Artikelen

Moto Guzzi light

By  | 

Moto Guzzi. Mandello. Dikke, oerbetrouwbare, stoere V twins van doorgaans tussen de 700 en bijna 1000 cc. Zo kennen we onze klassieke Guzzi’s. Yes!

We publiceren deze artikeltjes gratis, en willen dat natuurlijk ook blijven doen. Maar u begrijpt dat dat voor ons niet gratis is. Ondersteunt u dit initiatief en waardeert u het? Overweeg dan eens een abonnement op Auto Motor Klassiek. U helpt ons dan niet alleen de gratis initiatieven betaalbaar te houden, maar ontvangt als bonus ook nog eens elke keer een AMK in de bus. En u betaalt nog maar € 3,30 per nummer in plaats van € 4,99. Elke maand goed voor uren leesplezier.

Maar voor Moto Guzzi was er meer nodig om de pasta te kunnen blijven betalen

En het is immers wereldwijd altijd al zo geweest dat de kleinere cilinderinhouden voor de grotere verkoopcijfers zorgden. Dat gaat dan over het feit dat lichtere motoren minder duur zijn. En dat er ook in Italië allerlei fiscale regels waren waardoor je als motorrijder extra belast werd naar gelang je motor zwaarder was, een grotere cilinderinhoud of meer vermogen had. En daarom maakte Moto Guzzi ook lichtere motoren. Gelukkig hadden die kleine Guzzi’s wel de kenmerkende dwarsgeplaatste luchtgekoelde 90 graden V-twin blokken.

En de kleine Guzzi’s waren er vanaf 350 cc

Het idee voor kleine V-twins was er al een poos: in 1972 werd er al getest met 350 en 500 cc V-twins in een V7 Sport-frame. De motor van de V35 was geen verkleinde versie van de zware twins, maar een heel nieuw ontwerp van Lino Tonti. De toen actuele strakke lijnen vond je terug in de vormen van het blok: de cilinders kregen een ‘vierkant’ uiterlijk. Ook het frame was helemaal nieuw. De motor moest wel nieuw ontworpen worden, omdat hij kleiner moest worden maar ook goedkoper om te produceren. Toch was zo’n kleine Guzzi niet scharrig of goedkoop uitgevoerd. Bovendien was hij een van de weinigen in zijn segment die cardanaandrijving inplaats van een ketting had. En Guzzi was de enige met het integrale remsysteem. Toen de V35 gepresenteerd werd was hij niet de eerste in zijn segment. In de meeste Europese landen ging de interesse van de kopers zich al naar zwaardere modellen richten, maar in Italië bleven de 350 cc motorfietsen nog vrij lang populair. De meeste ‘lichte’ Guzzi’s zijn dan ook via beurzen zoals Imola naar ons land gekomen. Die populariteit voor de kleine Guzzi’s bleef hier heel beperkt tot de 650 ‘Nevada’ modellen. De kleine broertjes van de California’s. De kleine blokken groeiden uit tot 750 cc.

Misschien ook interessant: Moto Guzzi zelfbouw, Jan’s Guzzi

Een zaak van karakter

Italianen zijn geniaal. En vaak zijn genieën voor normale mensen onbegrijpelijk. Natuurlijk is het geniaal om de onderste framebuizen demontabel te maken. Zo is het demonteren van het blok een makkie. Omdat die buizen aan het blok zitten is de warmte overdracht tussen blok en frame best serieus. Als je op die warm wordende buizen dan de lagering van het rempedaal monteert en dat met een wat krappe passing doet? Dan blijft de rem hangen als het blok warm is. Dat soort dingen. Bij de overlevende exemplaren zal de slijtage door gebruik intussen wel voor de oplossing van dat probleem hebben gezorgd. Maar toch… Het pootje van de middenbok zorgde er voor dat de grondspeling over die kant erg beperkt was. Gelukkig sleet het ding er na een paar lange, snelle bochten af. Dat maakte het opbokken dan weer minder makkelijk….

Meer motorfietsen op Auto Motor Klassiek…

Even oppassen met…

Zelf kocht ik ooit een – keurig gedemonteerd – 650 cc blok voor het befaamde ‘weinig’. Compleet met een nieuwe pakkingset en bougies.  Ik dacht er een V50 Nato een plezier mee te doen. Het blok bleek krukaslagerschade te hebben. En Guzzi leverde geen ondermaatste lagerschalen. Die krukaslagerschade is blijkbaar een dingetje: er zijn geen nagenoeg goede gebruikte krukassen te vinden. Dat was een gevalletje ‘zonde van die 100 euro’ en een leermoment.

Hebberigmakend of niet?

Vooralsnog zijn er geen aanwijzingen dat de lichtere Guzzi modellen eerdaags goud waard gaan worden. Je vindt heel nette exemplaren voor prijsjes waar je blij van wordt. Als je wensen tenminste uitgaan naar een leuke, lichtere klassieker zonder stoer brute uitstraling, maar met een prettige inzetbaarheid. Met een V35 ben je net te snel voor fietspaden. De Nato 500’s hebben intussen hun eigen vriendenkring. Maar er zijn nog steeds kleine Guzzi’s die al jaren te koop staan. En het feit dat een Imola of zo’n vroege all road gewoon hartveroverend is, doet daar niets aan af. Denk aan bedragen tussen de 1.500-2.500 euro voor een exemplaar waar je trots op kunt zijn.

Nog meer Moto Guzzi op Auto Motor Klassiek…

350 cc En absoluut groter dan een Kreidler… Maar nog wel heel klein  voor iemand van 188 centimeter en 200 pond

 

 

Nu in de winkel, het augustusnummer

Auto Motor Klassiek van augustus ligt nu in de winkel. Voor maar 4,99 een garantie voor zeker een paar uur leesplezier.

Deze maand een mooie opvallende omslag. De Opel Rekord die Erwin Roosink een paar jaar geleden kocht in slechte staat en volledig restaureerde. Waarna hij als fan van de Dukes of Hazzard aan het uiterlijk van zijn Rekord een eigen draai gaf.

Verder in dit nummer:

  • Fiat 850 Familiare die na een halve eeuw overging naar de tweede eigenaar, die vervolgens beloofde de volgende halve eeuw er goed voor te zorgen.
  • Suzuki GS1000 die in de eind jaren zeventig een nieuw hoofdstuk vormde in de betrouwbaarheid en rij-eigenschappen van de Japanse supersports.
  • De Volvo 340 GL is dan misschien wel geen uniek type auto, maar met zijn 58.000 kilometer op de teller, is de inmiddels 33 jarige klassieker wel in unieke staat.
  • In het praktjkartikel leren interieur opknappen wordt een uitgedroogd leren interieur weer mooi gemaakt.
  • De Toyota Corolla Coupé GT Twin Cam 16 is de laatste tien jaar behoorlijk in populariteit gestegen. Reden voor ons er eens een reportage aan te wagen. We vonden een mooi exemplaar.
  • BMW R100 Mono. In vergelijking met een R69S of een R90S heb je zo’n ‘nieuwe’ R100RT voor wisselgeld. En je rijdt er een mooie motor mee. Een signalement.
  • De Saab 96V4 van Ad van Beurden had al wat rally's gereden, maar om hem echt optimaal te laten presteren, moest er nog het een en ander aan gebeuren. In dit nummer een verslag van de werkzaamheden.
  • In 75 jaar later opnieuw een serie foto's uit de oude doos, waarmee we even terugschakelen naar de jaren van de Tweede Wereldoorlog.

Alle auto- en motorverhalen worden voorafgegaan aan tientallen pagina's met korte berichten, vanaf praktische tips tot en met historie, klassiekers die we onderweg tegenkwamen en diverse columns waar het hebben van een klassieker, het sleutelen aan een klassieker en zelfs het hobbymatig handelen van klassiekers centraal staat. Bovendien ook rond de veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet eens aangeboden worden. Het perfecte leesvoer, ook voor de komende vakantie. Haal hem daarom snel in huis en neem alvast een abonnement, zodat u de volgende editie niet mist.

Meer over wat er in deze editie allemaal staat ziet u op onze pagina deze maand.

 

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

4 Comments

  1. Geert

    10 april, 2020 at 21:15

    Ik heb tussen begin ’83 en eind ’88 met een v50III gereden. Ik had toen geen wagen, dus dag in dag uit op de motor, ook in die koude winter van ’84. Was toen juist mijn legerplicht aant vervullen. In de weekends reden we dan naar de ardennen, 10u ’s morgens verzamelen, alle lampjes op dashbord brandden, fijne dag in de ardennen, iedereen in de bochten naar huis gereden”in mijn ogen toch” ’s avonds terug naar huis, geen enkel lichtje, dashbord of straatverlichting dat nog ging! Vele kleine en grotere pannes gehad, maar bijna 40 jaar later nog altijd in gedachten. Reeds betete motoren gehad, maar toch . . . Zo een v65 zou me nu wel aanstaan 🙂

  2. Tempel

    18 februari, 2020 at 18:49

    Kennis van mij had vroeger een Stornello. 125cc Guzzi. Was echt leuk om te zien. Verder was het niks.

  3. Tempel

    18 februari, 2020 at 18:48

    Keñis van mij had vroeger een Stornello. 125cc Guzzi. Was echt leuk om te zien. Verder was het niks.

    • Dolf Peeters

      20 februari, 2020 at 10:52

      Ach… Een bevriende Guzzi liefhebber zei het al: Italianen brengen iets op de markt als ze het MOOI genoeg vinden. de rest is aan de koper

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *