Praktijk en techniek

Paardenkrachten. Maar van wat voor paarden?

By  | 

Heel veel mensen kennen de Citroën 2CV. En dat ‘CV”: is dat niet de aanduiding van het vermogen? Een Cheval is een paard. Twee paarden zijn deux chevaux. En waren die lelijke eenden niet twee fiscale pk’s? De af en toe opduikende kreet dat CV staat voor Chevaux Vapeur klopt niet.

CV staat voor cheval fiscal.

Begin van de ‘1900’s’ begonnen  auto’s steeds populairder te worden en zagen  overheden de relatieve nieuwigheid  als een prima nieuwe manier om geld te verdienen. Aangezien er nogal wat variatie zat in formaat en prijs en gewicht moet men een manier bedenken om grote en dure auto’s zwaarder te belasten dan kleine auto’s. Dat leek een eerlijke insteek. In plaats van belasting op gewicht, zoals we dat bij ons kennen, bedacht men in Duitsland, Frankrijk en Groot Brittannië systemen waarbij de belasting gebaseerd wordt op het motorvermogen en wat vreemde randvoorwaarden.

 

En hoe kun je dat beter doen dan met regels?

De Duitsers bedachten een plan met de boring, de slag en het aantal cilinders. De Britten gingen uit van de boring en de cilinderinhoud. Dat resulteerde in een hoop langeslag motoren met een minimale boring en een extreem lange slag. Prestatietechnisch gezien bijna een ramp, maar fiscaal interessant.  En en Frankrijk hadden ze dus fiscale paarden. Die waren het antwoord na invulling van een formule waarbij het aantal cilinders, de boring, slag, het opgegeven vermogen  en het toerental plus nog wat geneuzel leidden tot de fiscale paarden die op de ‘carte grise’ vermeld stonden. De 2CV viel in de laagste categorie, die van 2 fiscale paardenkrachten. Met een 7CV motor zat je hoog in de boom, want zo’n blok leverde 110 pk.

Op fiscale paarden kun je niet rijden

Dus gemeten motorpaarden zijn beter. En ‘meer’ is daar altijd ‘beter. Althans voor het oog. Maar het ene paard is het andere niet. Italiaanse technici bedachten de CUNA (Comitato Unitario Autotransportatori) pk’s. In Amerika hadden ze de SAE (Society of Automotive Engineers) paarden, later de SAEnet ponies. 100 SAE netto paarden staan voor een kudde van 140 trappelende bruto paarden. Het leuke was dat je daar heerlijk mee kunt spelen. Als je een blok op de testbank laat draaien zonder luchtfilter, waterpomp, dynamo maar met open uitlaten? Dan krijg je lekker veel pk’s. Het vermogen aan de krukas is overigens door de wrijvingsverliezen in de transmissielijn gauw twintig procent hoger dan aan de aangedreven wielen. De fantasieloze Duitsers zetten motorblokken op de proefbank zoals die ook braaf onder de kap presteerden. De DIN (Deutsche Industrie Norm)vermogens zijn dan ook erg realistisch, net als het hier nogal onbekende ras van de JIS (Japanese Industrial Standard) paarden.


Theoretisch is de tussenstand : 95 DIN = 100 SAE net = 105 JIS

En of er verschil tussen al die dravers zat?

We keken in onze archieven en vonden dat dat verschillen omstreeks de 15% kon opleveren. En dan waren er nog de verschillen in vermogen tussen wat (zeker Italiaanse) fabrikanten opgaven en wat testers in hun tijd op rollenbanken noteerden.

Gelukkig doet dat allemaal geen pijn meer als we straks toch niet harder dan 100 km/u mogen rijden. Toch is het altijd raadzaam de motor van uw klassieker goed in vorm te houden. Al is het maar uit liefde en respect voor de techniek.

Renpaarden

Heel dorstige paarden

 

suggestiebanner

Ook leuk om te lezen…

Nu in de winkel

Auto Motor Klassiek van februari ligt nu in de winkel met deze maand een uitgebreid artikel over de Taunus 12M P4 van Fokke Jansma uit Wijnjewoude. Een opmerkelijk goed geconserveerde klassieker, die een bijzondere ontwerpgeschiedenis heeft. We mochten ook rijden in een tot in het kleinste detail perfecte Triumph 2000 Roadster. Hoe dat aanvoelt? U leest het in het februarinummer. Mocht u ooit van plan zijn een Opel Senator aan te schaffen, dan is het goed dat u dit nummer in huis heeft, want Aart van der Haagen doet uitgebreid uit de doeken, waar u dan rekening mee moet houden. Het een en ander aan aankooptips vindt u ook bij het artikel over de Citroën Dyane. Een auto die we troffen met zijn eigenaar op een terras tijdens een werkoverleg.

En verder:

De restauratie van een Nimbus Model C en een Norton M50. Waarom er zo weinig Opels over zijn? Dat leest u ook in dit nummer. De liefhebberij van een in Spanje wonende Nederlander, die ook geldt als dé specialist voor de Fiat 130. En ook in dit nummer; bijna dertig pagina’s korte berichten, verslagen, praktische tips, columns en korte typebeschrijvingen. Bovendien natuurlijk ook meer dan veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet verder aangeboden worden.
ABONNEER NU EN MIS HET VOLGENDE NUMMER NIET MEER

Dolf Peeters

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

2 Comments

  1. Charles

    7 februari, 2020 at 19:42

    Het is mij opgevallen dat veel Fransen paarde(n)krachten uitdrukken in CH in plaats van CV. Dacht altijd dat ze het verkeerd schreven en CV bedoelden. Maar nu twijfel ik. Klopt het dan toch dat een mechanische peekaa een CH is en een fiscale peekaa een CV? Het antwoord van de Franse Wikipedisten is ja. On dit:

    L’abréviation est :
    ch pour le cheval-vapeur; il ne faut pas la confondre avec la notation CV du cheval fiscal.

    • LEYMAN PAUL

      7 februari, 2020 at 19:55

      Beste, die CH is correct. als de Fransman begrepen had dat CV (Cheval Vapeur) niet opging voor voertuigen met verbrandingsmotor, dan zijn zij overgegaan naar de afkorting van Chevaux (Paarden) zijnde CH… De CV van Chevaux Vapeur zijn afkomstig van de stoomtreinen.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *