Harley-Davidson: merk of mythe? – column

Auto Motor Klassiek » Motoren » Harley-Davidson: merk of mythe? – column

Sluitingsdatum juninummer -> 21 april

Automatische concepten

Dit is niet bedoeld als een negatief verhaal. Ik heb ooit zelf iets met een Shovelhead-blok gedaan en ben nog steeds verdrietig dat ik dat spul toen heb moeten verkopen. Het is meer een overpeinzing. Niet omdat Harleys niet perfect zouden zijn. Dat zijn ze bijna nooit geweest, en daar is de hele toeleveringswereld reuze blij mee. Ook niet omdat perfectie onze norm zou zijn. Ik ben al 30+ jaar een blije berijder van allerlei ex-Sovjet-scharreldriewielers. En die zijn ook niet perfect. Maar dat doet niets aan de pret af. En de kosten zijn in balans met de kwaliteit.

Bij Harley-Davidson wordt vaak met een bijna religieuze verering over het merk gepraat: The Real American Steel, The Best Bike God Ever Made. De Beleving, zogezegd. Verwijt mij een gebrek aan religieuze overtuiging. Het zij zo.

Harley-Davidson is een iconisch merk. Een merk waarvan de mythe ver boven de realiteit staat. De Harley-Davidson Motor Company werd opgericht in 1903. Het werd een naamloze vennootschap, Harley-Davidson, Inc., in 1981 na een management buy-out. In 1986 kreeg het bedrijf een beursnotering en de aandelen staan nog steeds genoteerd aan de New York Stock Exchange.

Harley was een echt Amerikaans bedrijf. Heel kort door de bocht: we maken wat en we zien wel hoe we de problemen na de verkoop oplossen. Indian had betere technici. Harley-Davidson had betere verkopers. Harley legde de probleemoplossingen bij de dealers en kopers.

Harley raakte meermalen in slecht weer. En de redder in de grootste nood, AMF, kreeg bakken kritiek, terwijl het merk daardoor feitelijk overeind bleef in de moeilijkste tijden.

Het genie van Harley kwam tot uiting toen Willie G. Davidson met een stel kompanen de genoemde management buy-out pleegde. Toen kreeg Harley een enorme boost qua modellen, qua reputatie. Harley stond voor een lifestyle. Net als vlak na WO II, toen de thuisgekomen GI’s dump-Harleys kochten en het ‘choppen’ bedachten.

Harley-Davidson heeft een serie motorfietsen gemaakt die indrukwekkend is: Knuckleheads, Panheads, Shovelheads… Dat waren 100% Amerikaanse motoren voor Amerikaanse omstandigheden: lange einden op kaarsrechte wegen waar serieuze snelheidsbeperkingen golden. Indruk maken deed je bij sprints vanaf het stoplicht. In verband met de wegenstructuur en de legale snelheden was een messcherp stuurgedrag plus een stel ankers van remmen niet echt nodig.

In Europa waren Harleys heel duur. En indrukwekkend. Maar omdat er in Europa sneller werd gereden op bochtiger wegen, vielen de wegligging en de remmerij hier erg negatief op voor mensen die niet volgens de Amerikaanse stijl wilden rijden. De motoren raakten daarbij oververhit, verbrandden heel veel olie en gingen nogal eens stuk. Door de machines in elk geval met technisch gevoel en respectvol te berijden, en met constante zorg, aandacht en liefde te behandelen, waren de problemen doorgaans goed onder controle te houden.

Die koosnaampjes voor de verschillende big twins waren trouwens door de klandizie bedacht. En de motorblokken zelf waren eigenlijk telkens doorontwikkeld vanuit de voorgangers, en telkens (iets) beter. Maar tot en met de laatste van de Grote Drie, de Shovelheads, waren het gerenommeerde olieboten. Terug naar die koosnaampjes: met een beetje goede wil leken de toppen van de cilinderkoppen wat op een stel knokkels, een omgekeerde pan of een schop.

Later ontnamen de marketeers de berijders de noodzaak om zelf namen te bedenken. De Evolution-blokken werden zo de Blockheads. Daarna kwamen de Twin Cam-blokken (1999-2017), de Milwaukee-Eight, de Revolution en de Revolution Max-blokken.

In dat hele traject waren de Evo-blokken (1984-1999) eigenlijk de enige Harley-motorblokken die zonder voorbehoud goed waren. Ze waren ontwikkeld om Harley weer eens te redden en deden dat overtuigend, mits correct onderhouden, inclusief de voorgeschreven olie en verversingsperiodes. De Evo’s hadden Japanse Showa-voorvorken, Japanse Keihin-carburateurs en (doorgaans) Italiaanse remmen. Maar de rest was nog overtuigend Amerikaans.

De opvolgers van de Evo-blokken hebben online intussen al net zo’n objectief kwalijke reputatie als de voorgangers van de Evo-blokken. De Shovels waren het eind van een evolutionair traject. De blokken na de Evo’s waren gebaseerd op marketing en besparing. Daar zijn intussen een hoop internetpagina’s over gevuld. Je kunt de marketing- en merchandiseafdelingen overuren laten draaien, maar als je een slecht product op de markt zet… nou ja. Vertrouwen komt te voet en gaat te paard, zeggen ze.

Intussen willen de bestaande, oudere Harley-rijders alleen dikke luchtgekoelde V-twins. Die mogen uit emissieoogpunt niet meer gemaakt worden. Voor de jongere garde zijn de nieuwe Harleys gewoon te dure moderne motorfietsen. De mythe bestaat niet voor ze. En de nieuwste, lichtere Harleys? Die kwamen eerst uit India en zijn nu 100% Chinese producten.

Niets is voor eeuwig. Dus ook een merk als Harley niet. Maar Harley heeft wel heel leuke motorfietsen, echte karakterbakken, gebouwd. En die Evo’s? Die zijn inmiddels ook al echte klassiekers. Naar het idee van veel mensen de laatsten van het mythische merk.

Onder de streep?
Harley is een merk met een hoge overlevingskracht. Ooit een van de vele Amerikaanse motormerken en meestal vrij uitzonderlijk op onze wegen. Harleys hebben door de decennia heen altijd zwakke punten gehad. En daaraan is vervolgens door de fabriek, maar vooral door veel gespecialiseerde toeleveranciers heel veel gedaan.

De toverwoorden zijn aandacht, onderhoud en respect.

En van de talloze wijsheden over het merk is er eentje heel belangrijk: een Harley is zo goed als zijn vorige eigenaar. En er zijn talloze Evo’s die vrijwel zonder problemen de volle ton hebben gedraaid.

Harley-Davidson: merk of mythe?
Een verburgerde ‘Liberator’
Harley-Davidson: merk of mythe?
Een Shovelhead-project
Harley-Davidson: merk of mythe?
Een AMF-Harley
Harley-Davidson: merk of mythe?
Nog echt Amerikaans: de Evo’s

Schrijf je in en mis geen enkel verhaal over klassieke auto’s en motoren.

Selecteer eventueel andere nieuwsbrieven

15 reacties

  1. We kunnen zeuren over de kwaliteit van Harley maar er zijn beslist ook betere motoren dan BMW en daar weet ikzelf intussen alles van. Alles is zo goed als de verhouding tussen de kwaliteit en het uitvoeren van de juiste acties om het werkende te houden.
    Ik ben het eens met mijnheer of mevrouw ‘anoniem’ omtrent het geluid. Harley’s zijn rustige motoren af fabriek en dat onnodig lawaai, daar erger ik mij het schompes aan. Ook erger ik mij eraan dat mijn ‘Beierse Boxers’ zo lekker rustig zijn zoals de typegoedkeuring het voorschrijft maar dat een Ducatie 1199 panigale wel vier keer zoveel lawaai mag maken en evenzo Europese goedkeur heeft. Dat is regelrechte idiotie. Maar goed.

    Laats op JoeToep een docu gezien. Een Amerikaanse oplijsting van hetgeen zij de slechtste motor vonden. Ik stond perplex dat hij bij Harley uitkwamen voor het slechtste motorblok. Het betrof daarbij een kettingspanner die netjes in de olie loopt. Die bleek vaak kapot te gaan waardoor het blok dodelijke oliedorst kreeg. Ja, die Amerikaan nam het spierballenicoon van zijn eigen land daarmee op de korrel. Ik denk wel dat er wat waarheid in zal zitten. Maar goed, dan nog. Als je dat weet, dan vervang je het toch voordat het stuk zal gaan…?! Problem solved. Tussen de tanden al lachend de vliegjes uit de lucht filterend rijden we dan weer de zonsondergang tegemoet.

  2. Toen ik in 69 na mijn R25 een zwaardere BMW wilde kopen, was die veel te duur. De Harley die ik in plaats van de BMW kocht was dat ook maar met een lening van mijn ouders werd dat financiële gat geregeld. Dat vervolgens een paar vriendjes ook zoiets kochten en zelfs mijn vader zijn Vespa verkocht en overstapte op een Hydra was het begin van een clubje waarin we vooral allemaal een andere motor hadden. Zelfs bij de Harleydagen in Breda was het een sport om te kijken of we twee dezelfde zouden kunnen vinden. Van geen enkel ander motormerk zijn zoveel accessoires verkrijgbaar. Zodat ze allemaal anders zijn. Met die oudjes was regelmatig onderhoud en onderweg nog weleens wat sleutelwerk. Met mijn laatste Harley’s reed ik 113k km 95 k km tot ik hem plat reed en deze staat nu op 43. Alleen de gewone beurtjes en verder altijd gaan met die banaan. Van de Noord-Kaap tot Griekenland en van Tallinn tot Benidorm. Dus ook met een Harley kun je gewoon rijden. Altijd dat gezeur over sleutelen werkt soms vermoeiend. En nog steeds vind ik het een van mijn leukere motorverhalen, naast een politieagent staan bij een stoplicht en dat hij dan heel verbaasd opmerkt dat hij nog nooit heeft meegemaakt dan een Harley minder geluid maakt dan zijn BMW. Dus de herrie hoeft ook niet.

  3. Ik heb die adoratie van Harley nooit begrepen.
    Ik moet zeggen, ik heb nog nooit op een Harley gereden, maar heb er ook totaal geen behoefte aan.
    Harley rijders zijn in mijn ogen mensen die dat merk rijden om te kunnen zeggen dat ze Harley rijden.
    Willen zich voor hun omgeving interessant voor doen. En dat uit zich dan vooral in aangebrachte lawaai pijpen, waardoor de overige motorrijders in een kwaad daglicht worden gesteld.
    Het schijnt dat 70% van de Harley verkoop de merchandise betreft, de overige 30% de motoren, dat zegt mij al genoeg.
    Ik rij geen motor om in ruitjes overhemden, leren jackjes, shirtjes en petjes met ‘mijn merk’ rond te lopen.
    Ik rijd inmiddels ruim 40 jaar motor, waarvan 35 jaar op Ducati’s, Laverda’s en Guzzi’s, ook niet altijd de kwaliteit van een Japanner, maar voor mij échte motoren die goed sturen, remmen en waar ikzelf heel veel plezier beleef.

  4. Harley en de Davidson broers begonnen zoals bijna alle merken met de blauwdrukken van de Dion-Bouton eencilinder; dat blokje was bewezen goed en betrouwbaar.
    Bovendien bleken hun grijze (zwart was alleen de eerste jaren leverbaar) eenpitters stil in vergelijk met de concurrentie, de bijnaam ‘Silent Grey Fellow’ was al snel geboren.
    De vraag naar meer power deed meneer Curtiss besluiten een tweede cilinder onder een hoek op het bestaande eencilinder blok te zetten, en braaf volgenden de andere Amerikaanse merken zijn voorbeeld… zo-ook H-D.
    De eencilinders stierven een tijdelijke stille dood, totdat in de jaren ’20 bleek dat ze het prima deden op voornamelijk Europese grasbaanraces.
    Vanwege hun geluid werden dit de ‘Peashooters’ genoemd.
    Amerikanen zelf haalden toen al hun neus ervoor op: V-twin..en anders basta!
    Die houding is sindsdien nauwelijks veranderd…
    Ze slaan zichzelf graag op de borst; groter is beter..en wij zijn de beste.
    Ze claimen (overigens doen de Russen dat ook) eigenhandig een eind aan WW2 gemaakt te hebben, in ieder geval volgens de huidige president, en vergeten daarbij voor gemak de hulp en samenwerking die ze hebben gehad.
    Ook van ons Ollandesie…

    Een tijd lang was de oude garde bang dat jongelui de interesse in oud klassiek spul niet met hen zouden delen.
    Niks bleek echter minder waar, want motorrijden is rete-populair en ook het oude spul krijgt aandacht.
    Dat zijn meestal nog de oudere japse fietsen die een mislukte Ali-expres-bobber-makeover krijgen…maar ook retromodellen en oud-Engels krijgen de handen op elkaar.
    H-D’s waren, zijn en blijven duur in aanschaf, en het oude spul wordt onbetaalbaar…helaas.
    Een Evo Sportster is dan weer een kleine uitzondering; een erg fijne en stuurbare fiets.
    De grote lompe lobbessen zijn meer voor het tokkelen…daarin komen H-D’s het best tot hun recht.

  5. Het grootste probleem voor het voortbestaan van Harley Davidson is dat de gemiddelde leeftijd van zijn berijders 60+ is.
    Jongeren kunnen zich ook meestal geen motor van 25.000 euro veroorloven, daarnaast werkt de toevoeging van een overvloed aan moderne electronica ook afstotend voor dit merk.
    Als je een nieuwe eenvoudige klassieke motor zoekt, is een nieuwe Royal Enfield een meer voor de hand liggende keuze, pure eenvoud en een veelvoud goedkoper in aanschaf.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Maximale bestandsgrootte van upload: 8 MB. Je kunt uploaden: afbeelding. Links naar YouTube, Facebook, Twitter en andere diensten die in de reactietekst worden ingevoegd, worden automatisch ingesloten. Bestanden hier neerzetten