in

Instant klassieker rijden: Gewoon doorgaan

Er zijn mensen die elke drie jaar een nieuwe auto of motor kopen om altijd veilig ‘in de garantie’ te rijden. Er zijn mensen die heel veel geld – want € 340.000 voor een Porsche 356 vind ik heel veel geld – uitgeven omdat… Nou ja, waarschijnlijk omdat ze minimaal € 440.000 in de kontzak hadden zitten en dat dat zo oncomfortabel zat.


Het is maar net wat je doet

In de kennissenkring zitten genétische ‘nieuwrijders’ en mensen die er niet van schrikken om een eurotonnetje uit te geven aan een leuk speeltje. En dat kan dan zomaar een impulsaankoop zijn. Zo vertelde iemand dat hij en route was gestopt, was omgekeerd om een zeilboot te kopen die hij heel mooi vond. Hij kon overigens niet eens zeilen, maar staat bekend om zijn gevoel voor schoonheid. En dat scheepje kostte maar € 42.000. Nadat hij besefte dat hij niet kon zeilen verkocht hij het zeiljachtje weer. Voor € 45.000. Want het is Coronatijd. En iedereen wil nu een hond en een bootje.

Maar terug naar de essentie van het verhaal: Een auto of motor kan natuurlijk ook klassiek worden als je ze domweg rijdend houdt. En dan kom je in mijn bekendenkring in de buurt van mannen en een enkele vrouw die hun inmiddels klassieker gewoon gebruiken waarvoor ze gemaakt zijn. En dan heb je het over een Volvo met 480D km op de klok, een Lexus met 800.000+ km op de teller. Een BX die deze week twee andere, twee nieuwe veerbollen en twee verse Michelins kreeg. En dan kom je op het punt waarom er zoveel ‘oude’ auto’s de shredder ingaan.
Het gaat om een vreemde manier van rekenen. Aan de vreemde gedachtesprong tussen de kosten van een reparatie en het begrip ‘handels- of economische waarde’.

“Dat wordt duur!”

Want veel mensen haken af als de bezorgd kijkende garagist ze vertelt dat er aan een zes of acht jaar oude auto ‘grote’ reparaties nodig zijn. Zeker als er een keer wat laswerk te doen is. De suggestieve insteek is: “Is de auto u die investering nog wel waard?” Daarbij speelt dan nog het zware psychische component dat niet ter zake kundige eigenaren dan ook nog happen op de opmerking: “En er is intussen ook al 100.000 of bijna 200.000 kilometer mee gereden.” Dan wordt er vaak afscheid genomen en een andere auto (of motor) aangeschaft. En op een of andere manier is een reparatie van 900 euro dan teveel terwijl 6 (of 12) mille erbij leggen voor een recenter exemplaar als duidelijk en zinvol wordt ervaren.

1.000 euro is prima

Binnen de praktisch denkende kennissenkring is de stelregel dat je voor het rijden van een auto gewoon jaarlijks € 1.000 moet rekenen voor garagekosten. Als je voor dat bedrag in een auto rijdt, dan rij je ‘goedkoop’. En dat doe je dan doorgaans in een auto die heel weinig economische waarde heeft, maar waar je ook niet meer hoeft af te schrijven. En daar ga je dan rustigjes aan mee door totdat opeens mensen bewonderend naar je klassieker gaan kijken. Slim toch? En hartstikke duurzaam!

Jammer, maar reparabel

Het goede boek en de goede spullen

De Pierburg blues

Blijven rijden is de goedkope, duurzame manier om een klassieker te krijgen

Gewoon repareren en behouden


Bevalt het u waarover we schrijven? Dit artikel werd u – net als al het andere dat u hier leest – gratis aangeboden. We doen niet aan premium artikelen, en willen dat ook niet gaan doen. Maar daarbij kunnen we wel uw hulp gebruiken. Abonneer u daarom op Auto Motor Klassiek. U krijgt dan ook nog eens elke maand een AMK in uw brievenbus. Dat kan via de link hierboven. Of doneer een gewenst bedrag via onze betaalpagina, via deze link en vermeld bij omschrijving donatie. Help ons de dagelijkse artikelen gratis te houden.


 

10 Comments

Leave a Reply
  1. Inderdaad, mijn dagelijkse auto is van 1988, dus ik moet nog 8 jaar de volle mep betalen. Om te schorsen in de wintermaanden is die net 6 maand te jong.
    Ik betaal als eerste eigenaar er trouwens al 32 jaar volledig tarief wegenbelasting op. De 25 jaarregeling werd ook afgeschaft toen die 24 jaar was.
    Het zou mooi meegenomen zijn, maar voor mij zeker geen reden om afstand te doen van dit voertuig.

  2. Beste Jan, zo’n Galant lijkt me een prachtig bezit, zeker gezien de oorsprong. Naar mijn weten worden auto’s van na 1987 pas na 40 jaar belastingvrij. De drie maanden ophokplicht voor een voordelig tarief van maximaal 120 Euro per jaar geldt enkel voor benzineauto’s met laatste registratiedatum 31 december 1987.

    Natuurlijk is niets voor eeuwig. Zeker regels niet.

  3. Al rij ik geen klassieke auto, toch rij ik klassiek. En wel motorfiets.
    Het was nooit een plan om een klassieker te rijden maar het is er gewoon zo van gekomen.
    Ik kocht mijn 82er BMW R45 ( beter bekend als blauwtje) in 1995. Hij werd mijn trouw werkpaardje en zo rij ik hem, na zorgvuldig geplande, spierballen genererende acties en goede verzorging, nu nog steeds. Hij is is gewoon samen met mij ouder geworden. Dat het nu een klassieker is, ach….daar kan de arme drommel niets aan doen. Maar stiekem vindt ie het geheid heel leuk 😉

  4. Precies, dat is wat ik ook al jaren doe. Mijn auto (uit 2003) kocht ik in 2009 met toen iets van 40.000 (officiële) kilometers op de teller, rijdt er nu dus al meer dan 11 jaar in, teller staat nu op 180.000 en in die tijd heb ik best wel wat geld eraan uitgegeven, maar ik rij wel in een auto die ik nieuw nooit zou kunnen betalen, en de kosten van onderhoud heb ik er graag voor over.

  5. Duurzaam is een heel rekbaar begrip in het land der Groenen.
    Een oude motor, auto of brommer wordt al snel als “vies” ervaren ondanks dat ze al jaaaaren meegaan en er geen nieuwe grondstoffen gevonden en gebruikt hoeven te worden.
    Maar bossen kappen en opstoken is wel heeel groen?
    Idd we leven in een rare wereld.

  6. Onlangs de Mitsubishi Galant 2.0 GLSi uit 1989 van vader overgenomen. De beste man kon met zijn 93 jaar het hedendaagse verkeer niet meer bijbenen. Het zal nooit een klassieker worden, maar deze auto mankeert absoluut niks aan. Geen roest en technisch en optisch 100%. Interieur is als nieuw. Met 150.000 km is deze oerdegelijke Japanner net ingereden. Destijds geen goedkope auto, aanschafprijs 45.000 gulden. In 2029 rijd ik er mooi belastingvrij in. De emotionele waarde blijft hoger dan de werkelijke waarde

  7. Rijd al sind 2001 met een auto uit 1989. Gekocht van de eerste eigenaar. Deze deed ook gewoon t onderhoud _vooruit_ gewoon om.n stukje zekerheid te hebben. Ik doe gewoon t onderhoud en de probleem oplossing. Gewoon omdat dat voor mij t plezier geeft. Ooit riep men, wat n ouwe bak, nu he dat is een leuk ouwetje…
    En idd over het totaal uitgesmeerd vallen de onderhouds kosten best mee.

  8. En als men 99,99 % door de shredder gedaan heeft, worden die overgebleven 0,01 % weer een droomobject voor velen, want zeldzaam en exclusief en hip.
    Maar het mag dan ook weer niet veel ouder zijn dan ons eigen geboortejaar, want dan interesseert het om een of andere manier ook opeens niet meer, zoals zowat alle vooroorlogse modellen, daar wordt bijna niets meer over geschreven in oldtimerland.
    We leven in een hele rare wereld.

    • Mogelijk wordt die wereld ook bevolkt door lieden die de haalbaarheid van een klassieker of antieker niet uit het oog verliezen. Dus passend in de begroting en zeker ook bruikbaar in de zin dat elk ritje geen 2 dagen voorbereiding vergt. Die factoren komen niet zelden in het gedrang naarmate de leeftijd van een voertuig is gevorderd. En omdat sentiment zo’n grote rol speelt, is er ook de factor verbondenheid met het object, welke nu eenmaal groter is wanneer een auto of motor duidelijk in iemands (prille) jeugd heeft gefigureerd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Klassieke vrachtauto’s: een niche markt

Citroën Acadiane (1982)

Citroën Acadiane (1982). Geestelijk schoonmaakmiddel voor Meindert.