Historie

Jowett Javelin

By  | 

Al heel vroeg vergeten

Schitterend teloorgaan, zoals alleen Britten dat konden. De Jowett Javelin is er een vroeg en meesterlijk voorbeeld van.

We publiceren deze artikeltjes gratis, en willen dat natuurlijk ook blijven doen. Maar u begrijpt dat dat voor ons niet gratis is. Ondersteunt u dit initiatief en waardeert u het? Overweeg dan eens een abonnement op Auto Motor Klassiek. U helpt ons dan niet alleen de gratis initiatieven betaalbaar te houden, maar ontvangt als bonus ook nog eens elke keer een AMK in de bus. En u betaalt nog maar € 3,30 per nummer in plaats van € 4,99. Elke maand goed voor uren leesplezier.

Wereldauto

De Britse auto-industrie was altijd van de ideeën, maar nooit zo van het testen. Als het in theorie klopte kon er in de praktijk toch niets meer misgaan? Zo ontstond waarschijnlijk ook de typisch Britse humor. Desalniettemin waren de ambities groot. Ontwerper Gerald Palmer en fabrikant Jowett hadden met de Javelin niets minder dan een wereldauto voor ogen. Niet alleen in overdrachtelijke zin; de Javelin moest op verschillende continenten in de smaak vallen en de standaard worden. Hij zou, behalve in eigen land, een succes moeten worden in de rest van Europa, Afrika en zelfs de USA. Nee, bescheiden waren ze in 1947 ook al niet.

Aerodynamisch

De auto wel. In elk geval in zijn afmetingen, concurrerende modellen van Hillman, Morris en Austin waren beefier en oubolliger, toen al. De Javelin oogde bijzonder modern met zijn verzonken koplampen. Bij de concurrentie waren die nog op een stang of spatbord gebout. Dat was men zo gewend. Ook zijn gebogen voorruit was uniek, de Javelin was de eerste Britse auto die ermee was uitgerust. Concurrenten uit die tijd hadden een split window met twee stukken vlakglas. Handig droogtrekken na het wassen, dat wel. De Javelin was een uiterst aerodynamisch ontwerp voor zijn tijd, er was veel aandacht aan besteed. Maar geen windtunnel. Hoewel de carrosserie eruitzag alsof deze honderden uren zo’n monstrueuze blaaspijp had doorgebracht, was ook hier slechts de theorie de basis. Het werkte. That chap Gerald wist wel waar hij mee bezig was. Zo liet hij ook de treeplanken weg. De achterkant van de Javelin liep in een druppelvorm af, men geloofde dat een auto maximaal aerodynamisch was als ‘ie de vorm van een vis had. Dat was niet volledig te realiseren, maar een halfvolle kogelvis was er nog wel in te herkennen.

Hypermodern

Al met al was de Javelin bij zijn introductie een zeer moderne en aantrekkelijke auto. Met veel meer schwung dan zijn concurrenten. Dat waren in die naoorlogse jaren vaak niet meer dan opgewarmde drollen van voor de oorlog, er was door die wereldruzie ruim een half decennium logischerwijs niet veel aandacht geweest voor vernieuwing. Hoewel Jowett er zelf ook wat van kon: in 1946 lanceerden ze de ouderwetse Bradford Van, die gebaseerd was op hun eigen Eight uit 1936. Daar stak de Javelin gunstig bij af. Hypermodern zelfs. De auto had iets magisch, maar bleef tegelijkertijd uiterst sympathiek en droombaar voor de gewone man. Maar niet al te gewoon, het was destijds wel een dure auto: £ 1100,- was voor de doorsnee burgerman een astronomisch bedrag om op een auto stuk te slaan. Zo’n eigen machine voor de deur was überhaupt niet zo vanzelfsprekend als tegenwoordig in tweevoud verspreid in de rimpelloze Vinex-buurten, die als koffievlekken over stadsplattegronden uitvloeien. De Javelin had overal zijn eigen koninkrijkje voor de deur.

Goede rijeigenschappen

Daar bleek hij uiteindelijk vaker dan gemiddeld te blijven staan. De techniek van de Javelin was op sommige punten vooruitstrevend, zo had hij onafhankelijke wielophanging voor en een zeer compacte flat four voor de vooras als krachtbron. Dat was een flinke vooruitgang ten opzicht van de walmende en futloze tweecilinder uit de Bradford Van, waarvan de de bestuurder onmogelijk haast kon hebben. Opschieten kon met de Javelin prima, hij oogstte destijds veel lof voor zijn rijeigenschappen en prestaties. Bij de Motoring Press voornamelijk, de burgerman zelf was nog niet zo met gummen of andere uitsloverij bezig. It kept a man’s tobacco in his pipe, zo stelde hij vast en dat was voldoende. De betrouwbaarheid van de Javelin niet.

Speer

Er waren wel wat betrouwbaarheid-issues, waarvan de versnellingsbak de belangrijkste was. Om kosten te besparen besloot men in Yorkshire om de transmissie in eigen huis te ontwerpen en fabriceren. Maar dat is best een ingewikkeld ding en blijkbaar was er te weinig expertise in huis om een deugdelijke tandwielen-, assen- en olieconstructie te vervaardigen. Het vette, knarsende ding ging om de haverklap stuk. Bovendien liepen de eerste series van de viercilinder meer dan regelmatig warm en gingen de krukassen bovengemiddeld vaak kapot. Daar kreeg het publiek al snel lucht van en dat betekende de doodsteek voor de vooruitstrevende en onderscheidende Javelin. De praktijk bleek een stuk genadelozer en onvergeeflijker dan de theorie, waarin de Javelin foutloos schitterde. De eerste eigenaren waren hun eigen testrijders en dat gaat maar zelden goed. In 1953 liep na 22.000 de laatste ondersteboven van de band. Ook al zo vooruitstrevend. De Javelin deed in elk geval zijn naam alle eer aan: als een speer zijn ondergang tegemoet.

 

Nu in de winkel, het augustusnummer

Auto Motor Klassiek van augustus ligt nu in de winkel. Voor maar 4,99 een garantie voor zeker een paar uur leesplezier.

Deze maand een mooie opvallende omslag. De Opel Rekord die Erwin Roosink een paar jaar geleden kocht in slechte staat en volledig restaureerde. Waarna hij als fan van de Dukes of Hazzard aan het uiterlijk van zijn Rekord een eigen draai gaf.

Verder in dit nummer:

  • Fiat 850 Familiare die na een halve eeuw overging naar de tweede eigenaar, die vervolgens beloofde de volgende halve eeuw er goed voor te zorgen.
  • Suzuki GS1000 die in de eind jaren zeventig een nieuw hoofdstuk vormde in de betrouwbaarheid en rij-eigenschappen van de Japanse supersports.
  • De Volvo 340 GL is dan misschien wel geen uniek type auto, maar met zijn 58.000 kilometer op de teller, is de inmiddels 33 jarige klassieker wel in unieke staat.
  • In het praktjkartikel leren interieur opknappen wordt een uitgedroogd leren interieur weer mooi gemaakt.
  • De Toyota Corolla Coupé GT Twin Cam 16 is de laatste tien jaar behoorlijk in populariteit gestegen. Reden voor ons er eens een reportage aan te wagen. We vonden een mooi exemplaar.
  • BMW R100 Mono. In vergelijking met een R69S of een R90S heb je zo’n ‘nieuwe’ R100RT voor wisselgeld. En je rijdt er een mooie motor mee. Een signalement.
  • De Saab 96V4 van Ad van Beurden had al wat rally's gereden, maar om hem echt optimaal te laten presteren, moest er nog het een en ander aan gebeuren. In dit nummer een verslag van de werkzaamheden.
  • In 75 jaar later opnieuw een serie foto's uit de oude doos, waarmee we even terugschakelen naar de jaren van de Tweede Wereldoorlog.

Alle auto- en motorverhalen worden voorafgegaan aan tientallen pagina's met korte berichten, vanaf praktische tips tot en met historie, klassiekers die we onderweg tegenkwamen en diverse columns waar het hebben van een klassieker, het sleutelen aan een klassieker en zelfs het hobbymatig handelen van klassiekers centraal staat. Bovendien ook rond de veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet eens aangeboden worden. Het perfecte leesvoer, ook voor de komende vakantie. Haal hem daarom snel in huis en neem alvast een abonnement, zodat u de volgende editie niet mist.

Meer over wat er in deze editie allemaal staat ziet u op onze pagina deze maand.

 

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *