Column

Ouder, klassieker is leuker

By  | 

Niet ‘ouder’, maar ‘steeds meer ervaren’ dát zijn wij motorrijders. En door die ervaring leerden wij relativeren. We bezien veel dingen met milde verbazing en wij trekken ons plan. Want als de ene helft van de wereld er op uit is om de andere helft gek te maken en omgekeerd? In die waanzinsdans zit de motorwereld ook helaas. Maar er gloort licht aan het eind van de tunnel.

Een klassieker is gewoon leuker

Wij worden geconfronteerd met de milde versie van wat er vroeger  zo gewoon was: de generatiekloof. Iets uit de tijd dat onze klassiekers nog ZGAN waren. Toen waren wij het die alles anders wilden aanpakken. En onze ouders? Die slopen ’s nachts onze slaapkamer in om ons de haren te knippen. Wie sliep er vroeger niet met zijn helm op?

Nu zit hem de tegenstrijdigheid in het feit dat het enige segment in de motorfietswereld dat zich verjongt bestaat uit de techneuten en de pr mensen binnen het Motorwereldje.

De mogelijkheden zijn bijna pervers

En zo zitten we nu met motorfietsen met alle digitale mogelijkheden van een smartphone .Met middenklasse motoren die vlak 200+ lopen en dat meer dan 100000 kilometer trouw volhouden. Veersystemen hebben zo subtiele stelmogelijkheden aan de in- en uitgaande slag dat het uitmaakt of er voor of na een forse  maaltijd wordt gereden. Alles is glashelder, onbegrensd in zijn mogelijkheden, en er rest even veel passie is als in een bord koude pap. Want niets is saaier dan perfectie.

Maar als je daar niets van weet?

Een gerespecteerde dealer in het hogere segment vertelde dat de meeste van zijn klanten hem vroegen om op de boordcomputer alleen de dagteller en het klokje voor te programmeren. De rest van de digitale rambam kon ze gestolen worden. Want hoe belangrijk is het te weten wat de temperatuur is of hoe hoog je ten opzichte van het zeeniveau zit?

En niet zo lang geleden  nog meldde mij de van slaapkamerogen voorziene PR jongedame van een inmiddels verdwenen importeur dat mijn motor klaar stond. Ze wist ver zelf niets over te melden, maar gaf me een Duits motorblad waar de motor al in beschreven was.

Om te zien hoe de motor was. Nee, ze had geen motorrijbewijs, maar wel een HBO communicatieopleiding. En het behalen van een motorrijbewijs was iets dat ze nog niet overwogen had. Iets als de pastoor van vroeger die seksuele voorlichting aan een aanstaand echtpaar ging geven.

Geen kwaad woord over de dame, de westerse wereld feminiseert terecht. Het is immers de enige habitat waar mannen meer werken dan vrouwen*. Terwijl vrouwen toch verregaand superieur zijn. Dat harde werken van ons  mag wel eens afgelopen zijn.

Maar de motorwereld is toch meer een jongenswereld. En ik herinner me met weemoed de PR man van een ooit in Nederland befaamde invoerder. René van Tienhoven wist alles van zijn motorfietsen en sprak er met passie en respect over.

In moderne termen is René vervangen door een inwisselbare marketeer die er over spreekt hoe ‘het product motorfiets in de markt gezet dient te worden’ of een ambitieuze jonge vrouw die doorgaans haar werk wel veel beter doet dan de Linda met de slaapkamer ogen van weleer.

Een loze belofte

Later hoorde ik dat haar kortzichtigheid het geheim achter die beloftevolle geloken ogen was. Het kind droeg zulk zware contactlenzen dat haar oogleden er van gingen hangen. Maar dat terzijde Met passie spreken over ‘het product motorfiets in de markt zetten ’is hetzelfde als wat de meisjes achter menig centraal station doen. Die zetten ‘het product betaalde liefde in de markt’. Wat we kwijt zijn geraakt is onze droom. Wij zijn jongens en we willen vrijheid en avontuur. Het hoeft niet te gek te worden, maar toch…

Terug naar toen

Een mooi voorbeeld daarvan was vriend Michael. In zijn studietijd was hij genetisch motorrijder. Oh ja: hij had geen geld voor ander transport dan de Harley die zijn vader ooit voor 110 gulden had gekocht. Hij was jong, afgetopt met testosteron en had geen geld. Nu is hij een geslaagde vijftiger. Om zijn jeugd te eren maakte hij niet de fout die veel mannen maken. Hij ging niet aan de haal met iets jongs en blonds.

Michael is een romanticus. Toen hij recentelijk zijn Lief weg zag rijden sprak hij dromerig “Ze heeft een dikke kont en kan goed koken, die moet ik nooit wegdoen.” Michael kocht dus de zware allroader die in alle recente tests op de hoogste podiumplaats eindigde. Niet de klassieker uit zijn jeugd. Dat kwam later weer…

Een topfiets die tegen viel

Maar hij werd er tot zijn eigen verrassing niet echt blij mee. Na een paar duizend kilometers en wat denkwerk besloot hij zijn verlies te nemen. Hij ruilde zijn dure alleskunner in tegen een nagelnieuwe, Kawa van 500 cc of daaromtrent en kocht van het wisselgeld een klassieke Yamaha XS 1100. Want dát was vroeger écht de motor van zijn dromen. Met die geheide klassieker pakte hij met twee vrienden een ‘boys-weekend’ met de ferry naar Schotland.

Oud maar dapper

En Micha’s moment van glorie kwam toen hij de enorm indrukwekkende, ZGAN toermastodont van zijn kameraad na een digitaal infarct de laatste 20 kilometer tot aan het hotel moest slepen. Met zijn klassieker. Michael heeft zijn droom en zijn avontuur teruggevonden. Want soms is minder duidelijk meer. En die nieuwe Kawa? Daar rijdt zijn dochter nu op. Die studeert. En heeft geen geld voor ander vervoer.

Oud en nieuw. Klassiek of retro? Mag dat?

En Michael? Die is nu helemaal verliefd op de nieuwe Enfield 650. Natuurlijk niet ‘in plaats van’ maar voor ‘erbij’. Want dat is net de motor van zijn grootvader. Maar dan beter. Soms kunnen nostalgie en verstand best samen gaan. En of die nieuwe Enfield een klassieker of een nepper is?

‘Minder’ kan aanzienlijk ‘meer’zijn

In de tussentijd ken ik nog vier andere heropstappers die hun nieuwe – of in elk geval recente – motorfietsen hebben weggedaan. Ze rijden nu zielstevreden respectievelijk Triumph (Meriden) Bonneville, een mottige BMW driewieler in plaats van zijn chique EML combinatie, Een ouwe dikke boxertwin en Honda CB 650 .

*Ik bedoel natuurlijk louter qua gefactureerde uren hoor! Het huishouden is ook een fulltime job. Respect.

Klassieker
Naar volle tevredenheid ingeruild op een BMW K1600 van een jaar oud.
Klassieker
Ook een plaatsvervanger van een veel jongere fiets

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

    6 Comments

    1. hans schoonen

      8 februari, 2019 at 13:16

      Als late opstapper, ik ben begonnen met motorrijden in 2006, ben ik eerst op zoek geweest naar suzuki gs750 uit de jaren 70, maar uiteindelijk terecht gekomen bij een bmw k100rs uit 1984. Op dit moment staat er een bmw f800st uit 2011 in de garage waar ik alleen maar filters en vloeistoffen kan vervangen, aangezien dat iedere boerenl*l met twee rechterhanden dit kan, heb ik besloten om een knutselmotor als winterproject aan te schaffen. Hier zelf aan sleutelen is als balsem voor de ziel en geeft een voldaan gevoel als het geheel weer werkt zoals het door de producent bedoeld heeft. Al heeft deze motor ook benzineinspuiting, moderne fratsen als canbus en infotainment zijn dan ook afwezig

    2. Edwin Aarts

      8 februari, 2019 at 12:01

      Na jaren wat rond getuft op een k 750 zijklepper ( Dnepr) uit 1952.
      Wilde ik iets snellers en moderners.
      Wat is het geworden een Guzzi t3 uit 1982. Waar je nog lekker kan sleuten ipv eeen plastic motorfiets met printplaten.
      Ps de k 750 heb ik nog steeds, heerlijke fiets om te onthaasten.

    3. Toby Huizinga

      13 januari, 2019 at 20:15

      Toch gaat het verhaal niet altijd op, sinds kort rij ik, als 65 jarige, op een Yamaha FJR 1300 tot volle tevredenheid en bovenal PLEZIER. begon ooit op een CB 200 – CB350F – CB550K3 – SLR650 – TDM900 en dan nu de FJR

      • Pascal

        14 januari, 2019 at 12:08

        Zoveel motorrijders (M/V) er zijn, zoveel smaken;

        de ene wil niet dood gezien worden op iets ouder dan het model van dit seizoen, de ander zweert als een kloppende vinger bij alles pré-inspuiting/rijmodi/electronica-ongein..
        Leven en laten leven.

    4. Toby Huizinga

      13 januari, 2019 at 20:11

      Rene van Tienhoven en Greenib of Hart Nibbrig en Greeve onlosmakelijk met elkaar verbonden. Wat hebben die firma’s veel import van zich af zien nemen al dan niet vrijwillig.

    5. Pascal

      13 januari, 2019 at 08:45

      Tssskk…wist ik allang…

      “Wie het oude niet eert, …”

    Leave a Reply

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

    X
    X