Column

Elektronica en nostalgie

By  | 

Een vriend kwam langs om even gericht bij te praten. Hij had een recent motorblad bij zich. En was stevig aangeslagen.

In dat motorblad werd een lofzang gehouden op de nieuwe Yamaha R1. Die 1000 cc’er leverde nu 200 pk en had meer elektronica aan boord dan dat de maanlander ooit had. Al die elektronica was ervoor om de 200 pk zo veilig mogelijk aan de weg te brengen. Zo was er iets met alweer zo’n afkorting als naam dat bij opeens vol gas geven zou voorkomen dat de motor een wheelie zou maken.

Mij dagelijkse klassieker is ook een bijna 1000 cc zware motorfiets

Gevoelsmatig schat ik het vermogen in als ‘dik voldoende’. Even fact-checken leert dat een vroege Moto Guzzi Cali 3 door de eeuwig optimistische Italianen werd opgegeven voor 65,4 pk. Daar kom je niet mee weg tegenover 10-gaats injectoren en vier katalysatoren. De nieuwe R1 is dan misschien wat exceptioneel omdat hij alleen maar is gemaakt om – het liefst op een circuit – zo hard mogelijk te gaan. Maar wat je er aan hebt in een land waar we het milieu moeten gaan redden door maximaal 100 km/u te rijden?

Vroegere supersports waren ook onzinnig

Maar ze waren er een soort jongensachtig vertederend bij. Ze waren dan ook verre van perfect. En zoals we na alle gephotoshopte foto’s van de helden/heldinnen van onze (klein)kinderen weten: Perfectie is saai en bedreigend. Het meest overtuigend van de prettige waanzin van toen? De eerste generatie Kawasaki 500 cc driecilinders. Die waren razendsnel, waren overgemotoriseerd, het frame, de remmen en de vering en demping waren onderbemeten. De dingen zopen als tempeliers en alles ging eraan stuk. Ze crashten bij bosjes. Maar of ze echt zo slecht stuurden? Of de mythe niet groter dan de motor was? Op Zandvoort reden mannen die echt konden sturen (en die grote harten hadden) echt scherpe tijden op die dingen. Ze hadden daar geen bakken elektronica bij nodig. Met hun respectievelijke konten en handen deden ze ongelooflijk veel meer dan dat de hightech elektronica zelfs nu kan.

De Yamaha RD350 LC YPVS was een motor die voorliep in de afkortingenrace maar uiterst gebruiksvriendelijk was. Het was een motor die razendsnel was, voor zijn tijd heel goed stuurde en remde. En hij was met minder dan 50 pk heel wat 750 cc machines te snel af. Maar in zijn beperkingen zat zijn zin voor avontuur.

Imperfectie is riskant, maar veel leuker

Het moderne Avontuurlijk is een wereld waarin een volledig georganiseerde, van uur tot uur geplande motorreis het toppunt van avontuur is. Waar een deelnemer zich beklaagde omdat er om 14.00 uur nog niet geluncht was. Rijden in een fantastisch veilig beschermend kledingsysteem, een airbagjack plus een neckbrace.

Een deel van de pret was vroeger niet alleen de imperfectie, maar ook de gevolgen daarvan. Een motortrip was een verhaal met een open eind. Een doorsteekje naar een dorpskern in de verte eindigde in een motor die tot zijn achteras verzakt strandde in een vers geploegde akker. Dat was een lachertje voor een BMW GS, maar voor de stevig bepakte 1968’er BMW R60 met Earless voorvork was de akker een brug te ver. Je liep naar het dorpje. Bestelde een paar pilsen. En maaltijd. Je regelde een kamer. En de volgende dag trok een tandeloze local de BMW uit de akker.

Het was ook de tijd dat je totaal doorweekt onder een Britse brug stond te schuilen

De ene Triumph deed het niet meer. De andere was stuk. Er stopte een Austin met een vriendelijk gezin er in. De bestuurder had ook een Triumph. We werden druipnat uitgenodigd voor thee thuis. Zes man in een kleine Austin proppen was geen probleem. De twee dochters, keurige kostschoolmeisjes, vonden het fantastisch om bij natte vreemdelingen op schoot te zitten. De vreemdelingen zelf waren er ook erg content mee. De meisjes roken lekker. Bij de gastheer en zijn gade thuis werd de zaak besproken. Later werden de twee Triumphs naar hun huis gesleept waar we in de garage mochten kijken wat er mis was. Onze natte spullen mochten we te drogen hangen. De ene Triumph had water in de vlotterbakken. De andere had elektrische problemen. We mochten blijven eten. Maar nodigden de familie mee uit eten. Dat was de eerste keer dat we keer dat we chicken tandoori proefden. We mochten blijven slapen.

Hoe verrassend het spanningsveld tussen toen en nu is bleek uit de rit die een kennis op een ooit razendsnelle zware klassieke viercilinder maakte. Onze vriend was moderne, heel snelle motorfietsen gewend. Hij wist en weet alle elektronische regelneefjes perfect te bespelen. Hij rijdt op circuits gewoon heel erg hard en op het scherp van de snede.

Na een paar gewenningsrondjes op de oude supersporter ging hij genadeloos op zijn plaat. Hij vloog uit de bocht. Toen hij weer aanspreekbaar was vertelde hij dat het mis was gegaan omdat hij bij het insteken van de bocht uit gewoonte op zijn elektronische assistentie vertrouwde. Een aanwezige zei: “Allemaal mooi en aardig dus. Maar je kunt eigenlijk gewoon niet motorrijden.”

We leven in een tijd dat wij mannen ook met onze gevoelens moeten werken

Terwijl we vroeger onze zachte kant voornamelijk gebruikten om op te zitten. Maar op de motor laten we ons tegenwoordig helemaal sturen door elektronische slimmerds. We hebben maar een beperkte eigen inbreng. “Net als in een huwelijk” horen we iemand verzuchten.

Vroeger? Toen hadden we gevoel voor onze machines. Elke beweging of reactie van de motorfiets was de zuiverste feedback. En daar moet ik telkens aan denken als ik zie hoe mijn vriend, de klassieke motorfietsspuiter,  Theo Terwel danst op zijn BMW R69S. Elektronica is goed voor ontstekingssystemen. Punt.

Elektronica



Ook leuk om te lezen…

contentbanner

Nu in de winkel

Het novembernummer van Auto Motor Klassiek, met deze maand onder andere restauratieverslagen van de NSU Prinz, b en een Rabeneick prototype. Heel bijzonder is de Honda City, sowieso bijna niet gezien in Europa en deze is ook nog eens nieuw.

En verder:

  • Rover P5B Coupé
  • Laverda RGS
  • Shelter en andere dwergauto’s
  • 40 jaar Lancia Delta
  • Oldtimer en Classic Cars Leek

En meer dan 25 pagina's nieuws, technische tips, evenementenverslagen, previews en ruim 40 pagina's oldtimers te koop. Abonneer nu en bespaar bijna 40% per maand.

Dolf Peeters

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

    5 Comments

    1. Jinny

      27 oktober, 2019 at 10:33

      Heb pas echt leren rijden op mijn Z1000 uit ’77.
      Frame van gekookte spaghetti en meer dan voldoende PK’s om van iedere bocht een waar avontuur te maken….

    2. Rob van Baal

      26 oktober, 2019 at 22:38

      Dank je wel Dolf, jouw verhaal komt recht uit mijn hart ‼️

    3. hans

      26 oktober, 2019 at 20:35

      mijn lambretta heeft bijna 10pk , mijn bmw 50 ?
      meer hoeft niet, t geet rap zat…

    4. Pascal

      26 oktober, 2019 at 12:20

      In feite heb je als Jan Pet dus niks aan 200pk, want slechts getrainde racers weten hoe hiermee om te gaan.
      De normale sterveling heeft een electronische rijinstructeur nodig die ingrijpt wanneer het (mogelijk) mis dreigt te gaan.
      Ik zeg: terug naar 50-75pk, en doe alles lekker zelf…zoals het geurt.

      • Frans

        26 oktober, 2019 at 20:04

        Top idee iedereen weer zelf sleutellen aan zijn vervoer

    Leave a Reply

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *