in

Minerva. De Assepoester onder de Jeeps

Hij staat te koop bij vriend Richard die in Russische motorfietsen handelt. Een Minerva Jeep. In al zijn onbevangenheid was hij een beetje verliefd op de inruiler en hij dacht hem, na er zelf een poosje mee gespeeld te hebben wel weer vlot kwijt te raken. Het zelf ermee spelen ging prima… Het verkopen heeft langere tijd geduurd. Minerva jeeps zijn blijkbaar nog niet ‘ontdekt’.

TT, maar dan niet als in ‘Tourist Trophy’

Bij Minerva staan de letters voor ‘Tout Terrain’, alle ondergronden dus. En Minerva? Dat heeft zelfs onverwacht Nederlandse roots. De in 1868 in Amsterdam geboren Silvain de Jong begon in België in 1897 onder de merknaam Minerva fietsen te bouwen. Via de motorfietsproductie schoof dat merk steeds hoger op de ladder en het hoogtepunt werd bereikt toen Minerva’s schuivenmotors ging gebruiken. Dit patent van de Amerikaanse ontwerper Knight was betrouwbaarder en veel stiller dan de toenmalige motoren met kleppen. Mede hierdoor, en door de grote aandacht voor kwaliteit en detail, kon een Minerva automobiel zich in zijn tijd meten met Rolls-Royces, Duesenbergs en andere absolute grootheden.

We publiceren deze artikeltjes gratis, en willen dat natuurlijk ook blijven doen. Maar u begrijpt dat dat voor ons niet gratis is. Ondersteunt u dit initiatief en waardeert u het? Overweeg dan eens een abonnement op Auto Motor Klassiek. U helpt ons dan niet alleen de gratis initiatieven betaalbaar te houden, maar ontvangt als bonus ook nog eens elke keer een AMK in de bus. En u betaalt nog maar € 3,30 per nummer in plaats van € 4,99. Elke maand goed voor uren leesplezier.

De crisis in de jaren dertig maakte een einde aan die droom

De vrachtauto fabricage ging door tot aan WOII. In de oorlog bouwde het bedrijf vliegtuigmotoren en na de oorlog kwamen er herstelbetalingen plus de wens van het Belgische leger voor een ‘eigen Jeep’ om de werkgelegenheid een opkikker te geven.
Omdat België nu eenmaal België is was er natuurlijk een hoop onduidelijkheid over wie er nu met welke licentie aan de slag mocht gaan. Daarbij waren de potentiële licentiegevers Fiat, Willys en Land Rover. Uiteindelijk toverde Minerva een licentie van Land Rover uit de hoge hoed nadat er eerder geschermd was met een Fiat licentie.

Minerva kreeg het uiteindelijke overheidscontract

Dat resulteerde in de levering van CKD (completely knocked down, helemaal gedemonteerd) -kits op basis van de 80” Land Rover. De kits bestonden o.a. uit: chassis, aandrijflijn en stuurinrichting. Bij Minerva zou de assemblage plaatsvinden, en Minerva zou een eigen koetswerk bedenken. Er kwamen tussen 1952 en 1955 bijna 8500 militaire Minerva-Land Rovers van de band.
Daarna kwam er ruzie met Land Rover omdat de Britten zelf de Belgische markt op wilden. Veel gedoe later viel in 1958 het doek voor Minerva. Maar tot ver in de jaren negentig kon je bij de Belgische versie van De Domeinen Minerva Jeeps kopen. Die waren dus al zo’n vier decennia oud en hadden vaak verbijsterend lage kilometrages.

Toch echte Land Rovers

Vanaf 1975 kreeg de Minerva hulp van een aantal serie 3 4X2 88” Land Rovers als ‘zij instromers’. Die bleven tot 1998 in paraat. Vanaf 1985 werd de Minerva T.T.’s en de Land Rovers geleidelijk aan vervangen door Bombardier Iltissen. Deze Jeepachtige is bij ons veel beter bekend als Volkswagen Iltis, maar Bombardier, een groot Canadees concern, had fabrieken in België en bood dus, weer met het oog op de werkgelegenheid, meer reden tot de naamgeving.

En of de Belgen ooit weer Landrover gaan rijden? Met de Brexit in zicht lijkt daar weinig kans op.
Blijft dat de Minerva’s klassiekers, echte Jeeps en niet duur zijn. Voor een goed exemplaar wordt zo tussen de 5.000-6.000 euro gevraagd. Het zal een imagokwestie zijn. Bij onze zuiderburen denken we mogelijk niet direct aan het veroveren van de wereld.

9 Comments

Leave a Reply
  1. Spijtig dat de zgn. “eenheidsidentificatie” op zijn minst gezegd onnauwkeurig is….maar daar valt vlug aan te verhelpen….Minerva’s wonnen misschien geen schoonheidsprijs, maar waren in het veld stukken beter dan de 2×4 die er daarna gekomen is.

  2. Er waren er ook een flink aantal in dienst van de Rijkswacht, de intussen opgedoekte Belgische variant van de Marechaussee. En een handvol was in wit en lichtblauw geschilderd – de kleuren van Sabena, de intussen ook al opgedoekte Belgische luchtvaartmaatschappij.

  3. Ik vind het een lelijke auto, te lage voorkant en te hoge opbouw. Maar wel aandoenlijk. Zoiets als een jongetje met sproeten, piekhaar en flapoortjes.
    Tijdens mijn diensttijd bij een bewakingscompagnie zaten wij in Duitsland op een Belgische kazerne. Daar reden ze ook met van die Minerva’s en wij met LaRo’s. Was toch wel een verschil, die oude meuk van de Belgen (vonden zijzelf ook) en het (toen) moderne materieel van de Ollanders. Maar de Belgen hadden wel veeeel beter bier dan wij in hun kantine, dus gingen we vaak bij hun op visite. Zij hadden Gueuze, wij onsmakelijk Duits bier, Wiel’s. Ik krijg spontaan weer koppijn als ik er aan denk. Oh ja, en ze hadden ook een Frietkot.

  4. Leuk om terug te zien. Tijdens mijn dienstplicht in 1987 (depot Linter) moest ik hier dagelijks mee rijden (naast Ford Keulen en Unimog). De Minerva reed redelijk pittig, geen verwarming en heel tochtig, dus rijden met dikke handschoenen en sjaal in de winter. Ook een niet gesynchroniseerde versnellingsbak, dus dubbel schakelen. Enkele miliciens trokken zich daar niets van aan en trokken de versnellingen krakend met geweld in de goede stand. Er stonden dus ook altijd een aantal defecte Minerva’s te wachten op onderdelen (meestal vele maanden). Onderdelen waren in 1987 blijkbaar al moeilijk verkrijgbaar voor deze voertuigen uit 1952.
    Een Minerva vind ik persoonlijk er veel beter uitzien dan zo een overgewaardeerde en saaie Landrover, maar smaak is persoonlijk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *