Historie

Jaguar XJ Series 1

By  | 

De Jaguar XJ. De erfenis die de nieuwe Britse exclusieve sport sedan kreeg toebedeeld was niet mals. Een hele range van modellen werd door de nieuweling vroeg of laat met pensioen gestuurd. Onder auspiciën van Sir William Lyons kwam een auto tot stand, die in veel opzichten betoverde. En soms de eigenaren en wachtende kopers grote zorgen baarde. Vandaag de dag is de Jaguar XJ hoe dan ook een auto, die een plekje in de droomgarage van veel klassiekerliefhebbers heeft veroverd. 

 

In september 1968 verscheen de XJ6 Series 1 in de openbaarheid. Voor Jaguar oprichter Sir William Lyons was de ontwikkeling van de XJ zijn laatste kunstje. En dat werd een kunstwerk, een sculptuur die onder meer de Mark 2, zijn afgeleiden, de S Type en de Mark X zou gaan vervangen. De nieuwe XJ6 betoverde direct door zijn lijnvoering en zijn luxe uitrusting. Met name het buitenontwerp bleek een meesterwerk. Tot diep in het vorige decennium wierp het zijn schaduw vooruit, want en profil waren de lijnen van de oer XJ nog zichtbaar in de X350.

Techniek. Bestaand en beproefd

Technisch borduurde Jaguar voort op bestaande en beproefde waarden. De XK motoren vonden hun weg naar de XJ6 Series 1. De koper mocht kiezen uit een 2.8 liter motor en de 4.2 motor. De eerstgenoemde krachtbron deed het perspectief van de XJ Series 1 weinig eer aan. Koel- en timing problemen leidden niet zelden tot motorschade. Daarnaast legde de 2.8 het in vergelijkende tests af tegen de Duitse en Italiaanse concurrentie. De 4.2 motor was aanmerkelijk probleemlozer, en stond bekend vanwege de prachtige loop en vermogensontplooiing. De (dorstige) motoren konden gekoppeld worden aan handgeschakelde versnellingsbakken (vier verzetten of vier verzetten met overdrive) en drietraps Borg Warner automaten. De uitrusting was rijk. De fraaie Smiths meters sierden het weelderige dashboard en het meubilair was met leer overtrokken. Airco was optioneel en stuurbekrachtiging was standaard (behalve op de basis 2.8).

Daimler

Vanaf oktober 1969 werd de Daimler Sovereign leverbaar, en die kende de XJ6 Series 1 als basis. De Daimler versies onderscheidden zich door een nóg hogere graad van luxe. Verder was de Daimler herkenbaar aan de geribbelde grille, en op de versies met een handgeschakelde versnellingsbak werd standaard een overdrive gemonteerd. In technisch opzicht waren de familieleden verder gelijk.


IRS

De XJ6 Series 1 én de Daimler Sovereign werden ook voorzien van de Independent Rear Suspension. Jaguar had daar al naam mee gemaakt. Differentieel, remmen, draagarmen en aandrijfassen vormden een compact geheel. De behuizing was aan de carrosserie bevestigd, en daardoor was het niet afgeveerde gewicht laag. Het gaf de Jaguar XJ- net als een aantal voorgangers- een fraaie rij karakteristiek. Die werd door de Britse en de internationale pers goed ontvangen.

Wachtlijsten

De XJ6 viel niet alleen bij de pers goed in de smaak. Ook de cliënten wisten raad met de Jaguar, en al spoedig ontstonden wachtlijsten voor de nieuweling. Het noopte de fabrikant ertoe, om het minder nauw te nemen met kwaliteitscontroles. Het waren de inleidende bespiegelingen naar onvrede op de werkvloer. Ondertussen ontwikkelde Jaguar de XJ Series 1 door. In 1972 kwam er gezinsuitbreiding. Carrosserietechnisch kreeg het bestaande gamma gezelschap van de Long Wheel Base versies, die in combinatie met de XJ6 4.2 en de Daimler Sovereign 4.2 konden worden besteld. Ook in motorisch opzicht groeide het gamma. De 5.3 liter V12 motor uit de E-Type vond ook een plekje in de XJ, én in de badge enginered Daimler Double Six. Aanvankelijk had Jaguar ook nagedacht over een V8 motor, maar uiteindelijk besloot men om deze optie te laten varen.

Tegenwind

Jaguar- of liever gezegd British Leyland- was klaar om de exclusieve hemel te bestormen met de twelve cilindered XJ. Stakingen (ook bij toeleveranciers) en mismanagement vertroebelden het perspectief van de fabrikant binnen deze upmarket. Maar de Jaguar XJ12 vergaarde ook roem vanwege de formidabele rijeigenschappen en heerlijke motorloop. En zijn sublieme top van 225 kilometer per uur. Daar stond weer een absurd benzineverbruik en onderhoudsgevoeligheid tegenover. Met name koeling- en ontstekingsproblemen wilden bij deze krachtbron nog wel eens de kop opsteken. Daarnaast had de drietraps Borg Warner automaat alle moeite met het krachtenveld dat het immense blok ontwikkelde.

Einde Series 1

In 1973 werd de Series 1 vervangen door de Series 2. Mede als gevolg van Amerikaanse bepalingen kreeg de auto wijzigingen aangemeten. Hij kreeg onder meer een ander front. En profil was in de Series 2 natuurlijk nog de Series 1 te herkennen. En die was eveneens behept met dat prachtige silhouet. De vormgeving- met het lage passagierscompartiment, de sierlijke ontwerpelementen en de massief ogende taille- vormde een fraai geheel, en de techniek was in bepaalde opzichten (4.2 motor, onderstel) goed. Die uitgangspunten zorgen ervoor, dat de XJ bij de liefhebber nog altijd in hoog aanzien staat.

Ook onbedoeld exclusief

Uiteindelijk slaagde Jaguar erin om 82.126 exemplaren van de XJ Series 1 te bouwen. Dat productieaantal had aanmerkelijk hoger kunnen liggen, ware het niet dat economische onrust en stakingen ervoor zorgden, dat geplande jaar afzetten van de Series 1 nooit werden waargemaakt. Ook dat is één van de redenen dat de fraaie XJ Series 1 exclusief bleef.

 

 

 

suggestiebanner

Ook leuk om te lezen…

Nu in de winkel

Auto Motor Klassiek van februari ligt nu in de winkel met deze maand een uitgebreid artikel over de Taunus 12M P4 van Fokke Jansma uit Wijnjewoude. Een opmerkelijk goed geconserveerde klassieker, die een bijzondere ontwerpgeschiedenis heeft. We mochten ook rijden in een tot in het kleinste detail perfecte Triumph 2000 Roadster. Hoe dat aanvoelt? U leest het in het februarinummer. Mocht u ooit van plan zijn een Opel Senator aan te schaffen, dan is het goed dat u dit nummer in huis heeft, want Aart van der Haagen doet uitgebreid uit de doeken, waar u dan rekening mee moet houden. Het een en ander aan aankooptips vindt u ook bij het artikel over de Citroën Dyane. Een auto die we troffen met zijn eigenaar op een terras tijdens een werkoverleg.

En verder:

De restauratie van een Nimbus Model C en een Norton M50. Waarom er zo weinig Opels over zijn? Dat leest u ook in dit nummer. De liefhebberij van een in Spanje wonende Nederlander, die ook geldt als dé specialist voor de Fiat 130. En ook in dit nummer; bijna dertig pagina’s korte berichten, verslagen, praktische tips, columns en korte typebeschrijvingen. Bovendien natuurlijk ook meer dan veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet verder aangeboden worden.
ABONNEER NU EN MIS HET VOLGENDE NUMMER NIET MEER

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *