Historie

Landrover Series One

By  | 

Na de 2e Wereldoorlog probeerde Rover zo snel mogelijk weer de autoproductie op te starten. Eén van de projecten daarbij was de ontwikkeling van een Britse vervanger van het Amerikaanse CJ-2 Jeep. Binnen de kortste keren werd een terreinvoertuig ontworpen met dezelfde 80-inch wielbasis als een Jeep, maar opgebouwd uit voornamelijk Britse onderdelen van of afgeleid van vooroorlogse Rover personenauto’s. Dit type werd overigens pas bekend als ‘Series 1’, toen in 1958 de Series 2 verscheen.

80 Inch
De wereldprimeur van de Landrover vond plaats op de Amsterdamse autoshow in de RAI. Al snel liep het orderboek vol en de productie van de Land-Rover (toen nog met een streepje ertussen) begon. De Rover alleskunner was opgebouwd rond een stalen ladderchassis, bladveren en starre assen (van de Rover P2) en de carrosserie bestond uit simpel te vervaardigen aluminium panelen. De 4-cilinder 50 PK 1.595cc benzinemotor en versnellingsbak waren hetzelfde als die van de Rover P3.

De eerste versies van de Landrover hadden tot aan 1951 permanente 4-wiel aandrijving.

Eigenlijk was er maar een carrosserievariant mogelijk: de 80-inch versie met huif, al is er door de carrosserie bouwer Tickford met goedvinden van Rover, een dichte stationwagon ontworpen en in kleine aantallen verkocht. Vanwege het  Britse belastingsysteem waren de meeste van de circa 650 exemplaren trouwens voor export. Vanaf 1950 kwamen meer carrosserievarianten beschikbaar: een metalen hardtop, een gesloten pick-up (truck cab) en gespecialiseerde bedrijfswagens. In dat jaar werd ook de grille wat aangepast, zodat de koplampen er vrij van kwamen. In 1952 werd de 1595cc benzinemotor vervangen door een 1997cc 52 PK versie.

86-inch en 107-inch

Om meer volume te kunnen vervoeren werd voor modeljaar 1954 de 80-inch wielbasis met 6-inch verlengd en werd de achterzijde van het voertuig 3-inch langer. Dit resulteerde in 25% extra laadruimte. Inmiddels werd de Landrover niet alleen als militair voertuig gebruikt, maar werden er ook allerlei landbouwaccessoires ontworpen, die aangedreven konden worden door een van de 3 PTO’s (power take offs = aftakkingen van de motor).

Een andere grille

De grille van de 86-inch was geëvolueerd tot gaas in de vorm van een omgekeerde ‘T’, waarbij de koplampen binnen de wielkasten bleven, maar wel vrij van het gaas. De gazen grille werd in Australië gebruikt om op te barbecueën, maar dat terzijde. Voor de 86-inch kwamen er nieuwe carrosserievarianten bij: een 86-inch stationwagon. Vergelijkbaar met een hardtop, maar met stoelen achterin, zijruiten en een dubbel dak plus een 107-inch long wheel base (LWB), Eerst alleen als pick-up, later ook als stationwagen. De LWB 107-inch was een belangrijk 2e model, naast de short wheel base (SWB) 86-inch.

88-inch en 109-inch. De dieseltijd. De in 1957 ontwikkelde 2.052cc 51 PK dieselmotor had meer ruimte nodig in het motorcompartiment, zodat hiervoor de wielbasis vergroot moest worden naar 88-inch en 109-inch. De 2 liter diesel werd later gebruikt als basis voor de 2286cc benzine- en dieselversies in de Series 2. De eerste Series 2 Landrover kwam beschikbaar in 1958, dus er zijn relatief weinig ‘Series 1’ met 88- of 109-inch wielbasis. De LWB Stationwagon variant is overigens nooit met de dieselmotor uitgerust en bleef op een wielbasis van 107-inch.

Landrover

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

    Leave a Reply

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *