Hawk zijn niet goudkleurig Silver idem, Corvair Greenbrier hebben meestal alle kleuren behalve groen etc. Raar volkje die Amis :-).

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *