Historie

Ook al klassiek: de Harley-Davidson Evolution Sportsters

By  | 

Na zeven jaar ontwikkelingswerk kwam Harley-Davidson in 1984 met de opvolgers van de Shovelhead blokken, de Evolution V twins. Die machines zorgden voor de zoveelste redding van het merk. Want de Shovelheads waren intussen uiterst gedateerd en te Amerikaans voor de mondiale markt. Naar Europese begrippen stuurden ze niet, ze remden niet en bovendien gingen ze heel erg stuk als ze op de snelheden moesten rijden die in een toen nog onbegrensd Europa gangbaar, maar in de States onmogelijk waren.

De Evolution blokken

De Evo blokken (later met de koosnaam ‘Blockheads’) waren sterker, lichter, onderhoudsvriendelijke en aanzienlijk beter bestand tegen Europees rijgedrag. Natuurlijk was dat allemaal wel binnen de normen van het concept. Want ‘Ducati beaters’ waren de nieuwe Harleys natuurlijk niet.

Ook de Ironhead Sportsters kregen vanaf  1986 nieuwe blokken en met de introductie van de Evolution XLH Sportster 883 had Harley voor het eerst in tien jaar weer een model van minder dan 1.000 cc. De 883 was bedoeld als instapmodel binnen de grote Harley familie en kreeg onder woest bebaarde en getatoeëerde hard core Harley rijders al gauw de naam van ‘Wijvenfiets’. In 1986 kostte zo’n XL 17.999 gulden. Harley’s topmodel, de 1.340 cc FLTC Tour Glide Classic kostte precies 20.000  gulden meer.

De rest bleef bij het oude

Het frame en de ophanging van de Evolution Sportsters bleven rechtstreeks afkomstig uit de jaren 70, met een stalen wiegframe, stijve, korte veerwegen. De voetsteunen zaten ruim voor de neus van het zitje. En met matige remmen. De evolutie van de ‘Evo’-modellen zat allemaal in de motor, maar het uiterlijk ervan bleef bewust zo dicht mogelijk bij het origineel. Harley rijders zijn genetisch immers wars van veranderingen. Zo’n verse Sporty had een startmotor, hydraulische klepstoters, elektronische ontsteking. Het enige wat de eigenaar hoefde te doen was de olie af en toe vervangen en ervoor zorgen dat een handvol kabels en scharnierpunten lekker vet bleven. Waar Shovels en Ironheads een beetje een slechte reputatie hadden vanwege de betrouwbaarheid, daar bleken de Evolution-motoren in staat tot serieus hoge, probleemloze, kilometrages. We kennen een exemplaar waarvan de teller nu boven de 120.000 km staat. En dat zonder serieuze problemen. En dat die kilometrages gemaakt werden met heel veel tankstops? Ach, op een Sportster heb je bij elke tankstop aanspraak.

Zo’n Evo Sportster was dan wel een moderne fiets, maar hij was gemaakt als een oude. Bevestigingsmiddelen zijn groot, gietstukken zijn glanzend, stalen buizen zijn dikwandig en beugels zijn gesmeed in plaats van gevouwen. Alles is lomp, degelijk en macho. En zo hoort het ook bij een Harley.

Deze Sportsters zijn ver afgegroeid van de Bonneville beaters die ze ooit geacht waren te zijn. Het zijn uiterst gerelaxte slenteraars die zich het best op hun gemak voelen op secundaire wegen.

Het zijn nu klassiekers

De Evo Sportsters zijn intussen erg leuke klassiekers. Veel ervan hebben lage kilometrages omdat ze gewoon als ´speelgoed´ zijn gebruikt. Kies liefst voor een zo origineel, maar in elk geval niet versleuteld model. Echt onveranderde exemplaren zijn zeldzamer dan eerlijkheid in de politiek. De exemplaren die woest verbouwd zijn of er super stoer uitzien? Ik zou ze laten staan. Er is aanbod genoeg. Let wel op de onderhoudshistorie en check of alle andere papieren kloppen. Er zijn nogal was omgekatte Harley’s in omloop.

Niet origineel, wel indrukwekkend

Dolf Peeters, huurwoordenaar, automotive journalist, lid van de Heeren van Arnhem

1 Comment

  1. Danker

    26 juni, 2018 at 22:33

    leuk dat er dan foto bij staan van de 2e generatie rubbermount sportster

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

X
X