Column

Een oude bekende

By  | 

Omdat we niet met van die bewezen nutteloze maskertjes lopen herkenden we elkaar

“Jij bent toch…?” Een jaar of veertig sinds de laatste ontmoeting was er even twijfel. Maar jawel: “Wij waren het.”

We publiceren deze artikeltjes gratis, en willen dat natuurlijk ook blijven doen. Maar u begrijpt dat dat voor ons niet gratis is. Ondersteunt u dit initiatief en waardeert u het? Overweeg dan eens een abonnement op Auto Motor Klassiek. U helpt ons dan niet alleen de gratis initiatieven betaalbaar te houden, maar ontvangt als bonus ook nog eens elke keer een AMK in de bus. En u betaalt nog maar € 3,30 per nummer in plaats van € 4,99. Elke maand goed voor uren leesplezier.

En blijkbaar was in elk geval een deel van de interesse van toen gebleven, want we troffen elkaar bij het undercover Mekka van MZ en Hercules liefhebbers, het onovertroffen Gekra in Dieren. CEO Gerrit Kranenburg keek tevreden vanonder zijn blauwe pet en zei: “Als jullie gaan bijpraten willen jullie vast wel thee”.

Maarten bleek niet tot twee weken na zijn dood te hoeven blijven werken als freelancer. Na onze gedeelde motortijd had hij zijn studie afgemaakt. Hij was in de pharma terecht gekomen, had prettig geleefd en carrière gemaakt en nu zat hij op een riant pensioen. Hij was daarmee de zoveelste pensionado die tevreden concludeerde dat hij het nu zo druk had dat hij het zich niet kon voorstellen dat hij ooit tijd had gehad om te werken. En hij had het motorrijden ook weer opgepakt.

We haalden wat herinneringen op waarvan elke hesdragende  Moderne Motorrijder nu schilfertjes tussen de vingers zou krijgen

De keer dat hij prettig doorgerookt een VW bus voor een kangoeroe aanzag en besloot dat hij dat beest dood wilde rijden. Hij had toen een aardig tijdje in tractie gelegen. Tijdens ziekenhuisbezoeken smokkelden we whiskey mee naar binnen. Dat deed wonderen voor zijn nachtrust en bloeddruk. De keer dat een gezamenlijk vriendje met zijn Suzuki T500 achterop een Ford Taunus knalde, over het dak rolde, voor de auto neer kwam en overreden werd door dezelfde Taunus.. Het vriendinnetje van weer een ander die de motor van haar lief in de fik stak nadat ze haar vriend met een ander had zien kussen. De keer dat we ’s avonds een akker in de Ardennen overstaken en in de losse aarde kwamen vast te zitten. In het donker zagen we verderop de kerktoren van het dorp dat we zochten. We besloten dat het een goeie dag was geweest en sliepen op de vers geploegde grond naast onze motoren.

De keer dat Gekke Fredje – die vanwege zijn drankgebruik op dagelijkse basis ook wel ‘Kratje’ werd genoemd en feitelijk een oude, dubbele en heel chique naam had – zijn Norton in zijn kamer had gestart in de hoop dat het geluid van de stationair draaiende twin hem wel in slaap zou zingen. De onderdelen beheerder van een Britse merkclub die geld uit de clubkas stal voor zijn eigen handel en daarom met enige regelmaat in elkaar werd geslagen. Maar hij bleef in functie. Want niemand kon zo goed aan goedkope onderdelen komen. Op de Vrouw Juttestraat zat HDCU, die club bestond uit studenten en bouwvakkers. De grap was daarom van je rijdende Liberator af te stappen en je eerste pils op hebben voordat je motor stil lag. We concludeerden dat wij het overleefd hadden en dat we wat rustiger waren geworden.

Een paar van die vrienden van toen waren inmiddels een beetje dood wegens te intensief leven. Maar samen wisten we in elk geval nog van het bestaan van een paar anderen.

Na zijn studie had Maarten het motorrijden eraan gegeven

Tijdens zijn wat latere leven was hij niet in de val van een midlifecrisis gelopen en hij had dus geen Harley-Davidson, noch een jongere partner gekocht. Maar nu hij onbevangen zijn vrijheid had gewonnen was hij weer gaan rijden. Hij had zich eerst breed georiënteerd. Hij was tot de conclusie gekomen dat al die moderne high tech hem niets deed. Net zomin als vermogens boven de 150 pk en fileritten naar de Noordkaap. Hij was tevreden, had voor de buitenwereld noch voor zichzelf iets te bewijzen en had zich een ex Bundeswehr Hercules plus een BMW 65 aangeschaft. En nu was hij met de auto in Dieren om onderdelen voor de Hercules BW te scoren. Want die 125 cc tweetakt was uitgegroeid tot zijn favoriete vervoermiddel voor alles binnen een straal van 50 kilometer van zijn huis. En zijn huis stond inmiddels niet meer in een Utrechtse studenten en andere armoedzaaierswijk, maar op de onafzienbare vlakten van Groningen waar zijn Lief  – Die ken je toch ook nog uit je Triumphtijd? – ook wat paarden hield.

We besloten bij mij thuis verder te praten

Het werd laat. Maarten belde naar huis dat hij in Dieren bleef slapen. Omdat hij een paar bellen whiskey op had. Iets dat hem – of mij – er veertig jaar geleden nooit van weerhouden zou hebben… Nou ja. Verstand komt met de jaren. Maar we besloten de avond met de conclusie dat we mild medelijden hadden met alle moderne motorrijders die louter Spa drinken, bewust gezond eten, aan sportschoolbezoek doen, niet roken en uitsluitend bij de gratie van de voorgeprogrammeerde groepsreizen leven.

Meer artikelen over klassieke motoren via deze link

Meer columns via deze link

 

Nu in de winkel, het augustusnummer

Auto Motor Klassiek van augustus ligt nu in de winkel. Voor maar 4,99 een garantie voor zeker een paar uur leesplezier.

Deze maand een mooie opvallende omslag. De Opel Rekord die Erwin Roosink een paar jaar geleden kocht in slechte staat en volledig restaureerde. Waarna hij als fan van de Dukes of Hazzard aan het uiterlijk van zijn Rekord een eigen draai gaf.

Verder in dit nummer:

  • Fiat 850 Familiare die na een halve eeuw overging naar de tweede eigenaar, die vervolgens beloofde de volgende halve eeuw er goed voor te zorgen.
  • Suzuki GS1000 die in de eind jaren zeventig een nieuw hoofdstuk vormde in de betrouwbaarheid en rij-eigenschappen van de Japanse supersports.
  • De Volvo 340 GL is dan misschien wel geen uniek type auto, maar met zijn 58.000 kilometer op de teller, is de inmiddels 33 jarige klassieker wel in unieke staat.
  • In het praktjkartikel leren interieur opknappen wordt een uitgedroogd leren interieur weer mooi gemaakt.
  • De Toyota Corolla Coupé GT Twin Cam 16 is de laatste tien jaar behoorlijk in populariteit gestegen. Reden voor ons er eens een reportage aan te wagen. We vonden een mooi exemplaar.
  • BMW R100 Mono. In vergelijking met een R69S of een R90S heb je zo’n ‘nieuwe’ R100RT voor wisselgeld. En je rijdt er een mooie motor mee. Een signalement.
  • De Saab 96V4 van Ad van Beurden had al wat rally's gereden, maar om hem echt optimaal te laten presteren, moest er nog het een en ander aan gebeuren. In dit nummer een verslag van de werkzaamheden.
  • In 75 jaar later opnieuw een serie foto's uit de oude doos, waarmee we even terugschakelen naar de jaren van de Tweede Wereldoorlog.

Alle auto- en motorverhalen worden voorafgegaan aan tientallen pagina's met korte berichten, vanaf praktische tips tot en met historie, klassiekers die we onderweg tegenkwamen en diverse columns waar het hebben van een klassieker, het sleutelen aan een klassieker en zelfs het hobbymatig handelen van klassiekers centraal staat. Bovendien ook rond de veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet eens aangeboden worden. Het perfecte leesvoer, ook voor de komende vakantie. Haal hem daarom snel in huis en neem alvast een abonnement, zodat u de volgende editie niet mist.

Meer over wat er in deze editie allemaal staat ziet u op onze pagina deze maand.

 

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

2 Comments

  1. Jinny

    28 maart, 2020 at 19:01

    Mooi geschreven Dolf, groetjes van de Faeröer waar we inmiddels in een soort van lockdown leven en niet naar huis kunnen..

    • Dolf Peeters

      29 maart, 2020 at 10:26

      Dag Jinny, Dank je. Dat wordt dus zelf geschoten walrus als ontbijt, lunch en avondeten? Sterkte voor de Robinson Crusoe Crew

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *