Column

De hitte slaat op mijn brein: vroeger… Harley

By  | 

Zo’n dertig jaar geleden was het ook een keer zo heet. Het leek wel Afrika. Net als nu. In die tijd had ik nog wat meer geld dan nu en waren shovelhead blokken niet veel waard. Had ik al verteld dat het zo heet was? Maar verder waren het echt andere tijden.

Een eigen Harley bouwen

Is een eigen Harley bouwen niet iets waar we ooit allemaal over hebben gedroomd? De toen in Utrecht wereldberoemde Ger Dijkshoorn (die daarna echt wereldwijd ging met zij ProStreet frames en zijklep specialisatie) kende ik uit de duiksport. Ger behoort tot het soort mannen waar de productie inmiddels op overheidsaandringen van is gestaakt. Want Ger leefde indertijd in elk geval volgens zijn verstand en eigen ideeën. Niet volgens de regeltjes. Of als er dan toch geregeld moest worden: dan gebeurde dat volgens zijn eigen, soms unieke, regels. Hij is intussen wel milder geworden.

Als ik indertijd in mijn Harley bouwtijd weer eens een paar knaken had, dan ging ik naar Ger toe.

Een dikke Camaro

Toen ik daar een keer stond te dubben over een prima koppeling waar Ger maar 150 gulden voor vroeg leek het alsof er een onweersbui de Amaliastraat in rolde. De bron van het onweer stopte voor Ger’s winkel. Het was een donkerzwarte Chevrolet Camaro met Antiliaans glas, een heel dikke V8, open pijpen, dubbelbrede banden en een gesloten tandemasser er achter. Er kwam een boomlange, graatmagere jonge man in een wijd vallend T shirt uit. Hij kwam de werkplaats/winkel binnen. “Hoi Ger. Is mijn motor klaar?” Ger knikte en wees naar achter in de zaak. “Wat krijg je van me?”

De prijs was accoord

“Laten we het rond maken op twee-en-veertighalf”. Ik droomde weg. Wat zou ik allemaal voor 4.250 gulden aan mijn project kunnen doen? De magere jongeling knikte en greep onder zijn t shirt. Hij had een indrukwekkende stapel geld in zijn hand en begon te tellen. Het tellen stopte bij drieënveertig DUIZEND gulden. “Het is goed zo”. De assistent poetser en hulpmonteur in opleiding kreeg opdracht de motor in de tandemasser te zetten.

Ger en de klant babbelden intussen prettig door

Het hulpje kwam terug en kreeg honderd gulden voor de moeite. De tevreden klant nam afscheid, stapte in zijn Camaro en blobberde weg. Ik keek Ger somber aan “Sta ik hier te dubben over een koppeling van 150 piek waar je me mee matst. Komt zo’n jong in zo’n auto en die tikt zo 43 mille af. Ger, wat doe ik voud?” Ger gaf me een klap op mijn schouder: “Lul, je doet nog veel meer fout dan dat je denkt! Hij heeft een uitkering!”

Dat moet intussen dus zo’n  dertig jaar geleden zijn

Er is in de tussentijd veel veranderd. Ook in Utrecht. Het spanningsveld tussen de nationaliteiten begon toen al te groeien. Want toen kregen moslima’s en moslims allemaal gesubsidieerde zwemlessen. Ger’s poets en veeg hulpje, een geboren en getogen ‘wijk C’er’, wilde ook leren duiken. Maar moest daarom eerst leren zwemmen. Alle plek voor zwemlessen bleek al vergeven in het kader van inburgeringscursussen. Twee dagen later belde Ger opnieuw naar de Hommel. Het verhaal was dat hij een jongen in dienst had genomen omdat hij dat zijn burgerplicht vond. Maar hij voorzag verdrinkingsgevaar voor zijn personeel, want de Jutfase weg zit vlakbij de Amaliastraat en de Jutfaseweg ligt aan het water.

Het kleine verschil.

De dame aan de telefoon meldde weer dat alle lessen bezet waren. Ger sprak vertoornd “Dus als ik een jonge buitenlander in dienst neem en die verzuipt, dan is dat omdat jullie geen zwemles geven?!” De reactie was voorzien: “Maar u had niet gezegd dat de jongen die u een vak wil leren geen Nederlander is. Ik zal even kijken!” Er was plek. Dezelfde week nog. En de jonge Dennis die heel soepel even anders heette? Die leerde zwemmen tussen de moslima’s. Natuurlijk zagen de badmeesters M/V best wel dat hij niet uit het Rif gebergte of uit Anatolië of Ivoorkust kwam. Maar niemand deed er moeilijk over.

Zo leerde Dennis kosteloos zwemmen. En Dennis vond het helemaal top. ”Allemaal enorm charmante jonge dames met een heel vriendelijke uitstraling!”. Eigenlijk gebruikte Dennis zijn eigen uniek Utrechtse woordenschat. Maar dit is wel ongeveer wat hij bedoelde. Kijk, zo werkte integratie voorbeeldig. Met een beetje goede wil en flexibiliteit van twee kanten. Mooi.

Een eigen huis

De Harley was RDW klaar toen ik hem verkocht. Er was eigen geld nodig om een huis te kopen. De magere Camarorijder heb ik ooit nog een keer op TV gezien. En Ger Dijkshoorn had ik onlangs nog een keer aan de telefoon. Hij was bezig met een zijklepper voor een klant in Singapore. En ik? Ik heb nooit meer de poen gehad om een hard tail Harley te maken. Maar ik heb wel het DAFding en de Yamahalf gemaakt. Ook leuk.

Dolf Peeters, huurwoordenaar, automotive journalist, lid van de Heeren van Arnhem

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

X
X