Motoren

Ook klassiek: De Honda CB750 K6

By  | 

De geschiedenis van het nieuwe motorrijden begon in 1968 op de motorshow in Tokio. Honda presenteerde daar de Honda CB750 OHC. Daarna had Honda last van de wetten van de remmende voorsprong. Want de concurrentie kwam al snel met 750 cc viercilinders met dubbele bovenliggende nokkenassen. En met machines met een grotere cilinderinhoud.

In 1976 was de Honda CB750 K6 een evolutiemodel geworden

De nieuwigheid was er echt wel van af. In vergelijking tot zijn voorgangers had de K6 een anders gemonteerde instrumentenpartij en een steviger achtervork. Er was een pieper die zijn werk deed als de knipperlichten bediend werden. In Engeland moest die uitgeschakeld worden omdat de Britten vonden dat hij teveel klonk als het waarschuwingssignaal voor blinden bij voetgangersoversteekplaatsen. Onder de buddy kwam een plastic bakje in plaats van een stalen exemplaar, het stelschroefje voor het regelen van de stationaire loop kwam op een makkelijker te bereiken plek en mede door de veranderde sproeier bezetting was de K6 tammer dan zijn voorgangers. De K6 werd gezien als een voortreffelijke toer motorfiets.

 

Wat een groot blok!

Als je op zo’n Honda stapt is het eerste dat je op valt hoeveel motorblok er onder de tank zit. De stuurpartij en klokkenwinkel zijn mooi. En inmiddels ook puur klassiek. En starten? Dat doe je bij de K6 natuurlijk gewoon met het knopje hoewel er nog wel een kickstarter aan boord is. Geef z’n blok even de tijd om de olie zijn eerste ronde te laten draaien en rijdt het daarna rustig warm. Op die manier is zo’n viercilinder onverwoestbaar. We weten er eentje die na 200.000 kilometers nog nooit ‘open’ is geweest. In zijn tijd, maar ook nu is zo’n vierpitter een krachtige en soepele krachtbron.

Muziek boven de 5.000 tpm

En boven de 5.000 tpm begint het blok te leven en te zingen. Dat gezang komt niet alleen uit het luchtfilterhuis, maar is grotendeels te danken aan de vier aparte uitlaatdempers die – getrouw aan Het Origineel – nog steeds op de K6 gebruikt werden. Alleen op het gebied van de wegligging en het sturen laat zo’n Honda zien dat de tijd niet heeft stil gestaan. Als je dat neemt voor wat het is, dan kun je er prima mee leven. Als je wat meer wilt, dan is het handig om te investeren in verse balhoofd- en achtervork lagers, een stel Hagon dempers aan de achterkant en ‘moderne’ banden. Oh ja: het was onder Honda CB750 rijders al jarenlang gewoonte om een tweede schijf in het voorwiel te zetten.


Nu ook gezocht

De tijd dat de interesse van verzamelaars louter liep tot de ‘K-Nul-K4 modellen ligt intussen ver achter ons. Een mooie Honda CB750 K6 is intussen ook een gezocht collectors item. Via specialisten als Japarts in het Zeeuwse Oostburg is de onderdelenvoorziening met NOS voor deze machines nog goed. Maar de prijzen voor die nieuwe onderdelen zijn van een vrij modern niveau. Dus is het bij aanschaf van een Honda CB750 K6 erg handig om een zo goed mogelijk, een zo origineel mogelijk exemplaar te kopen. Of er gewoon van uit te gaan dat de restauratie van zo’n Honda CB750 OHC best een poosje mag duren. Dan kan er gespaard worden.

 

Niet gewoon klassiek, maar legendarisch: De vroege CB 750 OHC’s

De hekkensluiter van de OHC generatie: De K7. De volgende gezochte klassieker?

suggestiebanner

Ook leuk om te lezen…

Nu in de winkel

Auto Motor Klassiek van februari ligt nu in de winkel met deze maand een uitgebreid artikel over de Taunus 12M P4 van Fokke Jansma uit Wijnjewoude. Een opmerkelijk goed geconserveerde klassieker, die een bijzondere ontwerpgeschiedenis heeft. We mochten ook rijden in een tot in het kleinste detail perfecte Triumph 2000 Roadster. Hoe dat aanvoelt? U leest het in het februarinummer. Mocht u ooit van plan zijn een Opel Senator aan te schaffen, dan is het goed dat u dit nummer in huis heeft, want Aart van der Haagen doet uitgebreid uit de doeken, waar u dan rekening mee moet houden. Het een en ander aan aankooptips vindt u ook bij het artikel over de Citroën Dyane. Een auto die we troffen met zijn eigenaar op een terras tijdens een werkoverleg.

En verder:

De restauratie van een Nimbus Model C en een Norton M50. Waarom er zo weinig Opels over zijn? Dat leest u ook in dit nummer. De liefhebberij van een in Spanje wonende Nederlander, die ook geldt als dé specialist voor de Fiat 130. En ook in dit nummer; bijna dertig pagina’s korte berichten, verslagen, praktische tips, columns en korte typebeschrijvingen. Bovendien natuurlijk ook meer dan veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet verder aangeboden worden.
ABONNEER NU EN MIS HET VOLGENDE NUMMER NIET MEER

Dolf Peeters

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *