Column

Klassiekerjacht in Wallonië

By  | 

Waarom zou je naar Imola of Bjoellie gaan om op klassiekerjacht te gaan? België is immers dichterbij? Dat lijkt dus een prima plan. Ondanks het feit dat het nogal laat is. Met een laatste ‘proost!’wordt de afspraak gemaakt. We stranden in Couvin aan de westelijke uitlopers van de Ardennen. Bij een natte navraagronde in een lokale kroeg blijkt dat de Belgische auto- en motorsloop in handen is van zigeuners. Die zigeuners zijn paria’s die weggestopt zijn in ver afgelegen buitengebieden en onverklaarbaar bewoonde woningen. We moeten dus gewoon zoeken op plekken waar niemand is.

Bij het oprijden van het erf van een terminale boerderij worden we begroet door een hysterische hond aan een ketting die schaafwonden om zijn nek heeft gemaakt. Een inwoner die er uit ziet als of hij net is opgegraven komt vol argdocht en achterwaan naar buiten. Hij ziet twee wat zware ongeschoren mannen met een grote ouwe Amerikaan en een tandemrasser. Maar ons uiterlijk en vervoer maakt dat hij ons als succesvolle soortgenoten inschat. We melden dat we oude motorfietsen zoeken. “Ahh. J’en ai une dans la grange. Venez!”

We lopen door de boerderij waar een wankele stapel consumentenelektronica tegen een muur steunt. Waarom zou iemand geen tweehonderd CD spelers hebben? Een oude man rommelt aan een riotgun. Op de tafel ligt ook een voordeelverpakking dubbel nul hagelpatronen. Altijd handig als de schuurdeur klemt.

Er lopen wat jonge vrouwen. Het miegelt er van de kinders en kleuters. Overal zijn etensresten. Halve pizza’s en literdozen vruchtenyoghurt. Er zijn ook veel inpandige vliegen. Met zijn drieën slepen we een schuurhoek leeg en met een trots bezittersgebaar wijst onze gastheer naar een meer dan mottige Honda CB 200. Het ding is nog oranje gekwast ook.

De ouderling met zijn riotgun is er nieuwsgierig bij komen staan. Het lijkt handig onze teleurstelling niet te laten blijken. Het oranje mormel wordt voor 20 euro opgeladen. We worden uitgezwaaid. Een vage autosloper met een ochtendkegel meldt later dat hij geen motorfietsen, maar wel de Jaguar van de koningin van Engeland te koop heeft.

Op het kenteken van de sneue Mk II staat “Queen Victoria Road” als adres van de vorige eigenaar. Die eigenaar heette J.W. Smith. We laten de man zijn illusie. Nog later die week tijdens onze klassiekerjacht, op een echte motorsloop, vinden we veel oud Engels en een paar Jappen. De sloper is geen verkoper. Nog erger: zijn hond zit niet aan de ketting. Maar het leven is mooi wanneer je Frans spreekt. En alles komt goed.

In de schemering tillen we tevreden een vettig aanvoelend CBX blok en twee bijna terminale Suzuki T20’s op de hanger en we rijden weg terwijl de hond grauwend naar onze banden hapt. De volgende dag maakt duidelijk wat de schemering en onze hebzucht hadden verborgen: een nadruipend vuistgroot gat in het carter van onze zescilinder. Een gevalletje ‘einde oefening drijfstang’.

We besluiten de rest van de week op terrassen te jagen in plaats van op motorfietsen. Naar België ga je voor cholesterol en bier. Niet voor de klassiekerjacht.

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

    Leave a Reply

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *