Praktijk en techniek

Polyester kuipen

By  | 

Polyester kuipen, ook al nostalgisch

Polyester kuipen, dat waren de grootste vrienden van motorrijders sinds de jaren zestig. Voor de brede invoering van he polyester waren er natuurlijk al uit aluminium geklopte stroomlijnen. Maar die waren stuk voor stuk ambachtelijk geklopt door doorgewinterde vaklui.


We publiceren deze artikeltjes gratis, en willen dat natuurlijk ook blijven doen. Maar u begrijpt dat dat voor ons niet gratis is. Ondersteunt u dit initiatief en waardeert u het? Overweeg dan eens een abonnement op Auto Motor Klassiek. U helpt ons dan niet alleen de gratis initiatieven betaalbaar te houden, maar ontvangt als bonus ook nog eens elke keer een AMK in de bus. En u betaalt nog maar € 3,30 per nummer in plaats van € 4,99. Elke maand goed voor uren leesplezier.

Die aanpak was natuurlijk funest voor massaproductie

Met glasvezel gewapend polyester was de uitkomst. Je hoefde maar één keer een mal te maken, en daarna kon je bijna eindeloos polyester kuipen en windschermen produceren. In dat traject was je dan ook nog eens verregaand vrij in de vormgeving van je product en als je het een beetje slim aanpakte, dan kon je als fabrikant lekker aan de slag met maar één model kuip en wat universeel – of bijna universeel – aanbouwspul.

In den beginne

En in den beginne waren motorlanden Engeland en Italië natuurlijk voorlopers op dit gebied. De Engelsen waren dat mogelijk wat noodgedwongen vanwege de daar geldende weersomstandigheden, de Italianen gewoon omdat ze er weer een kans in zagen dingen mooier te maken. Maar ook de Duitsers en Amerikanen zagen handel in de windbescherming. En in Nederland hadden we natuurlijk E Glass. Verdere vroege spelers waren Avon, Bates, Craven, Gläser, Habermann, Labritzke, Luftmeister, Heinrich, Pop Dreyer, Hannigan, (Vetters) Windjammer en Wixom. De vormgeving van de meeste van die delen is nu in onze ogen heerlijk gedateerd tot op het wulpse aan toe.

In de jaren zeventig was de kuipen- en windschermenmakerij door derden op zijn hoogst. BMW was de eerste fabrikant die met de R100RS een af fabriek, een speciaal voor die machine ontworpen, volle kuip monteerde. Dat was en 1976. Na die tijd bleven Windjammer en Avon redelijke zaken doen. Maar de fabrieken leverden steeds meer machines met kuip, zo uit de catalogus.

Snelheid of bescherming

Doorgaans waren kuipen bedoeld om meer stroomlijn en bescherming tegen de wind te genereren. Voor toermotorfietsen volstond in de meeste gevallen een groot windscherm met ruit. Dat soort windschermen werd op de voorvork gemonteerd. Er werd indertijd nog niet aan gekkigheid zoals windtunnels gedaan en de stroomlijn werd gevoelsmatig bepaald. Het feit dat zo’n grote lap polyester op de voorvork nogal een windvanger was zorgde er voor dat zo opgetuigde machines vaak zijwindgevoelig werden.

Bovendien geeft zo’n scherm een extra belasting op de voorvering en -demping. Let er daarom bij de montage van een windscherm op dat de balhoofd- en wiellagers in orde zijn en probeer eens hoeveel beter de zaak rijdt met een iets dikkere voorvorkolie (en/of een stuurdemper)

Volle kuipen werden en worden niet aan de voorvork, maar aan het frame gemonteerd. Dat doet niets af aan de mogelijke zijwindgevoeligheid, maar doet wonderen voor de stabiliteit. En de stroomlijn/windbescherming natuurlijk.

Schaars

‘Oud kuipwerk is redelijk schaars. Op oldtimerbeurzen zien we ze eigenlijk alleen nog wel eens in Hardenberg. Op E-bay en Craigs list en onder kleinanzeigen.de vinden we ze ook maar meer ‘oude’ polyester kuipen zelden. De prijsstelling is dan als in ‘voor heel weinig’ of erg duur. Let bij aanschaf op de compleetheid van de bevestigingsmaterialen. De afwezigheid van een (goede) ruit is wel een dingetje. Als zo’n ruit drie dimensionaal gewelfd is, dan is het moeilijk om er eentje na te maken.

Maar wanneer een klassieke motorfiets van passende bescherming tegen de elementen is voorzien, dan is dat een meer dan emotionele aanvulling op het geheel.

 

suggestiebanner

Ook leuk om te lezen…


Nu in de winkel

Auto Motor Klassiek van mei ligt nu in de winkel. We hebben ons best gedaan om er weer een leuk nummer van te maken, dat u als klassiekerliefhebber ongetwijfeld uren leesplezier op kan leveren. Misschien wel een van de meest in het oog springende creaties is de custom Volvo 240. Toen eigenaar Gerjo Laarman de auto kocht was hij al niet origineel en voorzien van een meer potente krachtbron. Er werden nog heel wat uurtjes aan besteed, onder andere aan de restauratie, voordat dit het resultaat was. Ook de Norton Manx is het vermelden waard. Sowieso een geweldige motorfiets, maar helemaal op en top gerestaureerd. Daarover leest u meer in deze editie. Natuurlijk worden alle auto- en motorverhalen weer voorafgegaan aan tientallen pagina's met korte berichten, vanaf praktische tips tot en met historie, klassiekers die we onderweg tegenkwamen en diverse columns waar het hebben van een klassieker, het sleutelen aan een klassieker en zelfs het hobbymatig handelen van klassiekers centraal staat. Bovendien natuurlijk ook meer dan veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet verder aangeboden worden. Het perfecte leesvoer voor deze lastige tijden. Haal hem daarom snel in huis en neem alvast een abonnement, zodat u de volgende editie niet mist.

En verder:

  • Opel Rekord
  • Suzuki Cappuccino
  • restauratieverslag van een VW T3 Pritschenwagen
  • Moto Guzzi V7 Special uit 1971
  • Ford Cortina
  • Claveau
  • Over bouten en moeren...
Meer over wat er in deze editie allemaal staat ziet u op onze pagina deze maand.

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *